Arts en Context
HC 1-1 Inleiding op blok
Etiologie: de leer der oorzaken, onderzoek naar oorzaak van een ziekte
Sensitiviteit: test positief / ziek positief
Specificiteit: test negatief / ziek negatief
Positieve likelihood ratio: % terecht positief / % fout positief
Geeft hoeveelheid diagnostische informatie
HC 1-2 Public health
Publieke gezondheidszorg: bevorderen van volksgezondheid en gelijke kansen op
gezondheid, door collectieve interventies gericht op gezondheidsbescherming,
gezondheidsbevordering en ziektepreventie
Positief is de vroege opsporing en succesvolle behandeling in Nederland.
Verbetering mogelijk bij onze leefstijl en labellen van mensen
ZSO 1-1 Maatschappelijke gezondheidszorg
Volksgezondheid: omvang en spreiding van gezondheid en ziekte in de bevolking
Indicatoren volksgezondheid:
ziekten en aandoeningen
sterfte en doodsoorzaken
samengestelde volksgezondheidsmaten
functioneren en kwaliteit van leven
Public health: the science and art of preventing disease, prolonging life and
promoting health through the organised efforts of society
Doel: ziektepreventie, gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming
Meeste gezondheidsproblemen veroorzaakt door ongunstige
omgevingsinvloeden, vatbaar voor preventie
Problemen in volksgezondheid zijn beste op te lossen door collectieve
maatregelen
Kwantitatieve onderzoeksmethoden het beste om
volksgezondheidsproblemen te bestuderen en oplossingen voor die
problemen te ontwerpen en evalueren
Sociale geneeskunde: deel van de geneeskunde dat zich richt op de wisselwerking
tussen mensen en hun materiële en immateriële milieu
RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, bevordert door onderzoek,
uitvoering en ondersteuning van publieke gezondheid en een schoon en veilig
leefmilieu(vaccinaties)
Wereldgezondheidsorganisatie(WHO): onderdeel Verenigde Naties met als doel
om de gezondheid van wereldbevolking te verbeteren
,Gezondheidsdeterminanten/schema van Lalonde
1. Biologische en genetische factoren(erfelijkheid, weerstand)
2. Leefstijl
3. Fysieke en sociale omgeving(werk, woonomgeving, familie)
4. Gezondheidszorgsysteem(kwaliteit en toegankelijkheid)
Gezondheidsverschillen: verschillen in gezondheidstoestand als gevolg van
sociaaleconomische ongelijkheid
Gezondheidsbevordering: maatregelen gericht op de fysieke en maatschappelijke
omgeving en de leefwijzen van individuen en groepen(voorlichting)
Gezondheidsbescherming: maatregelen die, zonder rechtstreekse betrokkenheid
van de burgers, systematisch en routinematig worden genomen om schade aan
gezondheid te voorkomen(giftige stoffen, voedingskwaliteit)
Disease(ziekte): aantoonbare medisch-biologische afwijking, vast te stellen met
objectieve methoden
Illness(klachten): ziekte-ervaring/ongemak, subjectief ervaren van ziekte
Sickness(ziektegedrag): men gedraagt zich als zieke en wordt als zodanig erkend
Stoornis: afwezigheid of afwijking van een psychologische, fysiologische of
anatomische structuur of functie. Uitdrukking van objectief vastgestelde ziekte.
Beperking: iedere vermindering of afwezigheid van de mogelijkheid tot een voor de
mens normale activiteit
Handicap: nadelige positie van persoon in maatschappij als gevolg van stoornis of
beperking, welke normaal rolgedrag en rolvervulling van patiënt beperkt of verhindert
GGD: gemeentelijke/gemeenschappelijke gezondheidsdienst
-Belangrijkste taken zijn preventief van aard en volgens uit Wet publieke
gezondheid(Wpg)
Verwerven inzicht in gezondheidssituatie bevolking
Bewaken gezondheidsaspecten bestuurlijke beslissingen
Bijdragen tot opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s
Opstellen gemeentelijke Nota Volksgezondheid
Bevorderen medisch-milieukundige zorg
Bevorderen van technische hygiënezorg
Bieden van psychosociale hulp bij rampen
Uitvoeren van infectiebestrijding
Uitvoeren van de jeugdgezondheidszorg
Geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders
Uitvoeren van ouderengezondheidszorg
Oorzaken comeback infectieziekten
Toenemende immuniteit/resistentie van micro-organismen tegen antibiotica
Overschrijding van ‘microbiologische barrières’ door mensen, dieren en
goederen gemakkelijkere verspreiding
Demografische transitie: overgang van een hoog sterfte- en geboortecijfer naar een
laag sterfte- en geboortecijfer in een tijdsbestek van 100 tot 150 jaar
Epidemiologische transitie: radicale verschuiving in het doodsoorzaken patroon,
zie hieronder de fases. Toename levensverwachting door verdwijnen van
,infectieziekten(sterven jonge leeftijd) en toename van moderne ziekten die pas op
oudere leeftijd toeslaan
Tijdperk van epidemieën en hongersnood
Tijdperk van afnemende pandemieën(wereldwijde epidemie)
Tijdperk van degeneratieve en door de mens veroorzaakte aandoeningen
Levensverwachting: geldt als leeftijdsspecifieke sterftekansen die dat jaar zijn
waargenomen, zullen blijven gelden, voor de pasgeborenen in dat jaar. Altijd bepaald
op 0, oftewel de pasgeborenen, en niet gelijk aan levensduur.
-Scandinavische landen presteren op volksgezondheid beter dan Nederland door
verschillen in politieke wil. Deelname aan sociaaldemocratische partijen is daar
aanzienlijk hoger geweest
-Zweden scoort beste door consistent beleid, vaak maar 1 politieke kleur(rood)
ZSO 1-2 Gezondheidsverschillen en sociale determinanten
Relatief risico: belang van een risicofactor voor een bepaalde aandoening,
verhouding tussen kans op de ziekte mét en die zonder de risicofactor.
Exogene determinanten: fysieke omgeving, leefstijl en sociale omgeving(sociale
relaties + sociale steun)
Endogene determinanten: biologische en genetische factoren
Demand-control model: stressvolle ervaringen in het werk zijn resultaat van hoge
demands(werkdruk, conflicten) en lage control(weinig zeggenschap, geringe eigen
indeling tijd)
Factoren fysieke omgeving
Omgevingstemperatuur
Lawaai
Straling(UV-straling)
Verontreiniging van lucht, water of voedsel met chemische stoffen
Verklaring gezondheidsverschillen mannen/vrouwen
Gedragsfactoren: meer/minder roken en alcohol
Genetische factoren: hormonen
Verklaring gezondheidsverschillen naar burgerlijke staat
Sociale omgevingsfactoren
Gedragsfactoren
Verklaring gezondheidsverschillen naar sociaaleconomische staat
Fysieke omgevingsfactoren: materiële factoren(huis, drinkwater)
Sociale omgevingsfactoren: meer stress door financiële zorgen en werkdruk,
vaker ongehuwd
Gedragsfactoren: meer roken
-Selectie effect burgerlijke staat ziekte maakt je minder aantrekkelijk en heeft
negatieve invloed op relatie, hierdoor zijn gezonde mensen vaker gehuwd en
ongezonde mensen vaak ongehuwd of gescheiden
,-Rooms-katholieke regio’s hebben hoger sterftecijfer dan protestantse regio’s doordat
ze een slechtere levensstijl hebben ontwikkeld
Factoren slechte gezondheidstoestand achterstandswijken
Laag inkomen
Lage sociaaleconomische status
Meer psychosociale stress
Slechte leefomstandigheden(weinig groenvoorzieningen)
Verklaring gezondheidsverschillen naar etnische achtergrond
Genetische factoren
Culturele factoren
Kernwaarde optimaal gezondheidszorgstelsel
Rechtvaardigheid en toegankelijkheid
Kwaliteit
Doelmatigheid en betaalbaarheid
HC 1-4 Jeugdgezondheidszorg
Jeugdgezondheidszorg: bestaat uit GGD en thuiszorginstellingen
Doel: bewaken en bevorderen van de gezondheid van iedere jeugdige
binnen zijn eigen leefomgeving op individueel en populatieniveau
Doel wordt gehandhaafd door:
Jeugd in beeld(longitudinaal volgen)
Basistakenpakket, preventie
Micro‐, meso, en macroniveau
ZSO 1-3 Infectieziektenbestrijding: mazelenuitbraak in Nederland
Reservoir: plaats waar ziekteverwekkers zich kunnen ophopen(mens, aap, water)
Virulentie: maat voor hoeveelheid schade die een micro-organisme in zijn gastheer
aanricht, ook wel ziekmakend vermogen genoemd
Basaal reproductiegetal(R0): aantal nieuwe besmettelijke individuen dat één
besmettelijk individu kan produceren in een populatie waarin iedereen besmettelijk
kan worden
Besmettelijke ziekte: directe mens-tot-mens overdracht
Incubatieperiode: tijd die verstrijkt tussen besmetting en eerste klinische
symptomen van de ziekte
Latentieperiode: tijd totdat besmette individu zelf ook besmettelijk is, en de ziekte
kan doorgeven aan anderen
Besmettelijke periode: periode waarin je besmettelijk bent, en de ziekte kan
doorgeven aan anderen
Transmissiekans: kans dat een persoon geïnfecteerd wordt bij contact met een
ander, besmet, individu. Afhankelijk van kenmerken individu, vector, contactwijze en
gastheer
, Epidemische curve: uitzetting van het aantal opgespoorde ziektegevallen tegen het
moment waarop de verschijnselen van de ziekte bij de persoon begonnen
Puntbronuitbraak: allemaal op één bepaald moment door één bron besmet,
grafiek is snel stijgend met één vroege piek
Lange blootstelling aan een bron, grafiek is meer uitgesmeerd
Besmetting van persoon-tot-persoon, grafiek heeft meer kleinere pieken
waarbij onderlinge afstand overeenkomt met gemiddelde incubatieperiode
Doel epidemische curve
1. Afleiding van tijdstip van blootstelling
2. Evaluatie van genomen maatregelen
3. Vorm geeft info over vorm van overdracht
4. Informatie over verloop van uitbraak(stijgend/dalend)
-Introductie mazelenvaccin in 1976, echter niet volledig 100% immuun door
vaccinfalen. Vaccinatiegraad van 95% nodig om groepsimmuniteit te behalen.
-In de Bible belt zijn minder mensen gevaccineerd vanwege hun geloof, vaak toch
beschermd door kudde-immuniteit
-Er vind niet elk jaar een mazelenuitbraak plaats door groepsimmuniteit. Echter na
aantal jaar neemt deze kans toe door een opstapeling van ongevaccineerden
Kudde-immuniteit/groepsimmuniteit: ongevaccineerden zijn beschermd tegen een
infectieziekte doordat een groot deel van de populatie gevaccineerd is. Hoe
besmettelijker de infectieziekte (dus hoe hoger de R0), hoe hoger de vaccinatiegraad in
de populatie moet zijn om groepsimmuniteit te bereiken.
HC 1-5 Maatschappelijke participatie
19e eeuw: opkomst industrialisering, veel armoede, informele oplossingen
Armenwet
Kinderwetje van Van Houten
Veiligheidswet
20e eeuw: Nederland komt met ongevallenwet, invaliditeitswet, ziektewet en
ziekenfondsbesluit. Medische beoordeling arts noodzakelijk.
Na de oorlog: kwam er nieuwe kijk op sociale zekerheid door individuele voorziening
en de impact van ziekte/werkloosheid, moet beperkt blijven
WW
AOW
Bijstand
WAO
Jaren 70’ en 80’:
Ziektebegrip verandert: meer psychische en psychosociale problematiek
Oude industrie verdwijnt in hoog tempo
Verzuim en arbeidsongeschiktheid nemen toe
WAO verdisconteert kans op werk