Week 1
Werkgroepopdrachten
Opdracht 1
a. Beschrijf de volledige bestuursrechtelijke rechtsgang die voor Iraida open staat (tot en met
eventueel het hoger beroep) en noem daarbij de relevante bepalingen.
Rechtsgang (artikel 8:1 jo. 7:1 Awb)
1. B.i.p. = besluit in primo
Bezwaar, tenzij uitzonderingen onder artikel 7:1 lid 1 Awb
2. B.o.b.
3. Beroep
a. Absolute competentie à artikel 8:6 Awb; rechtbank, tenzij …
b. Relatieve competentie à artikel 8:7 Awb; besluit gemeente/provincie, dan naar die Rb. Bij
ministers, naar woonplaats indiener.
4. Hoger beroep à artikel 8:104 Awb, want Rb heeft uitspraak gedaan (artikel 8:66 Awb).
Welke hoger beroepsrechter? à bij de Afdeling, artikel 8:105 lid 1 Awb, tenzij … à dan kijken naar
de bevoegdheidsregeling H4.
b. Welk besluit is het bestreden besluit?
Beslissing op bezwaar
c. Mag Melvin na de rechterlijke uitspraak van 24 juni 2024 nog een ligplaats innemen?
Ja, want rechter heeft de b.o.b. vernietigd. Het besluit is er nog en die was dat hij een ligplaats had.
d. Wat moet het bestuursorgaan na de rechterlijke uitspraak van 24 juni 2024 doen?
Een nieuwe b.o.b. nemen.
e. Zou de rechter in de uitspraak mogen bepalen dat Melvin wel, of juist niet, aanspraak kan maken
op een vergunning en zo direct duidelijkheid mogen geven aan alle partijen?
Nee, want bestuursorgaan heeft beleidsruimte, dus dat betekent dat de rechter niks kan met het
primaire besluit.
f. Analyseer het door jou geschetste systeem van rechtsbescherming tegen de overheid in het licht
van de ervaren procedurele rechtvaardigheid. Hoe verwacht je dat de bestuursrechtelijke
rechtsgang die voor Iraida openstaat, voldoet aan de verschillende componenten van ervaren
procedurele rechtvaardigheid (zie p. 30 in het voorgeschreven artikel van Tyler)? Bespreek
hiervan één component.
Hij heeft een lijn ontwikkeld waar hij in kort bestek heeft gezegd dat als je instrumenten geeft tijdens
een procedure en de manier hoe je een procedure inricht, dat draagt bij aan de gevolgen van
rechtvaardigheid. Voice à mensen in een procedure kunnen zich uitspreken en gehoord voelen, maar
je kan hierdoor wel lang in een procedure zitten.
Opdracht 2
Toelichting: Artikel 8:1 Awb bepaalt dat alleen tegen een besluit beroep kan worden ingesteld bij de
bestuursrechter. Dit betekent dat handelingen die geen besluit zijn, niet door de bestuursrechter kunnen
,worden getoetst. Artikel 6 EVRM waarborgt het recht op een eerlijk proces. De vraag is of de beperkte
toegang tot de bestuursrechter in strijd is met dit recht.
Voordelen van het besluitbegrip:
1. Bewust ingevoerd dat je niet tegen al het overheidshandelen in kan gaan. EVRM zegt niet dat je per se
naar bestuursrechter moet gaan, maar dat er een weg openstaat voor een rechter.
Nadelen van het besluitbegrip:
1. Beperkte rechtsbescherming: Burgers hebben geen bestuursrechtelijke rechtsgang tegen feitelijke
handelingen van de overheid die hen kunnen schaden.
2. Niet duidelijk bij welke rechter je moet zijn.
3. Waarom niet al het handelen bij de bestuursrechter?
4. Niet handig dat je voor bestuursrechtelijk handelen naar twee rechters kan.
Afweging: Het besluitbegrip zorgt voor een efficiënte en overzichtelijke rechtsgang, maar kan leiden tot een
lacune in de rechtsbescherming. In de praktijk wordt dit deels ondervangen door civiele rechtsgangen of
uitbreiding van het besluitbegrip in de jurisprudentie. Echter, er blijft een risico dat bepaalde
bestuursrechtelijke geschillen niet adequaat aan een rechter kunnen worden voorgelegd, wat een
probleem kan vormen in het licht van artikel 6 EVRM.
Opdracht 3
1. B.i.p. = besluit in primo à bestuurlijke boete (beschikking = besluit (verder uitwerken!!) en
belanghebbende = Snel Geld B.V.) Ook geen uitzonderingen die staan in artikel 8:3 t/m 8:5 Awb.
Bezwaar, tenzij uitzonderingen onder artikel 7:1 lid 1 Awb à geen uitzondering
2. B.o.b.
3. Beroep
a. Absolute competentie à artikel 8:6 Awb; Beroep bij Rb mogelijk.
b. Relatieve competentie à artikel 8:7 Awb; besluit gemeente/provincie, dan naar die Rb. Bij
ministers, naar woonplaats indiener. à Rotterdam à zie H3 bijlage, artikel 7.
4. Hoger beroep à artikel 8:104 Awb, want Rb heeft uitspraak gedaan (artikel 8:66 Awb). àja
Welke hoger beroepsrechter? à bij de Afdeling, artikel 8:105 lid 1 Awb, tenzij … à dan kijken naar de
bevoegdheidsregeling H4. à Niet de Afdeling, maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven
, Aantekeningen
Rechtsgang (artikel 8:1 jo. 7:1 Awb)
1. B.i.p. = besluit in primo à besluit uitwerken!! Bij 8:1 Awb heb je een besluit en belanghebbende
nodig.
Bezwaar, tenzij uitzonderingen onder artikel 7:1 lid 1 Awb
2. B.o.b.
3. Beroep
a. Absolute competentie à artikel 8:6 Awb; rechtbank, tenzij …
b. Relatieve competentie à artikel 8:7 Awb; besluit gemeente/provincie, dan naar die Rb. Bij
ministers, naar woonplaats indiener. Altijd nog even kijken naar H3 van de bijlage!!
4. Hoger beroep à artikel 8:104 Awb, want Rb heeft uitspraak gedaan (artikel 8:66 Awb).
Welke hoger beroepsrechter? à bij de Afdeling, artikel 8:105 lid 1 Awb, tenzij … à dan kijken naar de
bevoegdheidsregeling H4.
Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak H2 + H4 tabje
8:3 t/m 8:5 Awb à uitzonderingen!!