📚
Samenvatting Goederenrecht
Bezit, eigendom en houderschap
1. Eigendom
Definitie: Eigendom is het meest omvattende recht dat iemand op een zaak
kan hebben (art. 5:1 BW). De eigenaar mag de zaak naar eigen inzicht
gebruiken, bezwaren of vervreemden, binnen de grenzen van de wet.
Eigendomsverkrijging kan op meerdere manieren, maar het startpunt is
3:80 BW:
Lid 2: verkrijging onder algemene titel (limitatieve opsomming)
Lid 3: verkrijging onder bijzonder titel (niet volledig opsomming).
Kenmerken:
De eigenaar heeft zowel de feitelijke macht (gebruik) als het juridische
recht op de zaak.
Eigendom is exclusief: anderen mogen de zaak niet zonder
toestemming gebruiken.
De eigenaar kan zijn eigendomsrecht afdwingen via revindicatie (art.
5:2 BW).
Voorbeeld: Als je een fiets koopt en deze volledig hebt betaald, ben je de
eigenaar. Niemand mag jouw fiets gebruiken zonder jouw toestemming.
2. Bezit
Definitie: Bezit is het houden van een goed voor jezelf (art. 3:107 BW). Het
combineert feitelijke macht over een goed (corpus) met de intentie om het
goed voor zichzelf te houden (animus).
Kenmerken:
Een bezitter hoeft niet per se eigenaar te zijn. Een dief kan bijvoorbeeld
bezitter zijn van een gestolen fiets.
Samenvatting Goederenrecht 1
, Bezit kan leiden tot eigendom door verjaring (art. 3:99 BW).
Er is geen rechtsverhouding met een ander vereist; bezit staat vaak los
van afspraken met derden.
Middelijk bezit → dit houdt in dat de bezitter het goed niet zelf onder zich
heeft, maar via een ander persoon (de houder). De middellijke bezitter
oefent dus geen directe feitelijke macht uit, maar heeft wel het recht om dat
te doen (art. 3:107 lid 3 BW)
Onmiddelijk bezit → dit houdt in dat de bezitter het goed zelf onder zich
heeft en feitelijke macht uitoefent over het goed (3:197 lid 1 BW).
Voorbeeld: Iemand vindt een verloren portemonnee en besluit deze te
houden. Die persoon is bezitter, maar geen eigenaar.
3. Houderschap
Definitie: Houderschap betekent dat iemand feitelijke macht uitoefent over
een goed, maar dit doet namens of voor een ander (art. 3:107 lid 4 jo. 3:108
BW). De houder heeft geen intentie om het goed voor zichzelf te houden.
Kenmerken:
Houderschap is altijd gebaseerd op een rechtsverhouding met de
eigenaar (bijvoorbeeld huur, bruikleen of pacht).
Een houder kan niet door verjaring eigenaar worden (art. 3:111 BW).
Houderschap kan niet spontaan overgaan in bezit.
Middelijk houder: houden voor een ander via een derde houder.
Onmiddellijk houder: direct het goed onder zich hebben voor een ander.
Voorbeeld: Iemand huurt een auto bij een verhuurbedrijf. De huurder is
houder van de auto en oefent feitelijke macht uit, maar blijft dit doen
namens de verhuurder.
Schema eigendom, bezit en houderschap
Aspect Eigendom Bezit Houderschap
Feitelijke macht over
Meest omvattende Feitelijke macht over
een goed voor
Definitie recht op een zaak een goed voor een
zichzelf (art. 3:107
(art. 5:1 BW). ander (art. 3:108 BW).
BW).
Samenvatting Goederenrecht 2
, Gebaseerd op
Rechtsgrondslag Zakelijk recht Feitelijke situatie rechtsverhouding met
eigenaar
Feitelijke macht
Ja Ja Ja
(corpus)
Intentie (animus) Ja Ja Nee
Eigenaarschap
Ja Nee Nee
vereist?
Kan leiden tot Ja, door verjaring
N.v.t. Nee (art. 3:111 BW).
eigendom? (art. 3:99 BW).
Eigenaar van een
Voorbeelden Dief van een fiets Huurder van een auto
huis
Overdracht van een goed
Voor zover de wet niet anders bepaald, is overdracht van toepassing op alle
soorten goederen: alle zaken en vermogensrechten art. 3:1 BW. Je krijgt alleen
de activa (rechten) en niet de plichten.
3:83 lid 1 BW: geeft hoofdregel dat eigendom, beperkte rechten en
vorderingsrechten overdraagbaar zijn.
3:84 lid 1 BW: geeft vereisten voor overdracht van een goed: Belangrijkste
wijze van overdracht
Dit is een derivatieve verkrijging: want je verkrijgt van de oorspronkelijke
eigenaar.
Voorwaarden (art. 3:84 BW)
1. Geldige titel
2. Beschikkingsbevoegdheid
3. Levering
Geldige titel
Uit overeenkomst ontstane verbintenissen tot overdracht; bijv:
koop;
ruil;
Samenvatting Goederenrecht 3
, schenking;
uiterste wilsbeschikking.
Uit de wet; bijv:
art. 6:271 BW → verbintenis tot ongedaan making ontstaan ten gevolge
van ontbinding van een overeenkomst;
art. 6:203 BW → verbintenis tot ongedaan making op grond van
onverschuldigde betaling;
art. 6:162 BW → verbintenis tot schadevergoeding in nature op grond
van onrechtmatige daad.
Natuurlijke verbintenissen strekkende tot overdracht.
💡 Causaal overdrachtsstelsel
Het BW kent een causaal overdrachtsstelsel: de levering moet haar
causa (oorzaak) hebben in een geldige titel, wil de overdracht tot
stand komen. Indien dit niet het geval is, dan is er geen overdracht –
geen rechtsovergang – tot stand gekomen.
Levering
Levering van onroerende zaken (registergoederen): 3:89 BW
Levering van roerende zaken (niet registergoederen): 3:90 jo. 3:114 BW
Vorderingsrechten: 3:94 BW
In geval van bezitsverschaffing: 3:90 BW
In geval van levering ten uitvoering onder opschortende voorwaarde:
3:91 BW
Beschikkingsbevoegd
Voor een overdracht is vereist dat de levering wordt verricht ‘door hem die
bevoegd is over het goed te beschikken’, dit omvat zowel het vervreemden als
het bezwaren van een goed.
Bezitsverschaffing en bezitsoverdracht
3:90 lid 1 BW → bezitsverschaffing is vereist.
Samenvatting Goederenrecht 4
Samenvatting Goederenrecht
Bezit, eigendom en houderschap
1. Eigendom
Definitie: Eigendom is het meest omvattende recht dat iemand op een zaak
kan hebben (art. 5:1 BW). De eigenaar mag de zaak naar eigen inzicht
gebruiken, bezwaren of vervreemden, binnen de grenzen van de wet.
Eigendomsverkrijging kan op meerdere manieren, maar het startpunt is
3:80 BW:
Lid 2: verkrijging onder algemene titel (limitatieve opsomming)
Lid 3: verkrijging onder bijzonder titel (niet volledig opsomming).
Kenmerken:
De eigenaar heeft zowel de feitelijke macht (gebruik) als het juridische
recht op de zaak.
Eigendom is exclusief: anderen mogen de zaak niet zonder
toestemming gebruiken.
De eigenaar kan zijn eigendomsrecht afdwingen via revindicatie (art.
5:2 BW).
Voorbeeld: Als je een fiets koopt en deze volledig hebt betaald, ben je de
eigenaar. Niemand mag jouw fiets gebruiken zonder jouw toestemming.
2. Bezit
Definitie: Bezit is het houden van een goed voor jezelf (art. 3:107 BW). Het
combineert feitelijke macht over een goed (corpus) met de intentie om het
goed voor zichzelf te houden (animus).
Kenmerken:
Een bezitter hoeft niet per se eigenaar te zijn. Een dief kan bijvoorbeeld
bezitter zijn van een gestolen fiets.
Samenvatting Goederenrecht 1
, Bezit kan leiden tot eigendom door verjaring (art. 3:99 BW).
Er is geen rechtsverhouding met een ander vereist; bezit staat vaak los
van afspraken met derden.
Middelijk bezit → dit houdt in dat de bezitter het goed niet zelf onder zich
heeft, maar via een ander persoon (de houder). De middellijke bezitter
oefent dus geen directe feitelijke macht uit, maar heeft wel het recht om dat
te doen (art. 3:107 lid 3 BW)
Onmiddelijk bezit → dit houdt in dat de bezitter het goed zelf onder zich
heeft en feitelijke macht uitoefent over het goed (3:197 lid 1 BW).
Voorbeeld: Iemand vindt een verloren portemonnee en besluit deze te
houden. Die persoon is bezitter, maar geen eigenaar.
3. Houderschap
Definitie: Houderschap betekent dat iemand feitelijke macht uitoefent over
een goed, maar dit doet namens of voor een ander (art. 3:107 lid 4 jo. 3:108
BW). De houder heeft geen intentie om het goed voor zichzelf te houden.
Kenmerken:
Houderschap is altijd gebaseerd op een rechtsverhouding met de
eigenaar (bijvoorbeeld huur, bruikleen of pacht).
Een houder kan niet door verjaring eigenaar worden (art. 3:111 BW).
Houderschap kan niet spontaan overgaan in bezit.
Middelijk houder: houden voor een ander via een derde houder.
Onmiddellijk houder: direct het goed onder zich hebben voor een ander.
Voorbeeld: Iemand huurt een auto bij een verhuurbedrijf. De huurder is
houder van de auto en oefent feitelijke macht uit, maar blijft dit doen
namens de verhuurder.
Schema eigendom, bezit en houderschap
Aspect Eigendom Bezit Houderschap
Feitelijke macht over
Meest omvattende Feitelijke macht over
een goed voor
Definitie recht op een zaak een goed voor een
zichzelf (art. 3:107
(art. 5:1 BW). ander (art. 3:108 BW).
BW).
Samenvatting Goederenrecht 2
, Gebaseerd op
Rechtsgrondslag Zakelijk recht Feitelijke situatie rechtsverhouding met
eigenaar
Feitelijke macht
Ja Ja Ja
(corpus)
Intentie (animus) Ja Ja Nee
Eigenaarschap
Ja Nee Nee
vereist?
Kan leiden tot Ja, door verjaring
N.v.t. Nee (art. 3:111 BW).
eigendom? (art. 3:99 BW).
Eigenaar van een
Voorbeelden Dief van een fiets Huurder van een auto
huis
Overdracht van een goed
Voor zover de wet niet anders bepaald, is overdracht van toepassing op alle
soorten goederen: alle zaken en vermogensrechten art. 3:1 BW. Je krijgt alleen
de activa (rechten) en niet de plichten.
3:83 lid 1 BW: geeft hoofdregel dat eigendom, beperkte rechten en
vorderingsrechten overdraagbaar zijn.
3:84 lid 1 BW: geeft vereisten voor overdracht van een goed: Belangrijkste
wijze van overdracht
Dit is een derivatieve verkrijging: want je verkrijgt van de oorspronkelijke
eigenaar.
Voorwaarden (art. 3:84 BW)
1. Geldige titel
2. Beschikkingsbevoegdheid
3. Levering
Geldige titel
Uit overeenkomst ontstane verbintenissen tot overdracht; bijv:
koop;
ruil;
Samenvatting Goederenrecht 3
, schenking;
uiterste wilsbeschikking.
Uit de wet; bijv:
art. 6:271 BW → verbintenis tot ongedaan making ontstaan ten gevolge
van ontbinding van een overeenkomst;
art. 6:203 BW → verbintenis tot ongedaan making op grond van
onverschuldigde betaling;
art. 6:162 BW → verbintenis tot schadevergoeding in nature op grond
van onrechtmatige daad.
Natuurlijke verbintenissen strekkende tot overdracht.
💡 Causaal overdrachtsstelsel
Het BW kent een causaal overdrachtsstelsel: de levering moet haar
causa (oorzaak) hebben in een geldige titel, wil de overdracht tot
stand komen. Indien dit niet het geval is, dan is er geen overdracht –
geen rechtsovergang – tot stand gekomen.
Levering
Levering van onroerende zaken (registergoederen): 3:89 BW
Levering van roerende zaken (niet registergoederen): 3:90 jo. 3:114 BW
Vorderingsrechten: 3:94 BW
In geval van bezitsverschaffing: 3:90 BW
In geval van levering ten uitvoering onder opschortende voorwaarde:
3:91 BW
Beschikkingsbevoegd
Voor een overdracht is vereist dat de levering wordt verricht ‘door hem die
bevoegd is over het goed te beschikken’, dit omvat zowel het vervreemden als
het bezwaren van een goed.
Bezitsverschaffing en bezitsoverdracht
3:90 lid 1 BW → bezitsverschaffing is vereist.
Samenvatting Goederenrecht 4