Op langere termijn krijgt de getroffene last van indringende beelden (herbelevingen) van het
gebeurde, gaat hij situaties en zaken hier die herinneringen aan oproepen vermijden of gaat
hij extreme schrikachtigheid vertonen. Als er sprake is van een scala aan andere emotionele
problemen die mensen beperken in hun dagelijks functioneren, spreken we vaak van een
posttraumatische stressstoornis (PTSS). In meer dan 80% van de gevallen komt PTSS voor
in combinatie met een andere stoornis, zoals een depressie, verslaving, een andere
angststoornis of een dissociatieve stoornis.
1
,Relatief veel mensen bij wie de symptomen niet volledig voldoen aan het symptomatologisch
beeld van een PTSS (criteria A, B, C en D) houden aan een ingrijpende ervaring PTSS-
achtige klachten over, waarbij de diagnose formeel niet kan worden gesteld. In dat geval
spreken we van partiële PTSS.
Uit onderzoek komt naar voren dat bij ernstige vormen van PTSS een farmacologische
aanpak, bijvoorbeeld door middel van antidepressiva, maar beperkt werkzaam is.
De twee therapieën met de sterkste empirische basis zijn gedagstherapie (imaginaire
exposure) en Eye Movement Desensitization and Reprocessing, kortweg EMDR.
SUD: Emotionele lading van een herinneringsbeeld.
Het gebruik van EMDR bij de behandeling van angststoornissen: In de praktijk wordt er in
toenemende mate gebruikgemaakt van het verzwakken van zogenoemde flashforwards, met
als doel anticipatieangst te bestrijden en vermijding te doorbreken.
1. Inleiding
1.1 Achtergronden van EMDR
Francine Shapiro (grondlegster EMDR) ging ervan uit dat zeer ingrijpende gebeurtenissen
de emotionele balans van de hersenen zodanig verstoorden, dat tijdens zo’n gebeurtenis
herinneringen, en de daarbij behorende cognities, emoties en fysiologische reacties, als het
ware in ‘bevroren’ toestand in de hersenen werden opgeslagen. Onder invloed van de
oogbewegingen zouden, door middel van een proces dat overeenkomsten vertoont met de
REM-slaap, deze opgeslagen traumatische belevingen vrijkomen en alsnog kunnen worden
verwerkt.
1.2 Oogbewegingen of niet?
Oogbeweging worden op ongeveer 30 centimeter afstand van het gezicht van de cliënt heen
en weer bewogen. Op deze manier maakt de therapeut series van ongeveer 25
oogbewegingen.
2
,Een in Nederland veel toegepaste vorm van externe stimulatie of ‘werkgeheugenbelastende
taak’ is de auditieve variant. Hierbij wordt in veel gevallen gebruikgemaakt van een
audiospeler waarop speciale geluiden (‘klikjes’) te horen zij. Inmiddels is vastgesteld dat een
variëteit aan andere geheugenbelastende taken (bijvoorbeeld het gebruik van ‘trillers’ in de
handen, handbewegingen met ingewikkelde patronen, ‘bilateraal’ tikken op beide schouders
of benen, hardop tellen en hoofdrekenen) een desensitiserend effect op herinneringen en
andere mentale representaties kan hebben. Tot nu toe is de vingers van de therapeut met
de ogen volgen de effectiefste taak gebleken.
Onderzoek laat zien dat het ophalen van herinneringen (recall) in combinatie met het volgen
van de vingers van de therapeut of met andere werkgeheugenbelastende taken, al dan niet
bilateraal, in feite leidt tot ten minste drie typen effecten: een toename van het vermogen
zich gebeurtenissen te herinneren, een vermindering van de helderheid en emotionaliteit van
herinneringsbeelden, en een verlaging van het arouselniveau. Onderzoek naar het effect
van oogbewegingen op fysiologische processen geeft aan dat het lichaam geleidelijk in een
ontspannen toestand wordt gebracht, waarbij onder andere huidgeleiding, hartslagfrequentie
en bloeddruk afnemen.
1.3 Desensitisatie of niet?
Shapiro's eerste observaties van het EMDR-proces bij cliënten gaven haar het idee dat de
EMDR-procedure vooral angstreductie (desensitization) bewerkstelligde. Ze
conceptualiseerde daarom de waargenomen effecten in een gedragstherapeutisch kader,
een desensitisatiemodel.
1.4 Kritiek
Er blijkt een verscheidenheid aan reacties op te treden, waaronder cognitieve fenomenen,
zoals spontane veranderingen in betekenisverlening aan de traumatische gebeurtenis.
Shapiro stelde dat deze effecten het beste kunnen worden begrepen in termen van een
informatieverwerking (reprocessing). In 1990 is het dus EMDR geworden in plaats van
EMD.
1.5 Procedurele aspecten van EMDR
EMDR is een geprotocolleerde procedure voor de behandeling van PTSS en andere ‘aan
trauma gerelateerde’ stoornissen.
3
, Het doel van de EMDR-procedure kan worden omschreven in termen van het bereiken van
een eindtoestand, waarbij in ieder geval aan de volgende twee criteria moet zijn voldaan:
- De spanning ten opzichte van het targetbeeld moet zijn geminimaliseerd;
- De geloofwaardigheid van een positieve gedachtegang moet zijn gemaximaliseerd.
4