Nederlands recht in civiele traditie
(RGBUPRV023)
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Deze samenvatting bevat alle belangrijke stof voor deze week van het vak Nederlands recht
in civiele traditie (RGBUPRV023) aan de Universiteit Utrecht in 2026.
De samenvatting bevat handige stappenplannen, overzichtjes en kernpunten per onderwerp.
Perfect om snel en gestructureerd te leren zonder alle stof opnieuw door te ploegen.
Met deze samenvatting heb ik zelf een 10 gehaald voor het tentamen in 2026, dus hij is
helemaal tentamen-proof.
Kijk ook eens naar mijn andere materiaal:
● Heb je meer weken gemist? Ik heb van alle weken van dit vak losse samenvattingen
online staan, evenals een voordelige verzamelbundel.
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Week 7: Buitencontractuele Verbintenissen – Van
Romeins Recht tot Lindenbaum/Cohen en Quint/te
Poel
Onderwerpen:
1. Bronnen der verbintenis: Een verbintenis, wat is dat eigenlijk? Welke bronnen
van verbintenis zijn in het recht aanwezig? Deze technisch-juridische vragen worden
in de Instituten van Justinianus eenvoudig beantwoord, en kennen een sterke
doorwerking in de civiele, maar ook in de common law traditie. Op de Justiniaanse
indeling kan wat worden gevarieerd, zoals we kunnen zien in het arrest Quint/te Poel.
In de indelingen kunnen we eveneens al veel afleiden betreffende de onderliggende
rechtstheorie: wie maakt het recht? Wetgever, rechter of samenleving? In de
voorgeschreven arresten Lindenbaum/Cohen en Quint/te Poel komt ook die kwestie
aan de orde. Uiteindelijk moet de vraag naar persoonlijke gebondenheid ook meer
fundamenteel worden bevraagd: hoe kan de persoonlijke gebondenheid worden
gelegitimeerd?
2. Onrechtmatige daad: (i) De verbintenis uit onrechtmatige daad – obligatio ex
delicto – is een van de archetypen van bronnen van verbintenissen. Het Romeinse
recht heeft een kleurrijker ordening van het onrechtmatige daadsrecht – waarbij
systematiek en concepten in traditie door publieke belangen, incidentele wetgeving
en casuistiek werden gevormd, en deels werden gerecipieerd. Daarover de mooie
uiteenzetting in Prota – par. 60-69. (ii) De verbintenis uit onrechtmatige daad zoals
die bij ons in artikel 6:162 BW aantreffen heeft ook veel moois in petto. We zien de
, rechtsontwikkeling gedetailleerd gestalte krijgen in samenspel van wetgeving,
jurisprudentie en doctrine, met individuele juristen als prominente spelers in het spel
van het recht. De kleine verandering in de tekst van artikel 1401 OBW ten opzichte
van het Franse artikel 1382 Cc had grote gevolgen: elke daad verplicht tot
schadevergoeding? Nee, alleen onrechtmatige daden! Wie kon daar nu tegen zijn?
De risico-aansprakelijkheid voor zaken illustreert prachtig dat ook op grond van de
enkele tekst twee hoogst verschillende betekenissen in artikel 1403 verdedigd
kunnen worden. De oude instituten-systematiek van verbintenissen wordt
gerecipieerd in de vroeg-moderne tijd, maar in 1838 in onze streken beargumenteerd
verlaten.
1. Bronnen van verbintenis
Rode draad
Deze week draait om één centrale vraag: wanneer ben je verplicht om schade te
vergoeden aan een ander, zonder dat er een contract tussen jullie bestaat? Het
antwoord op die vraag heeft zich over eeuwen ontwikkeld — van het Romeinse casuïstische
stelsel, via de codificaties van de 19e eeuw, tot de baanbrekende arresten
Lindenbaum/Cohen (1919) en Quint/te Poel (1959).
Steeds terugkerend is de spanning tussen drie krachten: de wetgever, de rechter en de
maatschappelijke opvattingen. Wie bepaalt wat recht is? En hoeveel ruimte heeft de
rechter om buiten de wet om recht te vinden? Die methodologische spanning — legisme vs.
vrije rechtsvinding — loopt als een rode draad door alle onderwerpen heen.
1.1 Het Romeinse classificatiesysteem
Een verbintenis (obligatio) is een rechtsband waardoor iemand verplicht is tot een prestatie
jegens een ander. Dat het Romeinse recht een casuïstisch rechtssysteem vormt, wordt
nergens duidelijker dan in het verbintenissenrecht. Hoewel persoonlijke verplichtingen al
heel vroeg afdwingbaar zijn, worden de grondslagen pas door Gaius voor het eerst
systematisch gecategoriseerd.
Gaius (ca. 160 n.Chr.) maakte een tweedeling: verbintenissen ontstaan:
● A. óf uit contract (ex contractu)
● B. óf uit delict (ex delicto).
Dit was helder, maar bleek later te grofmazig — er waren situaties die in geen van beide
categorieën pasten.
Justinianus verfijnde dit tot vier categorieën (Inst. 3.13.2):
● A. Contract (ex contractu) — wilsovereenstemming (bv. koop/verkoop)
○ Voorbeeld werkgroep: Claudia Spicata spreekt met Lucius af dat zij een toga
voor hem zal weven tegen betaling van 20 denarii — dit is een contractuele
verbintenis door wilsovereenstemming (consensu).
● B. Quasi-contract (quasi ex contractu) — geen afspraak, maar gebondenheid uit
redelijkheid (bv. zaakwaarneming, ongerechtvaardigde verrijking)
○ Voorbeeld werkgroep: Lucius redt de paarden van Gaius uit een brandende
schuur en loopt daarbij brandwonden op — zaakwaarneming. Hij laat zich