Nederlands recht in civiele traditie
(RGBUPRV023)
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Deze samenvatting bevat alle belangrijke stof voor deze week van het vak Nederlands recht
in civiele traditie (RGBUPRV023) aan de Universiteit Utrecht in 2026.
De samenvatting bevat handige stappenplannen, overzichtjes en kernpunten per onderwerp.
Perfect om snel en gestructureerd te leren zonder alle stof opnieuw door te ploegen.
Met deze samenvatting heb ik zelf een 10 gehaald voor het tentamen in 2026, dus hij is
helemaal tentamen-proof.
Kijk ook eens naar mijn andere materiaal:
● Heb je meer weken gemist? Ik heb van alle weken van dit vak losse samenvattingen
online staan, evenals een voordelige verzamelbundel.
----------------------------------------------------------------------------------------------------
,INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE 2
Week 1: Nederlands Recht in de Civiele Traditie 4
1. De overkoepelende vraag: Wat is Rechtsgeschiedenis? 4
2. Methodologie van het privaatrecht: Paul Scholten 5
3. De Civiele Traditie: Tijdlijn & Ontwikkeling 6
Fase 1: Romeins Recht (Oudheid) 6
Fase 2: De Receptie (Middeleeuwen & Vroegmoderne Tijd) 7
Fase 3: Codificatie & Doorwerking tot heden 8
4. Het Academische Debat: Ankum vs. Zwalve 9
Week 2: Procesrecht & Rechterlijke Organisatie 11
1. Wat is procesrecht? 11
2. De drie fasen van het Romeinse procesrecht 13
Fase 1: Legis Actiones (XII Tafelen – gesloten stelsel) 13
Fase 2: Formulaproces (Klassiek Romeins recht, ca. 100 n.Chr.) 13
Fase 3: Cognitio Extraordinaria (Justiniaans recht, ca. 500 n.Chr.) 15
3. Rechtsbeginselen vergeleken 15
4. Middeleeuwen, vroegmoderne tijd en de Republiek 15
Week 3: Goederenrecht: systematiek, zaken en eigendom 18
1. Systematiek van het vermogensrecht 18
2. Het gesloten stelsel (numerus clausus) — Blaauboer/Berlips 19
3. Classificatie van zaken 22
Week 4: Eigendom, Verkrijging & Overdracht 27
Overkoepelend thema: De illusie van het absolute eenheidsbegrip 27
1. Eigendom 28
2. Stelsels van overdracht 29
3. Romeinsrechtelijke grondslagen en de causadiscussie 31
4. Fiduciaire verhoudingen en gemengde rechtsstelsels 34
5. De bijzondere positie van roerende zaken (Houden van Koffie) 35
Week 6: Zekerheidsrechten, Gemengde Rechtsstelsels en Fundamentele
Goederenrechtelijke Leerstukken 38
1. Zekerheidsrechten en hun historische ontwikkeling (Zwalve & Lokin) 38
2. Tatham v Andree (1863) 41
3. Gemengde rechtsstelsels (K.G.C. Reid) 42
4. Eigendomsverkrijging en beperkte genotsrechten (Lokin) 44
Week 7: Buitencontractuele Verbintenissen – Van Romeins Recht tot
Lindenbaum/Cohen en Quint/te Poel 50
1. Bronnen van verbintenis 50
2. De historische ontwikkeling van de onrechtmatige daad 54
3. Aansprakelijkheid voor zaken (risicoaansprakelijkheid) 58
4. Romeinsrechtelijke acties bij diefstal (Furtum) 61
Week 8: Overeenkomstenrecht — Van het gesloten Romeinse systeem naar moderne
wilsovereenstemming 64
1. Fundamenten en ontwikkeling van het overeenkomstenrecht 64
, 2. Romeins contractenrecht in de praktijk 68
3. Derdenbedingen en contractuele gebondenheid (privity of contract) 69
4. Buitengewone benadeling (laesio enormis) 71
5. Overdracht van vorderingen: cessie en de VOC-praktijk 73
6. De Byzantijnse traditie en de overlevering van het Romeinse recht 75
-----------------------------------------------
, Week 1: Nederlands Recht in de Civiele Traditie
Onderwerpen:
1. De geschiedenis in het Nederlandse recht
2. Romeins recht - de civiele traditie
1. De overkoepelende vraag: Wat is Rechtsgeschiedenis?
Het hoorcollege opent met een fundamentele vraag die steeds terugkeert — niet alleen in
het onderwijs, maar ook in de rechtswetenschap, de rechtspraak en de wetgeving:
‘’onderwijzen we het juridische verleden op zichzelf, of in verband met het heden?
De kernspanning in dit vak is dezelfde als de Ankum-Zwalve-discussie:
rechtsgeschiedenis als historische discipline (begrijpen op zichzelf) vs.
rechtsgeschiedenis als juridische discipline (begrijpen ten dienste van het heden)
Twee academische perspectieven:
● A. Patrick Glenn (Oxford Handbook of Comparative Law, 2008) wijst op een
fundamentele spanning:
○ Het hedendaagse nationale rechtssysteem representeert het recht zoals het
op dit moment geldt. Zodra recht niet meer geldt, wordt het 'dood recht' —
rechtsgeschiedenis is dus de studie van recht dat niet meer van kracht is
○ Tegelijk waarschuwt Glenn: als je rechtssystemen fixeert op één moment in
de tijd, verlies je de dynamiek van het discours, de verandering van het
systeem door de tijd, en elk gevoel van richting dat dat kan bieden.
● B. Zimmermann (Oxford Handbook of Comparative Law, 2006) verdedigt het
belang van de rechtsgeschiedenis vanuit een andere hoek:
○ Historische wetenschap vormt de basis voor rechtsvergelijking en helpt ons
de gemeenschappelijke grond te herkennen die nog steeds bestaat tussen
nationale rechtssystemen als gevolg van een gemeenschappelijke traditie
○ Begrip van het verleden is de eerste en essentiële voorwaarde voor het
formuleren van passende oplossingen voor het heden
Contextualiteit van recht
Recht moet altijd worden begrepen in zijn context (intellectueel, politiek, sociaal én
economisch). Om rechtsontwikkeling te begrijpen, gebruik je de legal formants:
● a. Rechtsregels en begrippen — welk begrip wordt gebruikt, wat betekent het,
welke regel geldt (nog), onder welke condities en waarom?
● b. Rechtsvorming — welke uitleg of argumenten zijn geaccepteerd, en waarom?
● c. Rechtsbron — wetgever, rechter, literatuur, gewoonte, ratio — waarom deze
bron?
● d. Instituties of personen — wie maakt het recht?