Strafprocesrecht hoorcolleges
Week 1: Het Strafproces
Werkgroepen vanuit rollen: vraag vanuit een ander perspectief benaderen dan alleen vanuit de
rechter. Wordt in Casuscollege gespecificeerd.
Nadere duiding begrip strafprocesrecht
Definities op slide. Gaat om het proces.
• Het strafprocesrecht biedt het model waarin het materiële recht tot leven komt (het
strafproces als schakel tussen feit en reactie)
• Procesrecht heeft dienende functie naar materiële recht. Maar steeds vaker zie je
dat strafproces zelfstandige functie heeft – als ernstig strafbare feit heeft
plaatsgevonden dient het een functie dat er een arrestatie is etc.
• Het strafprocesrecht heeft ook een eigen, zelfstandige dimensie
• We willen als samenleving dat overheid namens ons burgers optreedt tegen
criminaliteit, en dat gebeurt via strafprocesrecht.
• Rechtsbescherming neemt daarbinnen een belangrijke plek in
• Twee aspecten: bevoegdheidstoedeling enerzijds en begrenzing anderzijds
Doelstellingen:
• Waarheidsvinding
Zoeken naar de ‘materiële’ waarheid
Toepassing van het strafrecht op de ‘werkelijk’ schuldigen
Om onderzoek te doen moet je bevoegdheden hebben, procesrecht geeft dit aan politie –
mensen aanhouden, telefoontaps, DNA, huiszoeking, fouilleren etc. Zonder strafprocesrecht zouden
deze mogelijkheden niet bestaan. Leidende beginsel: legaliteitsbeginsel; pas als de weg
mogelijkheden biedt zijn die mogelijkheden er (dit is uitgangspunt, dit is te plat gezegd, komen we
later op).
• Rechtsbescherming
Bescherming van de burger tegen de almacht van de staat
Voor verdachten, maar ook voor de burger die zonder het te willen in het strafproces wordt
betrokken
Vrijwel elke bevoegdheid die wordt ingezet maakt inbreuk op grondrechten. Daarvoor wettelijke
grondslag nodig.
Strafprocesrecht is constant zoeken naar balans tussen waarheidsvinding en rechtsbescherming.
Bevoegdheden gebruiken is alleen mogelijk onder voorwaarden, en die voorwaarden bieden
rechtsbescherming. Meest belangrijke voorwaarde, kern strafprocesrecht: iemand moet eerst
verdachte zijn, er moet eerst een verdenking zijn. Pas dan kun je bevoegdheden inzetten.
Duiden procesmodellen:
1. Accusatoir proces
Gaan primair uit van gelijkwaardigheid procespartijen – twee partijen van gelijke waarde die
samen tot waarheid komen.
Materiele waarheid (wat er echt gebeurd is) niet zo belangrijk. In dit model ga je uit van
formele waarheid – waarheid zoals die heeft te gelden tussen procespartijen. Hoeft niet te
corresponderen met materiele waarheid. Biedt mogelijkheid om een soort waarheid af te
spreken (zoals plea bargain). Als de een iets stelt en de ander weerspreekt/betwist niet, dan is
het ‘waar’.
, Rechter is meer scheidsrechter, procespartijen moeten waarheid vinden met elkaar
Mondelinge procesvoering
Heeft vaak jury’s die zich uitlaat over schuld en onschuld. Je toetst informatie aan de
voorkant; wat is wel niet rechtmatig verkregen, alleen rechtmatig verkregen wordt aan jury
laten zien.
2. Inquisitoir proces
Meer ongelijkheid in procespartijen; verdachte is onderliggende partij – onderzoek naar
verdachte, proberen waarheid te achterhalen uit verdachte. OM is machtige partij.
Rechter is actieve rechter die zelfstandig op zoek gaat naar materiele waarheid.
Gebeurt veel buiten de rechtszaal, daar vind het al het onderzoek plaats, worden verslagen
van gemaakt, samen in een dossier. Op zitting wordt vooral dossier besproken.
Heeft vaak professionele rechter, die laat zelf onrechtmatig verkregen bewijs buiten
beschouwing.
In NL meer inquisitoire kant, maar betekent niet dat we volledig inquisitoir procesmodel hebben.
Contradictoire elementen: verdachte nu ook als gelijkwaardige procespartij. NL leert van EHRM, bijv.
art. 6 EVRM. Bijv. recht op een raadsman, dat is in NL redelijk nieuw door EVRM. Staat nu ook in Sv.
Schuift meer naar accusatoir, maar niet volledig. Hebben nog steeds actieve rechter en grote rol
procesdossier. NL probeert sterke kanten beide stelsels in zich te verenigen.
Kenmerken van het Nederlandse strafproces
Beroepsrechter, geen lekeninbreng: alleen professionals. Draagvlak voor jury’s is niet heel groot. In
VS wordt als grondrecht gezien om door je gelijken te worden berecht en niet in overheid. In NL
groot vertrouwen in overheid, hierin zijn we meer uitzondering dan regel. België heeft ook jury.
Zwaar accent op vooronderzoek: wij doen dit vooral in het voortraject. Politie doet onderzoek, OvJ
helpt mee en geeft leiding. Uiteindelijk moet dit uitmonden in een soort panklaar strafdossier, dat
stuur je naar de rechter, en de rechter hoeft alleen op basis daarvan te zeggen: ja schuldig of nee
vrijspraak.
Minder goede kant: gevaar van tunnelvisie. Neiging om vooral open te staan voor die informatie die
jouw hypothese bevestigt en informatie die ontkracht te negeren.
Je hebt tegenspraak nodig om te zorgen dat je onbevangen oordeelt.
Bronnen van strafprocesrecht
Startpunt is Sv. Wetboek is uit 1926. Wordt nu nagedacht over modernisering.
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel: art. 1 Sv. Alleen op wijze bij de wet voorzien; wet in formele zin –
wetten gemaakt door regering samen met Staten Generaal (Muilkorf arrest).
(materieelrechtelijk legaliteitsbeginsel is art. 1 Sr – hoeft niet wet in formele zin te zijn, strafbare
feiten kunnen ook door lagere wetgevers worden bepaald)
Strafvordering is exclusieve bevoegdheid formele wetgever. Is echt nationale aangelegenheid.
Betekent niet dat alles wat je moet weten over strafvordering in formele wetten staat, want
delegatie mag wel. Bijv. hoe DNA afgenomen is AmvB – uitwerking in AmvB’s.
De wet = wet in formele zin.
Niet alleen Sv, maar ook bijzondere wetten: bijv. opium, wet wapens en munitie, wegenverkeerswet,
wet op economische delicten. Bevat veel materieel recht, maar vaak wel degelijk ook een stukje
formeel. Gaat vaak over onderzoeksbevoegdheden, bijv. mag politie eerder woning binnentreden als
vermoeden wapens is dan bij regulier delict. Let op uitzonderingsbepalingen.
Natuurlijk ook verdragenrecht. Vanwege inbreuk op grondrechten. Door EVRM (RvE).
,Inmiddels ook strafprocesrecht onder nadrukkelijke invloed Unierecht. Bijv. recht op rechtsbijstand,
was ingekopt door EHRM bij Salduz, maar daarna heeft EU Richtlijn van gemaakt en die hebben we
geïmplementeerd.
Beleidsregels OM – OM maakt vervolgingsbeleid. Wat OM doet met een verdenking wordt bepaald
door richtlijnen – of je voor de rechter moet komen, of strafbeschikking etc. Iedereen die een fiets
steelt moet hetzelfde worden behandeld. Dit beleid is vaak openbaar, staat online.
Beginselen goede procesorde, waaronder vertrouwensbeginsel, detournement de pouvoir etc.. Hoe
kan dat we ongeschreven rechtsbeginselen hanteren, terwijl art. 1 Sv? Omdat het alleen maar ten
goede van verdachte kan komen. Legaliteitsbeginsel biedt verdachte bescherming tegen overheid,
daar is het voor. Rechtsbescherming. Ongeschreven rechtsbeginselen bieden extra
rechtsbescherming. Dus vandaar verdragen deze ongeschreven beginselen zich wel met
legaliteitsbeginselen.
En jurisprudentie.
Ontwikkelingen op het terrein va het strafproces(recht)
• Technologische vooruitgang en digitalisering – criminaliteit verplaatst zich meer van de straat
naar digitale wereld, daar is strafprocesrecht van oudsher niet op berekend.
• Internationalisering van criminaliteit en de aanpak daarvan - want soevereiniteit
• Bezuinigingen en druk op de rechtspraak – gaat veel om geld
• Afdoening buiten de rechter om
• Modernisering van het Wetboek van Strafvordering
Opportuniteitsbeginsel; OM dat zelfstandig kan beslissen om wel of niet te vervolgen. Ook
bewijsbare zaken kunnen we naast ons neerleggen of schikken. Dit blijft.
Fasering van het strafproces
In wetboek Sv onderscheid:
Voorbereidend onderzoek
o Art. 132 Sv – onderzoek voorafgaand aan terechtzitting. Alles wat aan de zitting
vooraf gaat.
a. Verkennend onderzoek (art. 126gg Sv)
b. Opsporingsonderzoek (art. 132a Sv)
c. Onderzoek door de rechter-commissaris (art. 181 Sv)
Hoofdonderzoek
o Is berechting, waarbij rechter zich uitlaat over schuldigheid verdachte
Andere indeling:
a. Opsporing
- Art. 132a Sv – onderzoekshandelingen. Definitie op slide. Komt volgende
week uitgebreider.
- Bij opsporing hoef je niet mee te werken. Tot omslagpunt.
b. Vervolging
- Geen definitie in wet, geen sluitende definitie. Is ongeveer zaak voor
rechter brengen/ strafbeschikking. Geen slutiende defintiie door
afschaffing GVO en invoering strafbeschikking (OM doet zelf de zaak af,
dus je krijgt wel een straf maar dan zonder rechter, dat is ook een daad
van vervolging)
- Ook EVRM spreekt van vervolging (in NLse vertaling), in Engels criminal
charge, maar is dat vervolging?
- Zitten wel concrete rechtsgevolgen aan, dus belangrijk
, - Komt later meer aan bod
c. Berechting
- Art. 348/350 beslissingsmodel. Scharnierpunt tussen materieel en formeel.
d. Tenuitvoerlegging (volgt nadat de sanctie is opgelegd, doen we in dit vak niet zoveel mee)
- Als sancties worden opgelegd moeten ze ook worden geëxecuteerd. Art.
553 Sv. In werkelijkheid is executie is voor het Ministerie, niet OM. Bij
invoering Wet slide komt dit zowel materieel als formeel bij de Minister te
liggen.
OM is spil van het strafproces. In alle fases is voortdurend het OM een van de spilfiguren.
Week 2: Het opsporingsonderzoek (deel 1)
Klassieke uitgangspunt: eerst verdenking nodig voordat je kan opsporen. Maar hoeft niet zo te zijn.
Meerdere verdenkingsbegrippen, dat doet ook iets met het opsporingsbegrip.
Opsporingsambtenaren (art. 141 Sv)
Politieagenten, handhaving, koninklijke marechaussee (militaire politie, belast met handhaving rond
de grenzen), boa’s (kunnen boetes uitdelen, elke tak van sport heeft wel ergens strafrechtelijke
kantjes en de boa’s sporen daar op), FIOD (fiscale inlichtingen en opsporingsdienst, van
belastingdienst).
Bijzondere opsporingsdiensten, hier werken bijzondere opsporingsambtenaren (anders dan boa). Er
zijn 4 bijzondere opsporingsdiensten.
F = fiscale, ISZW = inspectie sociale zaken en WO, NVWA = Nederlandse voedsel- en warenautoriteit,
ILT = inspectie leefomgeving en transport.
Verschil boa’s en bijz. opsporingsambtenaren: bijz. hebben net als politie en KMAR algemene
opsporingsdiensten. Natuurlijk wel specialisatie, maar in theorie mogen ze alles. Geen functionele
afbakening. Boa’s hebben specifiek afgebakende opsporingsbevoegdheid, gaat om kleine groepjes
strafbare feiten, bijv. parkeerboetes – dit moeten ze ook specifiek toegewezen krijgen.
OvJ heeft ook opsporingsbevoegdheden. Geeft vooral leiding aan opsporing, maar mag ook zelf
opsporingshandelingen verrichten. Kijk filmpje van link slide. Is niet alleen bureaufunctie, gaat ook
ter plaatse van scene moord, laat zich informeren, geeft bevelen en belt.
OvJ is juridisch verantwoordelijk, moet in rechtszaal verantwoording afleggen voor
opsporingsonderzoek. Ook al heeft niet zelf gedaan.
Verdenking
= redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van een strafbaar feit. Art. 27 lid 1 Sv.
- Voorafgaande feiten of omstandigheden
- Die moeten leiden tot een redelijk vermoeden van schuld
- Schuld moet bestaan uit enig strafbaar feit
Wanneer is sprake verdenking? Wanneer is sprake verdachte? Er is onderscheid tussen verdachte en
verdenking. Wet maakt hier ook wel eens onderscheid in. Soms staat dat je bevoegdheid hebt jegens
een verdachte. Maar soms als voorwaarde over inzetten bevoegdheid gaat het om de situatie waarin
sprake is van een verdenking. Je kan verdenking hebben, zonder dat je een verdachte hebt.
Op moment dat je lijk vindt in bos met bijl in zijn rug, dan is er verdenking van een strafbaar feit.
Maar dan heb je nog niet per se een verdachte. betekent dat je bevoegdheden hebt op basis van
verdenking, maar niet dat je tegen allemaal mensen bevoegdheden ten aanzien van verdachte hebt.
Week 1: Het Strafproces
Werkgroepen vanuit rollen: vraag vanuit een ander perspectief benaderen dan alleen vanuit de
rechter. Wordt in Casuscollege gespecificeerd.
Nadere duiding begrip strafprocesrecht
Definities op slide. Gaat om het proces.
• Het strafprocesrecht biedt het model waarin het materiële recht tot leven komt (het
strafproces als schakel tussen feit en reactie)
• Procesrecht heeft dienende functie naar materiële recht. Maar steeds vaker zie je
dat strafproces zelfstandige functie heeft – als ernstig strafbare feit heeft
plaatsgevonden dient het een functie dat er een arrestatie is etc.
• Het strafprocesrecht heeft ook een eigen, zelfstandige dimensie
• We willen als samenleving dat overheid namens ons burgers optreedt tegen
criminaliteit, en dat gebeurt via strafprocesrecht.
• Rechtsbescherming neemt daarbinnen een belangrijke plek in
• Twee aspecten: bevoegdheidstoedeling enerzijds en begrenzing anderzijds
Doelstellingen:
• Waarheidsvinding
Zoeken naar de ‘materiële’ waarheid
Toepassing van het strafrecht op de ‘werkelijk’ schuldigen
Om onderzoek te doen moet je bevoegdheden hebben, procesrecht geeft dit aan politie –
mensen aanhouden, telefoontaps, DNA, huiszoeking, fouilleren etc. Zonder strafprocesrecht zouden
deze mogelijkheden niet bestaan. Leidende beginsel: legaliteitsbeginsel; pas als de weg
mogelijkheden biedt zijn die mogelijkheden er (dit is uitgangspunt, dit is te plat gezegd, komen we
later op).
• Rechtsbescherming
Bescherming van de burger tegen de almacht van de staat
Voor verdachten, maar ook voor de burger die zonder het te willen in het strafproces wordt
betrokken
Vrijwel elke bevoegdheid die wordt ingezet maakt inbreuk op grondrechten. Daarvoor wettelijke
grondslag nodig.
Strafprocesrecht is constant zoeken naar balans tussen waarheidsvinding en rechtsbescherming.
Bevoegdheden gebruiken is alleen mogelijk onder voorwaarden, en die voorwaarden bieden
rechtsbescherming. Meest belangrijke voorwaarde, kern strafprocesrecht: iemand moet eerst
verdachte zijn, er moet eerst een verdenking zijn. Pas dan kun je bevoegdheden inzetten.
Duiden procesmodellen:
1. Accusatoir proces
Gaan primair uit van gelijkwaardigheid procespartijen – twee partijen van gelijke waarde die
samen tot waarheid komen.
Materiele waarheid (wat er echt gebeurd is) niet zo belangrijk. In dit model ga je uit van
formele waarheid – waarheid zoals die heeft te gelden tussen procespartijen. Hoeft niet te
corresponderen met materiele waarheid. Biedt mogelijkheid om een soort waarheid af te
spreken (zoals plea bargain). Als de een iets stelt en de ander weerspreekt/betwist niet, dan is
het ‘waar’.
, Rechter is meer scheidsrechter, procespartijen moeten waarheid vinden met elkaar
Mondelinge procesvoering
Heeft vaak jury’s die zich uitlaat over schuld en onschuld. Je toetst informatie aan de
voorkant; wat is wel niet rechtmatig verkregen, alleen rechtmatig verkregen wordt aan jury
laten zien.
2. Inquisitoir proces
Meer ongelijkheid in procespartijen; verdachte is onderliggende partij – onderzoek naar
verdachte, proberen waarheid te achterhalen uit verdachte. OM is machtige partij.
Rechter is actieve rechter die zelfstandig op zoek gaat naar materiele waarheid.
Gebeurt veel buiten de rechtszaal, daar vind het al het onderzoek plaats, worden verslagen
van gemaakt, samen in een dossier. Op zitting wordt vooral dossier besproken.
Heeft vaak professionele rechter, die laat zelf onrechtmatig verkregen bewijs buiten
beschouwing.
In NL meer inquisitoire kant, maar betekent niet dat we volledig inquisitoir procesmodel hebben.
Contradictoire elementen: verdachte nu ook als gelijkwaardige procespartij. NL leert van EHRM, bijv.
art. 6 EVRM. Bijv. recht op een raadsman, dat is in NL redelijk nieuw door EVRM. Staat nu ook in Sv.
Schuift meer naar accusatoir, maar niet volledig. Hebben nog steeds actieve rechter en grote rol
procesdossier. NL probeert sterke kanten beide stelsels in zich te verenigen.
Kenmerken van het Nederlandse strafproces
Beroepsrechter, geen lekeninbreng: alleen professionals. Draagvlak voor jury’s is niet heel groot. In
VS wordt als grondrecht gezien om door je gelijken te worden berecht en niet in overheid. In NL
groot vertrouwen in overheid, hierin zijn we meer uitzondering dan regel. België heeft ook jury.
Zwaar accent op vooronderzoek: wij doen dit vooral in het voortraject. Politie doet onderzoek, OvJ
helpt mee en geeft leiding. Uiteindelijk moet dit uitmonden in een soort panklaar strafdossier, dat
stuur je naar de rechter, en de rechter hoeft alleen op basis daarvan te zeggen: ja schuldig of nee
vrijspraak.
Minder goede kant: gevaar van tunnelvisie. Neiging om vooral open te staan voor die informatie die
jouw hypothese bevestigt en informatie die ontkracht te negeren.
Je hebt tegenspraak nodig om te zorgen dat je onbevangen oordeelt.
Bronnen van strafprocesrecht
Startpunt is Sv. Wetboek is uit 1926. Wordt nu nagedacht over modernisering.
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel: art. 1 Sv. Alleen op wijze bij de wet voorzien; wet in formele zin –
wetten gemaakt door regering samen met Staten Generaal (Muilkorf arrest).
(materieelrechtelijk legaliteitsbeginsel is art. 1 Sr – hoeft niet wet in formele zin te zijn, strafbare
feiten kunnen ook door lagere wetgevers worden bepaald)
Strafvordering is exclusieve bevoegdheid formele wetgever. Is echt nationale aangelegenheid.
Betekent niet dat alles wat je moet weten over strafvordering in formele wetten staat, want
delegatie mag wel. Bijv. hoe DNA afgenomen is AmvB – uitwerking in AmvB’s.
De wet = wet in formele zin.
Niet alleen Sv, maar ook bijzondere wetten: bijv. opium, wet wapens en munitie, wegenverkeerswet,
wet op economische delicten. Bevat veel materieel recht, maar vaak wel degelijk ook een stukje
formeel. Gaat vaak over onderzoeksbevoegdheden, bijv. mag politie eerder woning binnentreden als
vermoeden wapens is dan bij regulier delict. Let op uitzonderingsbepalingen.
Natuurlijk ook verdragenrecht. Vanwege inbreuk op grondrechten. Door EVRM (RvE).
,Inmiddels ook strafprocesrecht onder nadrukkelijke invloed Unierecht. Bijv. recht op rechtsbijstand,
was ingekopt door EHRM bij Salduz, maar daarna heeft EU Richtlijn van gemaakt en die hebben we
geïmplementeerd.
Beleidsregels OM – OM maakt vervolgingsbeleid. Wat OM doet met een verdenking wordt bepaald
door richtlijnen – of je voor de rechter moet komen, of strafbeschikking etc. Iedereen die een fiets
steelt moet hetzelfde worden behandeld. Dit beleid is vaak openbaar, staat online.
Beginselen goede procesorde, waaronder vertrouwensbeginsel, detournement de pouvoir etc.. Hoe
kan dat we ongeschreven rechtsbeginselen hanteren, terwijl art. 1 Sv? Omdat het alleen maar ten
goede van verdachte kan komen. Legaliteitsbeginsel biedt verdachte bescherming tegen overheid,
daar is het voor. Rechtsbescherming. Ongeschreven rechtsbeginselen bieden extra
rechtsbescherming. Dus vandaar verdragen deze ongeschreven beginselen zich wel met
legaliteitsbeginselen.
En jurisprudentie.
Ontwikkelingen op het terrein va het strafproces(recht)
• Technologische vooruitgang en digitalisering – criminaliteit verplaatst zich meer van de straat
naar digitale wereld, daar is strafprocesrecht van oudsher niet op berekend.
• Internationalisering van criminaliteit en de aanpak daarvan - want soevereiniteit
• Bezuinigingen en druk op de rechtspraak – gaat veel om geld
• Afdoening buiten de rechter om
• Modernisering van het Wetboek van Strafvordering
Opportuniteitsbeginsel; OM dat zelfstandig kan beslissen om wel of niet te vervolgen. Ook
bewijsbare zaken kunnen we naast ons neerleggen of schikken. Dit blijft.
Fasering van het strafproces
In wetboek Sv onderscheid:
Voorbereidend onderzoek
o Art. 132 Sv – onderzoek voorafgaand aan terechtzitting. Alles wat aan de zitting
vooraf gaat.
a. Verkennend onderzoek (art. 126gg Sv)
b. Opsporingsonderzoek (art. 132a Sv)
c. Onderzoek door de rechter-commissaris (art. 181 Sv)
Hoofdonderzoek
o Is berechting, waarbij rechter zich uitlaat over schuldigheid verdachte
Andere indeling:
a. Opsporing
- Art. 132a Sv – onderzoekshandelingen. Definitie op slide. Komt volgende
week uitgebreider.
- Bij opsporing hoef je niet mee te werken. Tot omslagpunt.
b. Vervolging
- Geen definitie in wet, geen sluitende definitie. Is ongeveer zaak voor
rechter brengen/ strafbeschikking. Geen slutiende defintiie door
afschaffing GVO en invoering strafbeschikking (OM doet zelf de zaak af,
dus je krijgt wel een straf maar dan zonder rechter, dat is ook een daad
van vervolging)
- Ook EVRM spreekt van vervolging (in NLse vertaling), in Engels criminal
charge, maar is dat vervolging?
- Zitten wel concrete rechtsgevolgen aan, dus belangrijk
, - Komt later meer aan bod
c. Berechting
- Art. 348/350 beslissingsmodel. Scharnierpunt tussen materieel en formeel.
d. Tenuitvoerlegging (volgt nadat de sanctie is opgelegd, doen we in dit vak niet zoveel mee)
- Als sancties worden opgelegd moeten ze ook worden geëxecuteerd. Art.
553 Sv. In werkelijkheid is executie is voor het Ministerie, niet OM. Bij
invoering Wet slide komt dit zowel materieel als formeel bij de Minister te
liggen.
OM is spil van het strafproces. In alle fases is voortdurend het OM een van de spilfiguren.
Week 2: Het opsporingsonderzoek (deel 1)
Klassieke uitgangspunt: eerst verdenking nodig voordat je kan opsporen. Maar hoeft niet zo te zijn.
Meerdere verdenkingsbegrippen, dat doet ook iets met het opsporingsbegrip.
Opsporingsambtenaren (art. 141 Sv)
Politieagenten, handhaving, koninklijke marechaussee (militaire politie, belast met handhaving rond
de grenzen), boa’s (kunnen boetes uitdelen, elke tak van sport heeft wel ergens strafrechtelijke
kantjes en de boa’s sporen daar op), FIOD (fiscale inlichtingen en opsporingsdienst, van
belastingdienst).
Bijzondere opsporingsdiensten, hier werken bijzondere opsporingsambtenaren (anders dan boa). Er
zijn 4 bijzondere opsporingsdiensten.
F = fiscale, ISZW = inspectie sociale zaken en WO, NVWA = Nederlandse voedsel- en warenautoriteit,
ILT = inspectie leefomgeving en transport.
Verschil boa’s en bijz. opsporingsambtenaren: bijz. hebben net als politie en KMAR algemene
opsporingsdiensten. Natuurlijk wel specialisatie, maar in theorie mogen ze alles. Geen functionele
afbakening. Boa’s hebben specifiek afgebakende opsporingsbevoegdheid, gaat om kleine groepjes
strafbare feiten, bijv. parkeerboetes – dit moeten ze ook specifiek toegewezen krijgen.
OvJ heeft ook opsporingsbevoegdheden. Geeft vooral leiding aan opsporing, maar mag ook zelf
opsporingshandelingen verrichten. Kijk filmpje van link slide. Is niet alleen bureaufunctie, gaat ook
ter plaatse van scene moord, laat zich informeren, geeft bevelen en belt.
OvJ is juridisch verantwoordelijk, moet in rechtszaal verantwoording afleggen voor
opsporingsonderzoek. Ook al heeft niet zelf gedaan.
Verdenking
= redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van een strafbaar feit. Art. 27 lid 1 Sv.
- Voorafgaande feiten of omstandigheden
- Die moeten leiden tot een redelijk vermoeden van schuld
- Schuld moet bestaan uit enig strafbaar feit
Wanneer is sprake verdenking? Wanneer is sprake verdachte? Er is onderscheid tussen verdachte en
verdenking. Wet maakt hier ook wel eens onderscheid in. Soms staat dat je bevoegdheid hebt jegens
een verdachte. Maar soms als voorwaarde over inzetten bevoegdheid gaat het om de situatie waarin
sprake is van een verdenking. Je kan verdenking hebben, zonder dat je een verdachte hebt.
Op moment dat je lijk vindt in bos met bijl in zijn rug, dan is er verdenking van een strafbaar feit.
Maar dan heb je nog niet per se een verdachte. betekent dat je bevoegdheden hebt op basis van
verdenking, maar niet dat je tegen allemaal mensen bevoegdheden ten aanzien van verdachte hebt.