Strafprocesrecht werkgroepen
Week 1: Het opsporingsonderzoek (deel 1)
Wg docent: K.M. (Kelly) Pitchen. .
Casus oplossen:
1. Rechtsvraag/ juridisch probleem
2. Geldende recht
3. Toetsing
4. Conclusie
5. Eindconclusie
Arrestenbundel mee.
Artikel Borgers
Constateert probleem, vervolgens oplossing.
Er zijn opsporingshandelingen die geen specifieke wettelijke grondslag hebben, maar kunnen wel
worden gebaseerd op algemene taakstellingen. Heeft HR bepaald. In Stille SMS arrest. Art. 3
Politiewet en art. 141/142 Sv. Normering ‘lichte’ opsporingshandelingen (geen of beperkte inbreuk
op grondrecht) – geen specifiek wettelijke grondslag vereist (want art. 3 Pw en 141/142 Sv =
algemeen taakstellende bepalingen). Maar kan alleen onder bepaalde voorwaarden hierop worden
gebaseerd. Voorwaarden worden in Stille SMS arrest bepaald: mits slechts om beperkte inbreuk
grondrecht gaat + niet al te risicovol is voor beheersbaarheid en integriteit van de opsporing. Dit
laatste heeft te maken met IRT-affaire; angst is er nog altijd dat te vergaande bevoegdheden worden
gebruikt zonder wettelijke grondslag, dat er geen controle meer op is. In arrest: als je met inzet
bevoegdheid een min of meer compleet beeld van (een aspect van) iemands privéleven krijgt, dan
gaat het om een meer dan beperkte inbreuk. Hiervoor moet je naar aantal factoren kijken: duur,
intensiteit en frequentie.
Probleem Borgers = dit geeft niet voldoende houvast aan opsporingsambtenaren en burgers over
wanneer en welke opsporingshandelingen kunnen worden ingezet. Wordt genormeerd, maar niet
heel helder genormeerd.
Oplossing: normeren door middel van een AmvB.
Nadelen bij deze oplossing: bevoegdheden moeten in formele wet zijn geregeld.
‘Conclusie’: laat allemaal alsnog ruimte voor invulling.
Vraag 1
Rechtsvraag: is de flockvezelspray rechtmatig toegepast?
Juridisch kader: Stille SMS arrest, art. 3 Pw, art. 141/142 Sv. / bevoegdheden of
onderzoekshandelingen die niet specifieke wettelijke grondslag hebben kunnen op algemene
taakstellende bepalingen worden gebaseerd, mits een beperkte inbreuk op grondrechten én niet te
risicovol voor integriteit + beheersbaarheid v/d opsporing daarvoor kijken naar criteria Stille SMS
arrest als een min of meer compleet van (bepaalde aspecten van) iemands privéleven wordt
verkregen, dan is er sprake van een meer dan beperkte inbreuk; hiervoor kijken naar duur, intensiteit
en frequentie.
,Toetsing: er wordt wel een spoor achtergelaten, maar ze hebben alleen op plaats delict gecheckt, hij
is niet voortdurend of stelselmatig gevolgd. Ten aanzien daarvan zeggen dat slechts beperkte inbreuk
grondrechten oplevert.
Is heel casuïstisch – je kan niet in het algemeen zeggen dat die flockvezelspray mag worden gebruikt
en maar beperkte inbreuk oplevert.
Kan zijn beperkte inbreuk, maar te risicovol voor integriteit + beheersbaarheid vd opsporing. In casu
worden hier niet genoeg feiten over worden gegeven om te toetsen.
In casu heeft Hilde een cursus gevolgd, dus wordt kennelijk van belang geacht dat dit verantwoord
wordt ingezet. En dus is het niet al te risicovol voor integriteit etc. Kan wel nog iets zeggen over dat
ze op eigen houtje deed, maar is onvoldoende voor risicovol.
Stel, in casus stond: Hilde gebruikt het en rechter is van op de hoogte dat dit door veel
politieambtenaren willekeurig en op grote schaal wordt gebruikt, dan zou wel te risicovol zijn.
Conclusie: verweer raadsman klopt niet, want wordt gebaseerd op algemene taakstell…
(normaal nog eindconclusie, nadat we vormverzuimen hebben gehad, dat komt pas in week 10).
Vraag 2
Als advocaat: in kader beoordelen rechtmatigheid opsporingshandelingen ga je aanstippen wat
problematisch is.
Geen redelijke verdenking, criteria objectiveerbaarheid etc.
Art. 52 Sv staat dat het moet gaan om een verdachte.
Art. 9 Opiumwet – verdenking ten aanzien van voertuig.
Voor verdachte-begrip/redelijke verdenking:
Art. 27 lid 1 Sv = materieel criterium:
1. Voorafgaande feiten en omstandigheden
2. Redelijk vermoeden van schuld (objectiveerbaarheid)
3. Aan een strafbaar feit (concretiseerbaarheid)
Drie handvatten (niet per se corresponderend met 3 punten hiervoor)
Objectiveerbaarheid; uit feiten en omstandigheden moet blijken dat er een verdenking
is. Subjectieve onderbuikgevoelens zijn niet voldoende. Voor een derde ook
waarneembaar.
Individualiseerbaarheid; verdenking kan juist op deze persoon betrokken worden, of
voertuig of plaats – hoeft niet alleen ten aanzien van personen te zijn.
Concretiseerbaarheid; je moet met enige precisie aan kunnen geven om welk strafbaar
feit het gaat. Moet niet al te vaag zijn.
Art. 27 lid 2 Sv = formeel criterium. Heeft vooral een rechtsbeschermende functie. Als je als
verdachte wordt aangemerkt heb je allemaal rechten. Lid 2 zorgt dat die rechten blijven gelden.
Hier argument: bevoegdheden onrechtmatig ingezet door onvoldoende redelijk vermoeden van
schuld.
Problematisch:
Er is een heel breed signalement, alleen een type auto. Dus deze verdenking kan niet worden
geïndividualiseerd naar dit voertuig. Feit dat we dit nu wel weten, omdat drugs gevonden, dat maakt
niet uit. Want ten tijde inzetten bevoegdheden moet dat redelijke vermoeden er zijn en dat was er
niet. Is tijdens signalement ook niks gezegd over uiterlijk inzittenden, is echt heel breed – kan niet
geïndividualiseerd naar voertuig en ook niet naar inzittenden.
,Objectiveerbaarheid: gaat hier niet om subjectieve onderbuikgevoelens, dus is niet heel
problematisch.
Concretiseerbaarheid: ‘handelen in verdovende middelen’ zoals in signalement gegeven valt heel
veel onder, dus zou je kunnen zeggen dat het strafbare feit niet voldoende concreet is.
Conclusie: verdenking kan niet worden geïndividualiseerd naar voertuig en ook niet naar inzittenden.
Zijn hier 2 handelingen verricht: staande houden en doorzoeking; voor beide was onvoldoende
grondslag.
Vraag 3
Fouillering: art. 56 lid 4 Sv. Ernstige bezwaren = waarschijnlijk moet zijn dat iemand het feit begaan
heeft, op basis feiten en omstandigheden. Dit is een hoge graad van verdenking.
Beginnen met vraag: is uberhaupt sprake redelijke verdenking? Want als die er al niet is, dan heb je
sowieso geen ernstige bezwaren. Dus eerst kijken naar criteria art. 27 lid 1 Sv. Voor ernstige
bezwaren heb je dit nodig + het moet een beetje extra zijn.
Voorop: deze casus is een grensgeval.
Wel ernstige bezwaren, hoe zou je dat onderbouwen:
Ambtshalve bekend in regio veel drugscriminaliteit (feit algemene bekendheid), waarneming agenten
dat kort onderhoud + overhandigen plastic zakje. Dus sowieso objectiveerbaar, je zou kunnen zeggen
voldoende objectiveerbaar voor ernstige bezwaren.
Individualiseerbaarheid: kan op bestuurder worden betrokken, want deze persoon was aanwezig en
kreeg ook plastic zak.
Concretiseerbaar: ‘veel drugsgerelateerde criminaliteit’ – door overhandigen zak en waargenomen
door politie wordt dit concreter.
Geen ernstige bezwaren, onderbouwing:
Stormsteeg arrest: plek waar veel gedeald en gebruikt, was bekend, man had hand in zak, zag politie
stond stil en rende hard weg. Vraag of ernstige bezwaren waren. HR: ja, want feit algemene
bekendheid dat in deze buurt drugs verhandeld, handelingen van de man (hand in zak, stilstaan bij
zien politie en wegrennen), dat is voldoende voor ernstige bezwaren. Wg docente zou dit arrest
betrekken op objectiveerbaarheid, o.a. omdat hierin bepaald dat feiten van algemene bekendheid
kunnen worden gebruikt als feiten/omstandigheden.
Hier: geen reactie mensen in de auto. Is wel ietsje magerder dan Stormsteeg.
Concretiseerbaar: drugsgerelateerde criminaliteit is vaag.
Is hier twijfelgeval, zorg normaal wel voor conclusie.
Vraag 4
Betreden en doorzoeken = opsporingsbevoegdheden.
Anonieme tip kan bijdragen aan redelijk vermoeden van schuld, mits informatie voldoende concreet
is. HR heeft dit bepaald in Anonieme informatie arrest. Maar HR wil wel dat je dan een extra toets
doet: verifiëren of de tip betrouwbaar is. In formulering HR laten ze ruimte om niet extra toets uit te
hoeven voeren, en dat je soms zou kunnen volstaan met een tip. Maar dat kan dus alleen (staat in
annotatie Burema), dan moet die tip wel voldoende concreet en gedefinieerd/gedetailleerd zijn.
Anonieme tip kan bijdragen aan redelijk vermoeden van schuld, maar er moet in beginsel wel
verificatie plaatsvinden (iets ter onderbouwing). Verificatie kan soms achterwege blijven, als
, tip op zichzelf evident betrouwbaar is, en dat moet blijken uit concreetbaarheid en
definieerbaarheid van de tip.
HR wil wel dat je extra toets doet, in gevallen waarin dit niet zo is is wel uitzondering.
In casu: na tip direct naar loods, wel zwarte Ferrari gezien. Is dat voldoende concreet? Twijfel
verificatie, maar maakt niet uit, want tip voldoende concreet; naam, vuurwapen, adres, type wapen
genoemd. En inderdaad auto bij loods. Dus alles in totaal voldoende concreet.
Je zou nog kunnen zeggen onvoldoende concreet: had meer over gedragingen van die Tim kunnen
zeggen. Iedereen kan weten wat voor een auto hij heeft, dus dit zou niet de nodige verificatie zijn.
Week 2: Het Opsporingsonderzoek (deel 2)
Geldende recht opsporingsonderzoek: Dynamische verkeerscontrole arrest; heeft bredere toepassing
dan alleen WVW. Vraag vanwege: misbruik van bevoegdheden (detournement de pouvoir), gaat om
zuiverheid van oogmerk. HR stelt een hoofdregel: moet sprake zijn van doelbinding, dat hangt samen
met misbruik van bevoegdheden het uitvoeren van controlebevoegdheden moet verband houden
met de WVW = doelbinding. Hiermee bevestigt HR dat we niet willen dat bevoegdheden misbruikt
worden. Aan doelbinding is voldaan als de inzet van de bevoegdheid mede bestaat uit de controle op
naleving van de WVW. HR staat dus toe dat controlebevoegdheden ook voor andere doeleinden
worden gebruikt, mits ze ook mede worden gebruikt voor naleving WVW.
Wanneer sprake van mede? HR: als je naar een rijbewijs vraagt. Vult misbruik van bevoegdheid
minimaal in. De inzet van de bevoegdheid bestaat mede uit controle op de naleving van de WVW
als om een rijbewijs wordt gevraagd.
Hoofdregel, wanneer daar aan is voldaan en hulpcriterium.
Dit is niet alleen van toepassing bij WVW, bijv. ook bij douanebevoegdheden. Dan is er iets anders
dan een rijbewijs dat wordt gevraagd, hangt af van wet waar bevoegdheden uit komen.
Waarom ligt etnisch profileren op de loer bij deze gang van zaken? Er is veel meer ruimte voor
subjectieve vooroordelen. Voor deze bevoegdheid hoef je helemaal geen verdenking in de zin van
art. 27 Sv te hebben, dat is juist het punt. Hoe selecteer je dan? O.a. op uiterlijke kenmerken;
bepaalde auto in bepaalde wijk, ook uiterlijke kenmerken van personen.
Etnisch profileren: selecteren op basis etnische kenmerken, zonder objectieve rechtvaardigingsgrond
voor.
Is problematisch want: discriminatie, is geen normativiteit.
HR: mag geen doorslaggevende factor zijn, maar laat wel ruimte om uiterlijke kenmerken mee te
nemen.
Oplossing artikel: per misdaad kijken.
Scheidslijn tussen algemene ervaringsregels en vooroordelen is flinterdun.
Vraag 1
Ries: rechter gaat mee in verweer, want gevraagd om identiteitsbewijs en niet rijbewijs, dus niet in
lijn met WVW.
Vragen identiteitsbewijs is heel breed. Bij vragen rijbewijs (of kentekenbewijs) is volgens HR heel
duidelijk naleving WVW – dynamische verkeerscontrole arrest. In casu wel misbruik bevoegdheden,
omdat nu wel duidelijk voor een ander doel gebruikt.
In Zigeunerdames arrest was wel sprake van een signalement. Maar in dit soort gevallen
verkeerscontrole arrest noemen, want dat is het geldende recht.
Vraag 2
Week 1: Het opsporingsonderzoek (deel 1)
Wg docent: K.M. (Kelly) Pitchen. .
Casus oplossen:
1. Rechtsvraag/ juridisch probleem
2. Geldende recht
3. Toetsing
4. Conclusie
5. Eindconclusie
Arrestenbundel mee.
Artikel Borgers
Constateert probleem, vervolgens oplossing.
Er zijn opsporingshandelingen die geen specifieke wettelijke grondslag hebben, maar kunnen wel
worden gebaseerd op algemene taakstellingen. Heeft HR bepaald. In Stille SMS arrest. Art. 3
Politiewet en art. 141/142 Sv. Normering ‘lichte’ opsporingshandelingen (geen of beperkte inbreuk
op grondrecht) – geen specifiek wettelijke grondslag vereist (want art. 3 Pw en 141/142 Sv =
algemeen taakstellende bepalingen). Maar kan alleen onder bepaalde voorwaarden hierop worden
gebaseerd. Voorwaarden worden in Stille SMS arrest bepaald: mits slechts om beperkte inbreuk
grondrecht gaat + niet al te risicovol is voor beheersbaarheid en integriteit van de opsporing. Dit
laatste heeft te maken met IRT-affaire; angst is er nog altijd dat te vergaande bevoegdheden worden
gebruikt zonder wettelijke grondslag, dat er geen controle meer op is. In arrest: als je met inzet
bevoegdheid een min of meer compleet beeld van (een aspect van) iemands privéleven krijgt, dan
gaat het om een meer dan beperkte inbreuk. Hiervoor moet je naar aantal factoren kijken: duur,
intensiteit en frequentie.
Probleem Borgers = dit geeft niet voldoende houvast aan opsporingsambtenaren en burgers over
wanneer en welke opsporingshandelingen kunnen worden ingezet. Wordt genormeerd, maar niet
heel helder genormeerd.
Oplossing: normeren door middel van een AmvB.
Nadelen bij deze oplossing: bevoegdheden moeten in formele wet zijn geregeld.
‘Conclusie’: laat allemaal alsnog ruimte voor invulling.
Vraag 1
Rechtsvraag: is de flockvezelspray rechtmatig toegepast?
Juridisch kader: Stille SMS arrest, art. 3 Pw, art. 141/142 Sv. / bevoegdheden of
onderzoekshandelingen die niet specifieke wettelijke grondslag hebben kunnen op algemene
taakstellende bepalingen worden gebaseerd, mits een beperkte inbreuk op grondrechten én niet te
risicovol voor integriteit + beheersbaarheid v/d opsporing daarvoor kijken naar criteria Stille SMS
arrest als een min of meer compleet van (bepaalde aspecten van) iemands privéleven wordt
verkregen, dan is er sprake van een meer dan beperkte inbreuk; hiervoor kijken naar duur, intensiteit
en frequentie.
,Toetsing: er wordt wel een spoor achtergelaten, maar ze hebben alleen op plaats delict gecheckt, hij
is niet voortdurend of stelselmatig gevolgd. Ten aanzien daarvan zeggen dat slechts beperkte inbreuk
grondrechten oplevert.
Is heel casuïstisch – je kan niet in het algemeen zeggen dat die flockvezelspray mag worden gebruikt
en maar beperkte inbreuk oplevert.
Kan zijn beperkte inbreuk, maar te risicovol voor integriteit + beheersbaarheid vd opsporing. In casu
worden hier niet genoeg feiten over worden gegeven om te toetsen.
In casu heeft Hilde een cursus gevolgd, dus wordt kennelijk van belang geacht dat dit verantwoord
wordt ingezet. En dus is het niet al te risicovol voor integriteit etc. Kan wel nog iets zeggen over dat
ze op eigen houtje deed, maar is onvoldoende voor risicovol.
Stel, in casus stond: Hilde gebruikt het en rechter is van op de hoogte dat dit door veel
politieambtenaren willekeurig en op grote schaal wordt gebruikt, dan zou wel te risicovol zijn.
Conclusie: verweer raadsman klopt niet, want wordt gebaseerd op algemene taakstell…
(normaal nog eindconclusie, nadat we vormverzuimen hebben gehad, dat komt pas in week 10).
Vraag 2
Als advocaat: in kader beoordelen rechtmatigheid opsporingshandelingen ga je aanstippen wat
problematisch is.
Geen redelijke verdenking, criteria objectiveerbaarheid etc.
Art. 52 Sv staat dat het moet gaan om een verdachte.
Art. 9 Opiumwet – verdenking ten aanzien van voertuig.
Voor verdachte-begrip/redelijke verdenking:
Art. 27 lid 1 Sv = materieel criterium:
1. Voorafgaande feiten en omstandigheden
2. Redelijk vermoeden van schuld (objectiveerbaarheid)
3. Aan een strafbaar feit (concretiseerbaarheid)
Drie handvatten (niet per se corresponderend met 3 punten hiervoor)
Objectiveerbaarheid; uit feiten en omstandigheden moet blijken dat er een verdenking
is. Subjectieve onderbuikgevoelens zijn niet voldoende. Voor een derde ook
waarneembaar.
Individualiseerbaarheid; verdenking kan juist op deze persoon betrokken worden, of
voertuig of plaats – hoeft niet alleen ten aanzien van personen te zijn.
Concretiseerbaarheid; je moet met enige precisie aan kunnen geven om welk strafbaar
feit het gaat. Moet niet al te vaag zijn.
Art. 27 lid 2 Sv = formeel criterium. Heeft vooral een rechtsbeschermende functie. Als je als
verdachte wordt aangemerkt heb je allemaal rechten. Lid 2 zorgt dat die rechten blijven gelden.
Hier argument: bevoegdheden onrechtmatig ingezet door onvoldoende redelijk vermoeden van
schuld.
Problematisch:
Er is een heel breed signalement, alleen een type auto. Dus deze verdenking kan niet worden
geïndividualiseerd naar dit voertuig. Feit dat we dit nu wel weten, omdat drugs gevonden, dat maakt
niet uit. Want ten tijde inzetten bevoegdheden moet dat redelijke vermoeden er zijn en dat was er
niet. Is tijdens signalement ook niks gezegd over uiterlijk inzittenden, is echt heel breed – kan niet
geïndividualiseerd naar voertuig en ook niet naar inzittenden.
,Objectiveerbaarheid: gaat hier niet om subjectieve onderbuikgevoelens, dus is niet heel
problematisch.
Concretiseerbaarheid: ‘handelen in verdovende middelen’ zoals in signalement gegeven valt heel
veel onder, dus zou je kunnen zeggen dat het strafbare feit niet voldoende concreet is.
Conclusie: verdenking kan niet worden geïndividualiseerd naar voertuig en ook niet naar inzittenden.
Zijn hier 2 handelingen verricht: staande houden en doorzoeking; voor beide was onvoldoende
grondslag.
Vraag 3
Fouillering: art. 56 lid 4 Sv. Ernstige bezwaren = waarschijnlijk moet zijn dat iemand het feit begaan
heeft, op basis feiten en omstandigheden. Dit is een hoge graad van verdenking.
Beginnen met vraag: is uberhaupt sprake redelijke verdenking? Want als die er al niet is, dan heb je
sowieso geen ernstige bezwaren. Dus eerst kijken naar criteria art. 27 lid 1 Sv. Voor ernstige
bezwaren heb je dit nodig + het moet een beetje extra zijn.
Voorop: deze casus is een grensgeval.
Wel ernstige bezwaren, hoe zou je dat onderbouwen:
Ambtshalve bekend in regio veel drugscriminaliteit (feit algemene bekendheid), waarneming agenten
dat kort onderhoud + overhandigen plastic zakje. Dus sowieso objectiveerbaar, je zou kunnen zeggen
voldoende objectiveerbaar voor ernstige bezwaren.
Individualiseerbaarheid: kan op bestuurder worden betrokken, want deze persoon was aanwezig en
kreeg ook plastic zak.
Concretiseerbaar: ‘veel drugsgerelateerde criminaliteit’ – door overhandigen zak en waargenomen
door politie wordt dit concreter.
Geen ernstige bezwaren, onderbouwing:
Stormsteeg arrest: plek waar veel gedeald en gebruikt, was bekend, man had hand in zak, zag politie
stond stil en rende hard weg. Vraag of ernstige bezwaren waren. HR: ja, want feit algemene
bekendheid dat in deze buurt drugs verhandeld, handelingen van de man (hand in zak, stilstaan bij
zien politie en wegrennen), dat is voldoende voor ernstige bezwaren. Wg docente zou dit arrest
betrekken op objectiveerbaarheid, o.a. omdat hierin bepaald dat feiten van algemene bekendheid
kunnen worden gebruikt als feiten/omstandigheden.
Hier: geen reactie mensen in de auto. Is wel ietsje magerder dan Stormsteeg.
Concretiseerbaar: drugsgerelateerde criminaliteit is vaag.
Is hier twijfelgeval, zorg normaal wel voor conclusie.
Vraag 4
Betreden en doorzoeken = opsporingsbevoegdheden.
Anonieme tip kan bijdragen aan redelijk vermoeden van schuld, mits informatie voldoende concreet
is. HR heeft dit bepaald in Anonieme informatie arrest. Maar HR wil wel dat je dan een extra toets
doet: verifiëren of de tip betrouwbaar is. In formulering HR laten ze ruimte om niet extra toets uit te
hoeven voeren, en dat je soms zou kunnen volstaan met een tip. Maar dat kan dus alleen (staat in
annotatie Burema), dan moet die tip wel voldoende concreet en gedefinieerd/gedetailleerd zijn.
Anonieme tip kan bijdragen aan redelijk vermoeden van schuld, maar er moet in beginsel wel
verificatie plaatsvinden (iets ter onderbouwing). Verificatie kan soms achterwege blijven, als
, tip op zichzelf evident betrouwbaar is, en dat moet blijken uit concreetbaarheid en
definieerbaarheid van de tip.
HR wil wel dat je extra toets doet, in gevallen waarin dit niet zo is is wel uitzondering.
In casu: na tip direct naar loods, wel zwarte Ferrari gezien. Is dat voldoende concreet? Twijfel
verificatie, maar maakt niet uit, want tip voldoende concreet; naam, vuurwapen, adres, type wapen
genoemd. En inderdaad auto bij loods. Dus alles in totaal voldoende concreet.
Je zou nog kunnen zeggen onvoldoende concreet: had meer over gedragingen van die Tim kunnen
zeggen. Iedereen kan weten wat voor een auto hij heeft, dus dit zou niet de nodige verificatie zijn.
Week 2: Het Opsporingsonderzoek (deel 2)
Geldende recht opsporingsonderzoek: Dynamische verkeerscontrole arrest; heeft bredere toepassing
dan alleen WVW. Vraag vanwege: misbruik van bevoegdheden (detournement de pouvoir), gaat om
zuiverheid van oogmerk. HR stelt een hoofdregel: moet sprake zijn van doelbinding, dat hangt samen
met misbruik van bevoegdheden het uitvoeren van controlebevoegdheden moet verband houden
met de WVW = doelbinding. Hiermee bevestigt HR dat we niet willen dat bevoegdheden misbruikt
worden. Aan doelbinding is voldaan als de inzet van de bevoegdheid mede bestaat uit de controle op
naleving van de WVW. HR staat dus toe dat controlebevoegdheden ook voor andere doeleinden
worden gebruikt, mits ze ook mede worden gebruikt voor naleving WVW.
Wanneer sprake van mede? HR: als je naar een rijbewijs vraagt. Vult misbruik van bevoegdheid
minimaal in. De inzet van de bevoegdheid bestaat mede uit controle op de naleving van de WVW
als om een rijbewijs wordt gevraagd.
Hoofdregel, wanneer daar aan is voldaan en hulpcriterium.
Dit is niet alleen van toepassing bij WVW, bijv. ook bij douanebevoegdheden. Dan is er iets anders
dan een rijbewijs dat wordt gevraagd, hangt af van wet waar bevoegdheden uit komen.
Waarom ligt etnisch profileren op de loer bij deze gang van zaken? Er is veel meer ruimte voor
subjectieve vooroordelen. Voor deze bevoegdheid hoef je helemaal geen verdenking in de zin van
art. 27 Sv te hebben, dat is juist het punt. Hoe selecteer je dan? O.a. op uiterlijke kenmerken;
bepaalde auto in bepaalde wijk, ook uiterlijke kenmerken van personen.
Etnisch profileren: selecteren op basis etnische kenmerken, zonder objectieve rechtvaardigingsgrond
voor.
Is problematisch want: discriminatie, is geen normativiteit.
HR: mag geen doorslaggevende factor zijn, maar laat wel ruimte om uiterlijke kenmerken mee te
nemen.
Oplossing artikel: per misdaad kijken.
Scheidslijn tussen algemene ervaringsregels en vooroordelen is flinterdun.
Vraag 1
Ries: rechter gaat mee in verweer, want gevraagd om identiteitsbewijs en niet rijbewijs, dus niet in
lijn met WVW.
Vragen identiteitsbewijs is heel breed. Bij vragen rijbewijs (of kentekenbewijs) is volgens HR heel
duidelijk naleving WVW – dynamische verkeerscontrole arrest. In casu wel misbruik bevoegdheden,
omdat nu wel duidelijk voor een ander doel gebruikt.
In Zigeunerdames arrest was wel sprake van een signalement. Maar in dit soort gevallen
verkeerscontrole arrest noemen, want dat is het geldende recht.
Vraag 2