Dorsale en ventrale gebieden
Dorsaal: cognitieve controle & regulatie emoties
Ventraal: emotie verwerking, beloning/motivatie, snelle/automatische emotionele reacties
→ depressie: ventraal >>>> dorsaal → meer somber/schuld/anhedonie (ventraal) & negatieve
gedachten minder goed remmen (dorsaal)
Serotoninesysteem problemen
1. Productie: tryptofaan niet opnemen presynaptisch & tryptofaan niet omzetten naar serotonine
2. Afbraak: snelle afbraak door MAO-enzymen
3. Heropname: te veel serotonine terug opnemen in presynaptisch → weinig in synaps
4. Receptor: postsynaptische receptoren reageren minder goed
Voorkennistoets 1
D Verandering van de breincircuits → volgende grote gebeurtenis gevoeliger voor depressie
A Vrouwen > mannen
B 50% herstelt binnen 3 maanden & 20% is chronisch
C De meeste mensen herstellen wel volledig
A
C Depressie kent juist meerdere verschijningsvormen (melancholisch, psychotisch, atypisch)
A
B
,B
B
D
C
B
D
,HC1 – biopsychosociaal + diagnostiek in de psychiatrie
Epidemiologie
Psychiatrische klachten behoren tot de top 10 klachten in de gezondheidszorg
- Voornamelijk in de leeftijdscategorie: 15-65 (‘werkende populatie’)
Psychische symptomen = bv somberheid, concentratieproblemen, vermoeidheid, slaapproblemen
- Iedereen heeft wel eens last van symptomen – dat leren we onszelf al jong aan
Stoornis = geheel van symptomen/beloop
- Geen ZIEKTE door onbekende etiologie (multifactorieel)
- We hebben zelf bedacht dat een cluster van symptomen samen een stoornis is
- Veranderd over de jaren heen
Niet iedereen met symptomen heeft een stoornis, maar een klein deel zit boven de stoornis-drempel
(= afhankelijk van ernst, duur & functionele beperkingen)
Biopsychosociaal model
Biopsychosociaal model = multifactoriële ontstaan van psychische klachten beschrijven
Biologische factoren bv genetica, fit, vroeggeboorte, schildklieraandoening
Sociale factoren bv vriendschap, leuke baan, overlijden, stressvol werk
Psychologische factoren bv persoonlijkheid, copingstijl, zelfbeeld
Verschillende factoren
- Kwetsbaarheid
Predisponerend (biologisch & psychosociaal) = vergroten kwetsbaarheid
Beschermend (biologisch & psychosociaal) = verminderen kans op klachten & bevorderen herstel
- Stressoren
Luxerend = triggeren het ontstaan van de klachten bv overlijden, winnen prijs
Onderhoudend = zorgen dat klachten blijven bestaan bv studeren, gezinssituatie
Psychiatrische stoornis (APA)
Syndroom van psychologische en/of gedragssymptomen
Klinisch relevant
Leidend tot ongemak, handicap en/of toegenomen risico op dood, pijn, handicap of belangrijke
mate van verlies van vrijheid (disfunctioneren)
NIET
- ‘Normale’, cultureel gesanctioneerde reactie op gebeurtenis
- Afwijkend gedrag (politiek, religieus, seksueel)
, Psychiatrische diagnostiek
Psychiatrische anamnese
Heteroanamnese = informatie van naasten
Medisch dossier
Aanvullend onderzoek
Psychiatrisch onderzoek/status mentalis
Algemene kenmerken
o Uiterlijk: leeftijdsschatting conform kalenderleeftijd, (on)verzorgd/verwaarloosd,
bijzonderheden kapsel/kleding/make-up
o Klachtenpresentatie: bv zakelijk, klagend, beeldsprakig
o Gevoelens/reactie onderzoeker
o Contact (begroeting, contactgroei), oogcontact, houding
Cognitieve symptomen
- Hogere cognitieve functies
o Bewustzijn – helder, licht gedaald, somnolent (wekken door aanspreken), sopor
(wekken alleen door pijnprikkels), (sub)comateus
o Aandacht en concentratie – te trekken en te behouden
o Oriëntatie tijd/plaats/persoon
o Geheugen
- Intellectuele functies: oordeelsvermogen, abstractievermogen,
ziekte-inzicht/ziektebesef, executieve functies, geschatte intelligentie, taal en spraak
- Voorstelling (traumatisch, dwangvoorstelling), waarneming (hallucinaties, hallucinatoir
gedrag – visueel, akoestisch bv), zelfwaarneming (depersonalisatie, derealisatie)
- Denken:
o Vorm (formele denkstoornis) = bv tangenitaliteit, derailement, incoherentie
o Tempo = bv tachyfrenie/bradyfrenie, gedachtestops
o inhoud = wanen (= oncorrigeerbare overtuiging niet passend bij realiteit),
dwanggedachten, preoccupaties (= overheersende gedachten 1 thema) –
gestoord zonder stoornis (complotdenkers)
Affectieve symptomen
- Stemming = langdurig emotioneel klimaat
o Neutraal (normaal), eufoor (overdreven) dysfoor (prikkelbaar, gespannen),
depressief/somber
- Affect = actuele emotionele expressie
o Aard: neutraal, eufoor, dysfoor, opgewekt, angstig
o Expressie: normaal modulerend, labiel (snel wisselend), vlak, incongruent (past
niet bij wat iemand zegt), inadequaat (past niet bij sociale context)
- Somatische klachten/verschijnselen bv hartkloppingen, trillen, afhangend gezicht
Conatieve symptomen
- Psychomotoriek = relatie mentale toestand en beweging
o Normaal, agitatie (onrust bv ijsberen), remming (vertraagd), katatonie
- Mimiek
- Motivatie = verhoogde of verlaagde aandrift
- Suïcidaliteit = ideaties (alleen gedachten), plannen, intentie, poging
- Gedrag = dwangmatig, drangmatig (bv eetbui, gokken), impulsief
- Spraak (luid bv)
- Sociaal disfunctioneren, stoornissen in middelengebruik
Functioneren
→ Beschrijvende diagnose = DSM-5 stoornis + predisponerende/luxerende/onderhoudende factoren
→ Behandelplan (6-STEP) gericht op herstel
- Voorkeuren: gericht op hulpvraag + voorkeur patiënt voor behandeling