Leertaak 1
- De student begrijpt hoe verschillende modellen en theorieën over ouderen van invloed zijn op de visie op zorg:
Beschrijf in eigen woorden wat de volgende modellen en theorieën inhouden:
1. Modernization-theorie
2. Activiteitstheorie
3. Disengagement theorie → toets vraag → casus over oudere dame die haar abonnement opzegt, welke theorie past
hierbij?
4. Wear-and-tear-theorie → slijtagetheorie;
5. Free-redicals-theorie
6. Auto-immuuntheorie
7. Cellulaire theorie
8. Assimilatie- en accommodatietheorie
9. Sociaal-emotionele selectiviteitstheorie
Toets vraag
Als een ouderen zijn omgeving aanpast om goed te kunnen functioneren, noem je dit? Antwoord: Assimilatie.
Wat zijn stereotypen?
Leertaak 2
Na het filmpje deze vragen beantwoorden:
• Wat verstaan we onder een kwetsbare oudere?
Zijn mensen die heel gevoelig zijn voor relatief lichte verstoringen, zoals een UWI en daar dan veel narigheid van ondervinde n.
• Wat is het doel van het Easycare instrument?
Een screeningtest. Inzicht te krijgen in welke mensen kwetsbaar zijn en of zij extra hulp nodig hebben.
• Welke onderwerpen komen aan bod tijdens de afname van het Easycare instrument?
Medicatie, welke zorgverleners, mobiliteit, lichamelijk functioneren, mentale cognitie/depressie,
• Wat wordt er gedaan met de uitkomsten van het Easycare instrument?
Overleg met andere disciplines om te zien wat er aangeboden kan worden of bekijken wat de patiënt nodig heeft.
Lees hoofdstuk 4 uit het boek ‘klinisch redeneren bij ouderen’, pagina 77 -84. Wanneer wordt er gebruik gemaakt van
het Easycare instrument, zoals je in het filmpje Easycare Beter in beeld hebt kunnen zien?
- De student definieert het begrip kwetsbaarheid vanuit zowel de literatuur als het perspectief van de oudere zelf:
Kwetsbaarheid → de smalle kwetsbaarheid betreft vooral lichamelijke kwetsbaarheid, vb bestaan van beperkingen in
de activiteiten van de ADL. Brede definitie omvat ook de psychische en sociale kwetsbaarheid. Psychische → zoals
depressie, dementie en persoonlijkheidsproblemen. Sociale → wordt meer bepaald door de sociaaleconomische status,
woonsituatie en de toegang tot de zorg.
Ouderen kijken vooral naar de bedreiging voor de kwaliteit van leven. Factoren die hierin belangrijk zijn; slechte
gezondheid, zorgen om de kinderen en kleinkinderen, het ontbreken van een partner en een sociaal netwerk en
afhankelijk zijn van anderen.
- De student beschrijft de 5 stappen van het comprehensive geriatric assessment (CGA) en weet welke methodes hij/zij
hierbij kan inzetten:
Screening is het opsporen van kwetsbare ouderen, gevolgd door een CGA. Screenen → het in kaart brengen van de
risicopopulatie voor een bepaalde aandoening of uitkomst.
Stap 1: Screening
Bij kwetsbare ouderen bekijkt men via screeninginstrument het risico op slechte uitkomsten of de kwetsbaarheid in
kaart te brengen. Slechte uitkomst is bv het risico op functieverlies of sterfte in komende jaar. Zijn vaak korte
vragenlijsten, bestaande uit 4-6 vragen, waarbij oudere een score krijgt. Boven een bepaald afkappunt heeft de ouderen
een ‘verhoogd risico’ op een slechte uitkomst. Bij slechte uitkomst wordt vervolgens verdere diagnostiek uitgevoerd.
Screeninginstrumenten om ouderen met verhoogd risico op functieverlies of overlijden: (tijd kort + - 3 min)
1. ISAR → identification of seniors at risk → zowel zkh als gebruik in huisartsenpraktijk.
2. HARP → hospital admission risk profile.
Screeningsinstrument om kwetsbare ouderen op te sporen: (langer in tijd 10 – 15 min)
1. Groningen frailty indicator
2. Tilburg frailty indicator
3. Easycare-TOS