Hoofdstuk 1 inleiding ........................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2 Ordening .......................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 3 De nalatenschap ............................................................................................................ 4
Hoofdstuk 4 De erfdelen ..................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 5 De wettelijke verdeling .................................................................................................. 6
Hoofdstuk 6 De aan de wettelijke verdeling verbonden wilsrechten ............................................ 9
Hoofstuk 8 De legitieme portie ......................................................................................................... 10
Hoofdstuk 9 Andere wettelijke rechten ........................................................................................... 16
Hoofdstuk 7 Uiterste wilsbeschikkingen ......................................................................................... 19
Hoofdstuk 10 Boedelafwikkeling, executele en bewind ............................................................... 25
Hoofdstuk 11 Verdeling ..................................................................................................................... 28
,Hoofdstuk 1 inleiding
Het erfrecht omvat het geheel van regels betreffende de opvolging in het vermogen van een
overleden persoon. Opvolgers worden erfgenamen genoemd. Zij verkrijgen onder algemene
titel artikel 3:80 lid 2 BW. Zij verkrijgen van rechtswege de nalatenschap artikel 4:182 BW.
Erfopvolging kan wettelijk of testamentair gebeuren artikel 4:1 BW.
Je kan onterfd worden, maar ook met legaat een vorderingsrecht toegekend krijgen artikel
4:117 lid 1 BW. Uitvoering van een last is ook mogelijk artikel 4:130 lid 1 BW.
Het grootste gedeelte van het erfrecht is vermogensrechtelijk, maar het kan ook andere
zaken betreffen. Om conform versterferfrecht in aanmerking te komen voor een erfenis dien
je te bestaan = bestaanseis artikel 4:9 BW. Deze eis kan van worden afgeweken onder
testamentair erfrecht.
, Hoofdstuk 2 Ordening
De personen die in aanmerking komen voor opvolging in het vermogen van de overledenen
dient te worden geordend. Bloedverwantschap en verzorgingsbehoefte zullen hier om
voorrang strijden.
We ordenen met het parentelen-stelsel die uiteenvalt in vier groepen erfgenamen. In alle vier
deze groep vindt ook nog plaatsvervulling plaats artikel 4:10 lid 2 BW. Betovergrootouders
erven niet en degene die in de zesde graad staan tot de erflater ook niet. Binnen ieder van
de groepen erven ze uit eigen hoofde en voor gelijke delen.
Indien er geen erfgenaam wordt achtergelaten gaat de nalatenschap naar de staat met
verkrijging onder algemene titel artikel 4:189 BW. Hier hangt wel een termijn van 20 jaar aan
vast waarbinnen alsnog een erfgenaam aan kan kloppen artikel 4:226 BW.
Je moet dus bestaan om te kunnen erven = bestaanseis artikel 4:9 BW. Een ongeboren kind
kan toch lijden tot acceptatie bestaanseis vanaf 25 weken en achteraf kan ook vaderschap
worden vastgesteld om kind als erfgenaam aan te wijzen artikel 1:207 BW.
Bepaalde handelingen kan iemand van rechtswege onwaardig maken om uit een
nalatenschap voordeel te trekken artikel 4:3 lid 1 BW. Legaat of voordeel verkregen op
grond van een last kan hiertegen niet in de weg staan. Het gaat hier niet om hetzelfde als
vernietigbaarheid van een uiterste wilsbeschikking.