Ouderenpsychologie
KIM HABETS
TILBURG UNIVERSITY | Master klinische psychologie
,Hoorcollege 1 – Beeldvorming
Voorbeeld tentamenvraag
Mevrouw de Bie is 74 jaar en sinds een aantal jaren bekend met vergeetachtigheid. Zo vergeet zij
afspraken en namen. Daarnaast laat zij woordvindproblemen zien en herkend zij met momenten
haar zoon niet meer. Een en ander leidt tot een significante achteruitgang ten opzichte van het
vroegere functioneren van mevrouw de Bie en er is tevens sprake van een belemmering in het
dagelijks functioneren. Een delier of andere psychische stoornis zijn uitgesloten.
Is hier sprake van:
A. Bij de leeftijd passende cognitieve achteruitgang.
B. Een beperkte cognitieve stoornis.
C. Een uitgebreide cognitieve stoornis.
D. Mild cognitive impairment (MCI)
Lees onderstaande casus en beantwoord de vragen.
De heer Hendriks is 75 jaar en wordt door zijn huisarts aangemeld bij de GGz in verband met
overmatig piekeren en anhedonie vanaf de aanvang van zijn pensioen. Sinds zijn pensioen voelt de
heer Hendriks zich in toenemende mate incompetent.
Hij heeft altijd administratieve functies gehad, was geremd, nauwgezet en vermeed
conflicten met anderen omdat hij bang was voor negatieve beoordelingen van anderen. Dat gold ook
in de thuissituatie. Aldaar deed hij nagenoeg alles wat zijn vrouw hem opdroeg omdat hij gevoelig
was voor haar kritiek.
Tijdens de GGz-intake staan vooral insufficiëntie gevoelens centraal. Uit
persoonlijkheidsonderzoek wordt tevens duidelijk dat hij anderen als zeer kritisch ervaart en
daardoor bangs is afgewezen te worden.
A. Beschrijf kort het zelfbeeld, beeld van anderen en de coping mechanismen van meneer
Hendriks.
- Zelfbeeld: incompetent.
- Beeld van anderen: kritisch.
- Coping: vermijden.
B. Welke specifieke persoonlijkheidsstoornis is het meest van toepassing bij meneer Hendriks?
Beargumenteer deze keuze.
Vermijdende persoonlijkheidsstoornis en correcte argumentatie: vermijding uit angst afgewezen te
worden, geremd in gezelschap, overgevoeligheid voor negatief oordeel.
Gezond ouder worden
Bij de ouder van vroeger stond de disengagement theorie centraal: goed ouder worden is zich
langzaam terugtrekken uit de samenleving en het leven als een (1) natuurlijke reactie op
verminderende vitaliteit en (2) het naderende levenseinde.
Ouderen en jongeren lijken veel meer op elkaar dan in literatuur wordt beschreven.
Goed ouder worden is geen harmonisch stervensproces maar ‘een leven lang leven’.
Ouderen zijn minder een aparte categorie mensen dan vaak wordt verondersteld.
De neuropsychologie haalt een streep door de disengagement theorie: door je steeds verder terug te
trekken uit het leven gaat je brein steeds meer achteruit. Je kunt minder omdat je minder doet, en je
doet minder omdat je minder kunt, dus komt in een neerwaartse spiraal terecht.
,Vroeger gingen mensen ook niet de deur uit, maar er waren ook geen auto’s. Toen kreeg je ook geen
nieuwe heup als die versleten was. Als je toen de deur uit ging was er niet veel te beleven, ga je nu
de stad in dan heb je veel te doen. Vroeger was het ook moeilijker, dus toen voelde mensen zich er
ook niet ongelukkiger door als ze meer thuis bleven. Omstandigheden zijn dus erg veranderd.
Hoe nu over ‘goed’ ouder worden wordt gedacht = activity theorie: goed ouder worden is een proces
waarbij mensen willen blijven deelnemen aan het leven en de samenleving. Dit wordt ook benadrukt
door de media.
De oudere van nu zijn niet meer de ouderen van toen omdat ze veel meer mogelijkheden hebben om
aan het leven en de samenleving deel te nemen. Het zijn de omstandigheden waarin de ouderen
leven die zijn veranderd en daarmee de ouderen zelf.
Gezond ouder worden =
Lifestyle: gezond eten en bewegen.
Netwerk: contact en opvanget.
Active aging: actief aan het leven en de samenleving deelnemen.
Zingeving.
Zingeving
De kunst van goed ouder worden is:
- Dingen in je leven zin geven en een doel stellen,
- dat belangrijk genoeg vinden om er energie in te steken,
- dat ook daadwerkelijk doen en
- je niet bij de eerste tegenslag uit het veld laten slaan.
Het kost dus ook moeite.
Dit is niet alleen het doel van ouderen maar je ziet dat er niet veel verschil is tussen jongeren en
ouderen. Het is eigenlijk het doel van het leven, ook jongeren moeten voor een goed leven dit
uitvoeren.
Taak Gerontoloog: met de cliënt zoeken naar kleine alledaagse doelen die proberen te verwoorden
en een plaats te geven in het leven van de cliënt. Doel geven in het menselijk leven.
Modellen speciaal voor ouderen
Positieve Psychologie van Machteld Huber
- Je ambities aanpassen aan je mogelijkheden.
- Uitgaan van wat je nog wel kunt.
Soc model van Paul en Margeret Baltes
- Compenseren van je achteruitgang.
Selectie: doel kiezen en energie in stoppen.
Hoe kun je acteruitgang compenseren?
Er is weinig verschil waarop jongeren en ouderen zin in het leven ervaren.
Het verschil zou zitten in de formulering
Wat wil ik nog met mijn leven jongeren.
Waar wil ik nog energie in steken ouderen.
Maar deze formulering klopt niet. Wat wil ik nog met mijn leven klinkt veel groter en klinkt alsof je
nog meer mogelijkheden hebt. Maar ouderen willen ook de vraag krijgen wat wil ik nog met mijn
leven.
, Kunnen beiden dus van iets genieten en voor beiden even belangrijk om te kijken wat nog in leven
willen (jongeren en ouderen).
Belangrijkste vraag voor ouderen: wat wil ik nog met mijn leven. Misschien wel belangrijker nog dan
voor jongeren.
Hoe de samenleving tegen ouderen aankijkt
Een grote ouderenparticipatie in de samenleving? Dat zou te mooi zijn om waar te zijn en dat is het
ook.
Er zijn twee factoren die die participanten tegengaan:
1. Het vooroordeel over ouderen in de samenleving.
2. Hoe de ouderen zelf met hun ouder worden omgaan.
Het vooroordeel over ouderen
Zwak, ziek en hulpbehoevend.
Eenzaam, depressief, angstig en dement.
Ouderdom betekent achteruitgang en verval.
Vergrijzing: het doemscenario voor de samenleving.
Hun enige positieve punt: ze zijn aardig.
Gevolg: er zijn weinig aantrekkelijke mogelijkheden voor een actieve deelname van ouderen aan de
samenleving. Dat geldt zelfs voor het vrijwilligerswerk.
Ouderen internaliseren dat negatieve stereotype beeld, wat een negatieve invloed heeft op hun
welbevinding en gezondheid. Ze vinden zichzelf dus ook afgeschreven, achteruitgegaan en vervallen
wat weer negatief is voor je welbevinden en gezondheid.
Grootste werkloosheid tussen 55 en 65, krijgen ook al etiket opgedrukt. Ouderen van 55+ worden
minder naschool ingestuurd, investering niet meer waard.
Oordeel over de ouderenzorg
De ouderenzorg is een loden last voor de samenleving, zowel financieel als door tekort
zorgpersoneel. Verdere versobering ouderenzorg:
- Mantelzorgers zullen meer moeten bijdragen terwijl mensen met dementie juist
vermeerderen.
- Verpleeghuizen versoberen verder in de richting van hospices.
Corona debat m.b.t. ouderenzorg: jongeren het leven gunnen in plaats van ouderen. Leven van
ouderen redden die te dik zijn en roken, en toch binnenkort doodgaan. Gaat ten koste van
samenleving. Door versobering die ontstaan is, zijn deze argumenten naar voren komen, geluid
wordt steeds harder. Wat is ons het welbevinden van ouderen waard. En is het waard om daar
economische schade van samenleving ook zieke of dode tot gevolg heeft.
Vooroordelen over ouderen zijn niet beperkt tot werkgevers: ze zijn diep geworteld in onze hele
samenleving. Ouderen van nu hadden vroeger ook gedacht bij een 82-jarige dat hij gestoord was als
hij ging solliciteren. Wanneer je zelf pas oud bent merk je hoe negatief over ouderen hebt gedacht.