Vraag 1
a. Incremental theorists geloven dat de persoonlijkheid van de ander flexibel is en kan
veranderen; entity theorists juist niet: zij menen dat de persoonlijkheid van de ander
stabiel is, vaststaand, en dat weinig verandering te verwachten valt.
b. Entiteit opvatting / entity theorists. Entity theorists uiten / bespreken hun ongenoegen
niet / minder snel richting de ander tijdens een beginnend conflict, omdat zij niet
verwachten dat dit enige verandering teweeg zal brengen. (Zij zien het constructief
bespreekbaar maken van ongenoegen als ‘schreeuwen tegen de berg’).
Vraag 2
Richtlijn puntenverdeling: 2 punten voor de 4 benaderingen (0,5 punt per benadering).
1,5 punt max voor de toelichting per benadering.
De vier klassieke mediationbenaderingen die in het Handboek Mediation hoofdstuk 6
worden onderscheiden zijn:
1. Faciliterende mediation
• Proces vs. inhoud: Sterk gericht op het proces; de inhoud wordt door partijen zelf
ingevuld.
• Directiviteit mediator:
o Op proces: Hoog – de mediator stuurt het verloop, de structuur en de
communicatie.
o Op inhoud: Laag – geen inhoudelijke oordelen of oplossingen.
• Autonomie partijen: Groot.
• Kenmerk: De mediator faciliteert het gesprek en helpt partijen hun eigen oplossingen
te formuleren.
2. Evaluatieve mediation
• Proces vs. inhoud: Meer gericht op de inhoud van het geschil.
• Directiviteit mediator:
o Op proces: Hoog – de mediator houdt regie over het verloop.
o Op inhoud: Hoog – de mediator geeft advies, beoordeling of een inschatting
van de uitkomst.
• Autonomie partijen: Beperkter.
• Kenmerk: De mediator fungeert deels als expert en stuurt partijen richting een
haalbare oplossing.
3. Transformatieve mediation
• Proces vs. inhoud: Sterk gericht op het proces (relatie en interactie), niet op de
inhoudelijke oplossing.
• Directiviteit mediator:
o Op proces: Laag – de mediator volgt partijen en stuurt nauwelijks.
, o Op inhoud: Zeer laag – geen inhoudelijke inmenging.
• Autonomie partijen: Zeer groot.
• Kenmerk: Gericht op empowerment en erkenning; partijen bepalen zelf zowel proces
als uitkomst.
4. Narratieve mediation
• Proces vs. inhoud: Gericht op zowel proces als inhoud, met nadruk op het
herformuleren van verhalen.
• Directiviteit mediator:
o Op proces: Gemiddeld – de mediator stuurt door interventies zoals
structureren en herformuleren.
o Op inhoud: Laag tot gemiddeld – geen oordeel, maar wel sturing via
interpretatie van het conflictverhaal.
• Autonomie partijen: Groot.
• Kenmerk: Conflicten worden gezien als verhalen; door deze te herstructureren
ontstaan nieuwe perspectieven en oplossingen.
b.
• Communicatie-frame/onderstroom: focus op verbetering van communicatie en
relatie tussen partijen en op de onderliggende emoties en conflictdynamiek.
• Settlement-frame/bovenstroom: focus op het bereiken van een concrete
overeenkomst of oplossing voor het probleem.
Binnen beide frames kan de mediator werken met inhoudelijke inbreng of zonder
inhoudelijke inbreng (alleen procesbegeleiding).
c. De klassieke indeling bij het antwoord op vraag a, onderscheidt verschillende visies
op de rol van de mediator. Dit lijkt meer op een benadering die te maken heeft met
onderliggende waarden.
De indeling van Allewijn is pragmatisch en maakt een tweedeling
tussen mediation gericht op communicatie/relatie en mediation gericht op het bereiken
van een oplossing. Allewijn benadrukt dat mediators flexibel tussen deze benaderingen
kunnen schakelen afhankelijk van het conflict. Dit lijkt meer op (2) een benadering die
een mediator bewust kiest afhankelijk van de situatie.
Bron: verplichte literatuur bij college, in het bijzonder de rede van Allewijn (2018) en
Handboek 6.1.1.
Andere antwoorden zijn ingedeeld als volgt.
Een antwoord dat grotendeels onjuist is maar met enige juiste elementen kan punten
krijgen: 1-2 punten.
Een antwoord dat aansluit bij de vraag en getuigt van inzicht maar afwijkt van het
normantwoord kan ook punten krijgen: 3-5 punten.
Vraag 3
Bij vraag 3 is herformulering alleen goed als aan alle drie de criteria is voldaan:
• Positieve formulering, dus geen ‘niet’ erin;
,• het alleen gaat over wens, belang, behoefte of waarde van degene die de
klacht/verwijt;
• en als er een vraagteken achter de zin staat. Dit laatste is belangrijk omdat daardoor
duidelijk is dat je je ervan bewust bent dat het om een hypothese gaat die de
mediator toetst. Het gaat immers altijd om de subjectieve beleving van degene die
het verwijt uit.
Bijvoorbeeld:
1. Punctualiteit en betrokkenheid zijn belangrijk voor je?
2. Voor jou is de financiële gezondheid en de continuiteit van het bedrijf belangrijk? Je
hecht aan betrouwbaarheid?
3. Je vindt het belangrijk dat er ook ruimte is voor jouw verhaal? Je vind het belangrijk dat
er ruimte is voor een dialoog?
Vraag 4
• Openingsfase
• Exploratiefase
• Draai- en categorisatiefase (maar kantelen wordt ook goed gerekend)
• Onderhandelingsfase
• Besluitvormingsfase (maar afrondingsfase of variant wordt ook goed gerekend)
Zie pagina 282 Handboek voor de toelichting.
Maximaal 2 punten per juist onderdeel.
Vraag 5
Minstens een van de twee betrokken burgers heeft het vertrouwen in de overheid
verloren. Voor herstel van vertrouwen moet de overheid aanschuiven aan
de mediationtafel.
Bron: Handboek p. 632 en vloeit ook voort uit wat tijdens het college is besproken.
De relatie tussen overheid en burger kan niet beëindigd worden.
Bron: Dit is besproken in het college.
Sommige andere antwoorden zijn ook goed gerekend.
Vraag 6
De scheidingsmelding is het kantelpunt tussen het emotionele afscheid van elkaar en
het zakelijk afspraken kunnen gaan maken.
Wanneer het emotionele afscheid (het verbreken van de partnerrelatie) niet goed is
verwerkt of verloopt, is de kans groot dat het partijen niet lukt afspraken te maken of dat
zij in de toekomst opnieuw conflicten zullen krijgen. [Vooral als er kinderen betrokken
zijn en partijen hun toekomstig ouderschap vorm moeten gaan geven, is de
scheidingsmelding van extra groot belang.]
,Mbt de dynamiek tussen partijen moet de mediator er rekening mee houden dat de
verlatene – de ‘zwakke’ partij – zich op een ander punt in het rouwproces van uit elkaar
gaan bevindt (vaak nog midden in het verdriet van het verlies van de partner) dan de
verlater – de ‘sterke’ partij – die vaak al meer met de toekomst bezig is.
Zie Handboek mediation, p. 569-570.
Vraag 7
a. Deelname aan mediation in strafzaken gaat gepaard met een lagere kans op recidive
(vergeleken met [vergelijkbare] daders die niet [kunnen] deelnemen).
b.
1. Gevoelens van schuld over het delict bij de verdachte blijven langer bestaan / nemen
toe door deelname aan mediation in strafzaken – dit kan de kans op recidive verkleinen.
2. Verdachten die deelnemen aan MiS nemen achteraf meer verantwoordelijkheid voor
(het eigen aandeel) in hun delict – dit kan de kans op recidive verkleinen.
3. Verdachten rapporteren na deelname aan MiS een versterkte / vergrote mate van
empathie voor de slachtoffers – dit kan de kans op recidive verkleinen.
Veelgemaakte fouten
‘Dader wordt zich meer bewust’ of ‘Er wordt bewustwording gecreëerd’→ levert
maximaal 1 punt op (want mist het gevolg daarvan)
Verwijzingen naar mediation als leerproces of als humaniserend proces (relatie met
reintegrative shaming theory) en het effect dat slachtoffers meer empathie krijgen voor
daders leveren maximaal 1 punt op, omdat dat geen psychologische effecten zijn die in
verband zijn gebracht met een lagere recidivekans.
Vraag 8
Genoemd kunnen worden:
• de doorverwijzingsvoorziening → rechter verwijst partijen naar een mediator
• mediation in strafzaken → bemiddeling in lopende strafzaken
• de procedure Gericht Op Oplossing (GOO) → geschilbeslechting in civiele zaken
door een rechter, door middel van een kortlopende procedure waarbij partijen tot
een definitieve oplossing komen. De rechter neemt daarbij naast zijn rol als
‘knopendoorhakker’ ook de rol van bemiddelaar op zich.
• de experimenten onder MER, waarbij rechters vaak gebruik maken van
mediationtechnieken
Ook goed (mits goed uitgelegd):
• forensische mediation
• piketmediation
• Art. 96 Rv- procedure
Niet goed
• het programma Scheiden zonder schade (dat was namelijk een platform, geen
specifieke pilot of werkwijze).
,• echtscheidingsmediation (rechter tekent echtscheidingsconvenant): maximaal 1
punt (want geen samenwerking of (bewuste) combinatie)
• gezinsadvocaat (want geen samenwerking)
• herstelbemiddeling (want staat juist los van de strafprocedure)
Zie bijvoorbeeld Handboek mediation, par. 2.4.
Vraag 9
Mits goed onderbouwd, kan het antwoord beide kanten op. Argumenten die bij het
betoog kunnen worden betrokken:
• Vrijwilligheid is een belangrijke kernwaarde van mediation, een verplicht voorportaal
strookt daar niet mee (bezwaar). In het verlengde daarvan: je kunt, vanwege de aard
van mediation, partijen niet dwingen om met elkaar in gesprek te gaan. Dat gaat niet
werken.
• Het risico bestaat dat partijen hiermee de toegang tot de rechter wordt ontzegd
(bezwaar), al weten we uit jurisprudentie van het HvJ dat onder voorwaarde een
beperking mogelijk is. Belangrijke voorwaarde is bijv. dat eea wettelijk is geregeld.
• Door partijen verplicht eerst mediation te laten proberen, is de kans groter dat een
duurzame oplossing wordt bereikt (vergeleken met een gerechtelijke procedure
waarbij er altijd één winnaar en één verliezer is) (voordeel).
• Een voorportaal kan de druk op de rechtspraak verminderen (voordeel).
• Als partijen er in mediation uit komen scheelt dat tijd en kosten (voordeel).
Andere argumenten voor en bezwaren tegen het invoeren van een voorportaal kunnen
ook goed zijn.
Niet goed: argumenten die betrekking hebben op strafprocedures. Het voorportaal zoals
hier bedoeld heeft betrekking op een civiele procedure (‘partijen die een gerechtelijke
procedure willen starten’).
Veelgemaakte fout: niet ‘betoogd’ voor of tegen, maar in plaats daarvan alleen
opgeschreven ‘ik ben voor/tegen’ en vervolgens – los daarvan – vier argumenten
genoemd. → in dat geval maximaal 8 punten.
Vraag 9
a. Bijvoorbeeld:
• Onafhankelijkheid: zakelijke relaties met het notariskantoor zonder dit volledig te
melden.
• Onpartijdigheid: herhaaldelijk partij kiezen voor Leila.
• Respecteren van partij-autonomie: druk uitoefenen om snel akkoord te gaan en
ontmoedigen van extern advies.
• Helderheid over kosten / transparantie: onverwacht hoger tarief en geen schriftelijke
uitleg vooraf.
• Competentie: doen alsof hij juridisch advies kan geven binnen mediation.
• Werkwijze: onduidelijke en niet-MfN-conforme aanpak.
,Vrijwilligheid is een kernbeginsel van mediation, niet als zodanig een gedragsregel of
kernwaarde van de mediator. Als een mediator niet handelt wanneer een partij niet
volledig vrijwillig in de mediation zit, is dat mogelijk in strijd met de partij-autonomie. →
wanneer in dat kader alleen ‘vrijwilligheid’ is genoemd, niet gekoppeld aan partij-
autonomie, levert daarom maximaal 1 punt op.
Zie de gedragsregels van de MfN-mediator en het Handboek mediation, hoofdstuk 17.
,
,
,
,