Onderzoek naar vergroening in Amsterdam
Mink van Meijer & David Holstvoogd
Profielwerkstuk
Klas 6, Het 4e Gymnasium
2020-2021
Maurik Ros
1
,Inhoudsopgave:
1. Inleiding 4
2. Het nut van Groen 5
2.1: Welzijn en Leefklimaat 5
2.2: Recreatie 5
2.3: Maatschappelijk 6
2.4: Economie 6
2.5: Biodiversiteit 6
2.6: Amsterdam 7
3. Mogelijkheden voor vergroening 8
3.1: Het aanwijzen van nieuwe locaties voor groen 8
3.2: Het verbinden van groene gebieden 8
3.3: Het beter benutten van bestaande locaties 9
3.4: Verantwoording 9
4. Theorie van vergroenen en de aandachtspunten 10
4.1: Externe factoren 10
4.1.1: Bezonning 10
4.1.2: Luchtkwaliteit 10
4.1.3: Omgevingslawaai 11
4.1.4: Wateroverlast 12
4.2: Grond 12
4.2.1: Bodemstructuur 12
4.2.2: Grondkeuze 13
4.2.3: pH-waarden van de grond 14
4.2.4: Zoutgehalte 14
4.2.5: Zware metalen en andere gevaarlijke stoffen 14
4.3: Beplanting 15
4.3.1: Plant Functie 15
4.3.2: Beplantingsconcepten 15
4.3.3: Planten en luchtzuivering 17
4.3.3.1: Luchtzuivering en Bomen 18
4.3.3.2: Luchtvervuiling Planten 19
4.3.4: Inzaaiing, aanplanting of natuurlijke groei 19
4.4: Overige zaken 19
4.4.1: Eilandtheorie 19
4.4.2: Broedplaatsen 20
4.4.3: Veiligheid 20
5. Vooronderzoek Van Oldenbarneveldtplein 22
5.1: De keuze voor deze locatie 22
5.2: Gebruik 22
5.3: Indeling van het plein 23
5.4: Bomen en andere planten 26
2
, 5.5: Externe factoren 27
5.5.1: Bezonning 27
5.5.2: Geluid 27
5.2.6: Wateroverlast 28
5.2.7: Luchtkwaliteit 28
5.6: Grond 29
5.6.1: Bodemstructuur 29
5.6.2: Zware metalen en andere gevaarlijke stoffen. 29
5.6.3: Zout 30
5.6.5: pH waarden 30
5.7: Overige zaken 31
5.7.1: Veiligheid 31
5.7.2: Broedplaatsen 31
5.7.3: Inzaaiing, aanplanting of natuurlijke groei 31
5.7.4: Stapsteen 32
6. Ontwerp herinrichting 33
6.1: Algehele doelstelling 33
6.2: Grote aanpassingen per zone 33
6.2.1: Zone van het speeltuintje 33
6.2.2: Zone van het middenvlak 34
6.2.3: Zone van het plantsoen 34
6.2.4: Motivatie veranderingen 34
6.3: Beplantingsplan 35
6.3.1: Beplantingsconcepten 35
6.3.2: Plantkeuze 36
6.4: Eindontwerp 39
7. Conclusie 42
8. Discussie 43
9. Bronnenlijst 44
10. Evaluatie 48
3
, 1. Inleiding
Na een oproep van de gemeente zijn we in maart van dit jaar naar een bespreking gekomen
over het Diemerpark. Divers was de opkomst niet. Wij waren zowat de enige aanwezigen
onder de 30 jaar. Na een paar uur durende bespreking was er tijd vrijgehouden voor het
inbrengen van ideeën voor het park. Ook wij kregen de kans om onze ideeën te
verkondigen. Na het horen van de andere plannen, opperden we een idee over het plaatsen
van enkele simpele bankjes, geen gek idee ook: Geen enkel ander plan was gericht aan
jongeren, terwijl IJburg juist de kinderrijkste buurt van Europa is! Na het indienen van ons
idee ontstond er een beetje rumoer, een oudere vrouw liet ons direct weten hoe dom ons
plan wel niet was. We werden totaal niet serieus genomen.
Wij als betrokken burgers zouden als het om het inrichten van de stad gaat niet buiten
beschouwing gelaten moeten worden.
Daarom hebben we het heft in eigen handen genomen. Mede door deze ervaring en door
onze interesse in biologie zijn we op ons onderwerp van vergroening uitgekomen. Omdat we
allebei in Amsterdam leven was de onderzoeksvraag snel bedacht: “Hoe kunnen we
Amsterdam vergroenen?”
Omdat “vergroenen” geen duidelijke algemeen geaccepteerde definitie heeft, is het
misschien handig om die van ons te geven. Onze betekenis van vergroenen is in een
bepaald gebied meer planten en bomen creëren met als doel de biodiversiteit en de natuur
te versterken. We hebben het in dit onderzoek dus niet over de sociaal-demografische
definitie van vergroenen.
Wij zijn in ons onderzoek, vanwege de urgentie van onze klimaatcrisis, ingegaan op de
verschillende manieren waarop je een stad kan vergroenen en wat de effecten hiervan zijn.
Oorspronkelijk was het ons idee om een groene ring aan te leggen om Amsterdam heen, die
de verschillende groene gebieden zou verbinden. Dit bleek helaas niet reëel te zijn en
daarom zijn we overgaan op een andere methode om Amsterdam te vergroenen, het beter
benutten van bestaande locaties. We hebben alle opties van vergroenen doorgenomen en
na moeizaam contact met de gemeente hebben we besloten om ons eigen park te
ontwerpen. Aan de hand van een inspiratiekaart voor locaties met een goede potentie om
vergroend te worden hebben we een locatie gekozen om opnieuw in te richten. Hierbij
hebben we naar vele verschillende factoren gekeken. Ons onderzoek is specifiek voor
Amsterdam geschreven, dit betekent echter niet dat de methodes niet (tot meer of mindere
mate) toepasbaar zijn in andere steden. Economische zaken, zoals de subsidiëring vanuit
de overheid, hebben we zoveel mogelijk vermeden om het onderzoek enigszins in te perken.
Aangezien deze toch al relatief breed is.
Ons onderzoek kan gezien worden als aansporing voor de gemeente. Maar daarnaast is het
voornamelijk ook een suggestie voor het vergroenen van wijken binnen Amsterdam.
4