(Hoofdstuk 1 - 4, 6 & 14): Introductie....................................................................................................................3
(Hoofdstuk 23): Oncologie....................................................................................................................................14
Kanker bij Vrouwen: Top 3....................................................................................................................................15
Incidentie- en Sterftecijfers....................................................................................................................................16
Biomedische Aspecten...........................................................................................................................................17
Pathologie: Stadiëring............................................................................................................................................21
Klinische Gezondheidspsychologie in de Geneeskunde: Uitgebreide samenvatting (2023).................................21
(Hoofdstuk 3, 6, 14 & 16): Behandelmethoden....................................................................................................31
(Hoofdstuk 4 & 7): HIV/ AIDS.............................................................................................................................39
HIV/AIDS..............................................................................................................................................................41
Medische Behandeling van HIV/ AIDS.................................................................................................................46
(Hoofdstuk 20): Longziekten.................................................................................................................................51
Functie van Ademhalingsysteem............................................................................................................................52
Aandoeningen geassocieerd met het Ademhalingsstelsel......................................................................................52
Astma......................................................................................................................................................................57
COPD vs. Astma....................................................................................................................................................60
Cystische Fibrose (Taaislijmziekte).......................................................................................................................60
Compliance en Adherence......................................................................................................................................62
(Hoofdstuk 15): Verloskunde & Gynaecologie......................................................................................................64
Klinische Gezondheidspsychologie in de Geneeskunde........................................................................................67
Menopauze.............................................................................................................................................................78
(Hoofdstuk 21): Vermoeidheid & Slaap...............................................................................................................82
(Hoofdstuk 11): Jong zijn en Ziekte......................................................................................................................94
(Hoofdstuk 19): Cardiologie...............................................................................................................................105
Chronisch Hartfalen.............................................................................................................................................110
Hartritmestoornissen............................................................................................................................................112
Perifere Arteriële Ziekte (PAD) in de Onderste Ledematen................................................................................113
Psychologische Factoren Hart- en Vaatziekten: Risicofactoren..........................................................................113
Multiple Sclerose en Parkinson............................................................................................................................119
Multiple Sclerose (MS) en Psychologisch Welzijn..............................................................................................123
De Ziekte van Parkinson......................................................................................................................................127
(Hoofdstuk 18): Maag-, Darm- en Leverziekte (Gastro-intestinale Problemen)................................................133
Inflammatory Bowel Disease (IBD).....................................................................................................................135
Functioneel Maagzuur..........................................................................................................................................139
Orgaantransplantaties...........................................................................................................................................140
Psychologie en Gastro-Intestinale Problemen......................................................................................................140
Psychologische Assessment.................................................................................................................................141
Psychosociale Behandeling..................................................................................................................................142
Maagzuur-Gerelateerde Aandoeningen en Niet-Cardiale Pijn op de Borst.........................................................143
Inflammatoire Darmziekte...................................................................................................................................143
2
,Functionele Problemen.........................................................................................................................................144
Orgaantransplantaties: Vóór de Transplantatie....................................................................................................144
Hoofdstuk 22: Pijn................................................................................................................................................145
Verschillende Taxonomieën van Pijn...................................................................................................................149
Theorieën over Pijn..............................................................................................................................................151
(Hoofdstuk 4 en 17 t/m p. 436): Diabetes Mellitus.............................................................................................157
(Hoofdstuk 1 - 4, 6 & 14): Introductie
Geschiedenis
Prehistorie
In deze periode werden het lichaam en de geest als een verstrengeld geheel beschouwd.
Men geloofde dat ziekten ontstonden door de invasie van boze geesten in het lichaam. De
focus van de behandeling lag volledig op het uitdrijven van deze kwade entiteiten.
Exorcisme
Een behandelmethode uit de prehistorie waarbij gepoogd werd geesten uit het lichaam te
verdrijven. Dit gebeurde onder andere door middel van fysieke handelingen zoals
aderlatingen.
Oude Grieken
De Grieken introduceerden een meer gestructureerde kijk op ziekte, waarbij de focus
verschoof naar interne lichaamsprocessen in plaats van externe geesten. Zij legden de basis
voor de vroege geneeskunde door temperament te koppelen aan fysieke vloeistoffen.
Humorale theorie
Deze theorie, ontwikkeld door Hippocrates, stelt dat er vier vitale vloeistoffen (humoren) in
het lichaam aanwezig zijn die het temperament van een persoon bepalen. Ziekte werd
gezien als een direct resultaat van een onbalans tussen deze vier vloeistoffen. De
behandeling was er dan ook op gericht om het evenwicht tussen de humoren te herstellen.
Bloed
Een van de vier humoren binnen de humorale theorie, geassocieerd met een gepassioneerd
temperament. Mensen met een overschot aan deze vloeistof worden gekenmerkt als vurig,
energiek en extravert.
Zwarte gal
3
, De humor die geassocieerd wordt met droefheid. Een dominantie van zwarte gal leidt tot
een neerslachtig, introvert en gemakkelijk depressief persoonstype met een
terneergeslagen stemming.
Gele gal
Deze vloeistof is verbonden aan een boze instelling. Mensen waarbij deze humor de
overhand heeft, zijn gemakkelijk geïrriteerd en raken snel kwaad.
Flegma
Ook wel slijm genoemd; deze humor staat voor een relaxte benadering van het leven. Het
karakteriseert mensen die kalm en rustig zijn, maar kan ook leiden tot een vlak affect.
Middeleeuwen
Tijdens deze periode verschoof de medische visie naar een religieuze interpretatie. Ziekte
werd niet langer gezien als een fysieke onbalans, maar als een straf van God. Behandelingen
waren aanvankelijk gericht op het martelen van het lichaam om kwade krachten te
verdrijven, wat later overging in spirituele oplossingen zoals gebed en het verrichten van
goede daden.
Renaissance
In dit tijdperk ontstond een hernieuwde focus op wetenschappelijke kennis en objectieve
beoordeling. Dit leidde tot de oprichting van de eerste ziekenhuizen en een medische
praktijk die afhankelijk werd van laboratoriumresultaten en de waarneming van lichamelijke
factoren. De basis van diagnose en behandeling verschoof naar organische en cellulaire
pathologie.
Biomedisch model
Biomedisch model
Een model waarbij alle ziekten verklaard worden vanuit biologische processen in het
lichaam, zoals biochemische onevenwichtigheden of neurofysiologische afwijkingen.
Gezondheid wordt puur fysiek of biochemisch gedefinieerd. Dit model is reductionistisch:
het reduceert ziekte tot processen op laag niveau en erkent psychologische of sociale
invloeden niet. Het gaat uit van een strikt geest-lichaam dualisme en richt zich primair op
ziekte in plaats van op gezondheidsbevorderend gedrag.
Bekeringshysterie
Bekeringshysterie
4