..................................................................................................................................................................................1
Inhoudsopgave..........................................................................................................................................................2
College 1...................................................................................................................................................................3
College 2 De diagnostische cyclus.........................................................................................................................15
Klachtanalyse.........................................................................................................................................................24
Diagnostisch scenario.............................................................................................................................................26
College 3.................................................................................................................................................................29
College 4.................................................................................................................................................................32
College 6.................................................................................................................................................................38
College 6, 7 Observatie: onderzoeksmiddel binnen psychodiagnostisch onderzoek.............................................42
Gastcollege Geert Vernimmen: Een inkijk in de 1e fase van een GGZ-behandeling............................................45
Gastcollege Dagmar Gilde: Een kijkje in de ambulante forensische zorg.............................................................48
College 8 Diagnostische instrumenten...................................................................................................................49
Huidige intelligentiemodellen vanuit een cognitieve of systematische benadering...............................................57
College 9: Indicatieanalyse....................................................................................................................................66
2
,College 1
Wetenschappelijke diagnostiek
Ontstaat zodra wetenschappelijk-empirische kennis wordt toegevoegd aan het analyseren
van het menselijke gedrag. Het gaat verder dan alledaagse observaties door systematische
methoden en bewijslast te gebruiken om gedrag te duiden.
Empirisch-wetenschappelijke diagnostiek
De praktijk waarbij een diagnosticus zijn of haar uitspraken en conclusies volledig baseert op
theorieën die wetenschappelijk zijn getoetst. Het waarborgt dat de diagnostiek niet berust
op intuïtie, maar op verifieerbare kennis.
Diagnostiek
Het toepassingsgebied van de gedragswetenschap (zoals psychologie) en een integraal
onderdeel van de hulpverlening. Het is meer dan enkel het geven van labels; labels zijn
hulpmiddelen om de problematiek beter te begrijpen. Het proces richt zich op het
vaststellen van moeilijkheden via een gestructureerd psychodiagnostisch proces.
Handelen als psychodiagnosticus
Het eerste belangrijke competentiegebied van een hulpverlener. Dit behelst het op een
systematisch onderbouwde manier uitvoeren van een diagnostische oordeels- en
besluitvorming. Het vereist diepgaande kennis van het vakgebied en de bevoegdheid om
diagnoses te stellen. Professionaliteit wordt hierbij versterkt door intervisie (resultaten
uitwisselen met collega's) en onderzoek naar de effectiviteit van theorieën en
behandelingen.
Communicatie en professionaliteit in de hulpverleningsrelatie
Het tweede competentiegebied van de hulpverlener. Dit richt zich op het creëren van een
goede werkrelatie, professioneel gedrag en het ontwikkelen van een passende
therapeutische attitude. Het omvat de vaardigheden die nodig zijn om een veilige en
constructieve relatie met de cliënt op te bouwen.
Psychologische gespreksvoering
Een essentieel instrument voor de hulpverlener om een werkbare relatie met de cliënt op te
bouwen. De wijze waarop het gesprek wordt gevoerd, is bepalend voor de kwaliteit van de
informatieverzameling en de therapeutische alliantie.
Cliëntgerichte benadering
Een benadering ontwikkeld door Carl Rogers waarbij de therapeutische relatie de
voorwaarden schept die het voor een cliënt mogelijk maken om eigen sterktes,
3
, moeilijkheden en oplossingen te exploreren. De focus ligt op het bieden van een veilige
omgeving waarin de cliënt zelf tot inzichten komt.
Zelfactualisering
Het fundamentele basisprincipe van de cliëntgerichte benadering. Het gaat uit van de
natuurlijke neiging van mensen om te groeien en zichzelf te ontplooien. De therapeut
fungeert hierbij als facilitator die de juiste condities schept zodat de cliënt dit proces zelf kan
doormaken.
Basisattitude
De houding van de hulpverlener die essentieel is voor een gelijkwaardige relatie en
vertrouwen. De therapeut stuurt het proces wel aan, maar neemt geen leidende of
adviserende rol op zich. Hierdoor wordt de cliënt eigenaar van het proces, wat de motivatie
verhoogt en helpt bij het internaliseren van oplossingsstrategieën.
Ik moet iets doen syndroom
Een valkuil voor de hulpverlener waarbij men, onder de indruk van de ernst van de
problematiek, de neiging voelt om direct advies te geven. Dit moet worden onderdrukt,
omdat ongevraagd advies vaak de complexiteit van het probleem niet dekt en de cliënt vaak
al eerdere adviezen heeft geprobeerd die niet werkten. Grondige exploratie en ordening zijn
effectiever dan snelle oplossingen.
Conditional regard
Een concept van Rogers dat stelt dat persoonlijke problemen ontstaan wanneer een
persoon niet geaccepteerd wordt zoals hij/zij is. In deze situatie is waardering of liefde
afhankelijk van het voldoen aan de verwachtingen of het gedrag van anderen, wat de
spontaniteit en vrijheid van het individu belemmert.
Incongruence
De toestand die ontstaat door een discrepantie tussen de staat van 'zijn' (wie men werkelijk
is) en de staat van 'moeten zijn' (wie men moet zijn voor anderen). Een persoon in deze
staat kan niet meer zichzelf zijn en durft niet te vertrouwen op eigen directe ingevingen of
intuïtie.
Essentiële condities voor groei
Drie specifieke therapeutische houdingen die noodzakelijk zijn om de tendens tot
zelfactualisering bij de cliënt te faciliteren. De eerste hiervan is onvoorwaardelijke positieve
waardering.
Onvoorwaardelijke positieve waardering
4