Emotiewoorden zijn automatische lichaamsreacties (reflexen) op situatieveranderingen.
De emotie zegt iets over de situatie. Een situatie kan iets goeds, iets slechts, of iets onzijdigs brengen:
goed, slecht en onzijdig ten aanzien van het hebben van greep of controle.
De 7 basisemoties zijn:
Angst – controleverlies doordat je in het nauw wordt gedreven
Agressie – herwinnen (afdwingen) van de controle
Verdriet – ontlading na controleverlies
Geestdrift – de motor die aanzet tot het krijgen van controle
Vreugde – ontlading na het krijgen van controle
Walging – afstoten (uitspugen) van controle die niet bij jouw waarden past
Verbazing – oriëntatie op het krijgen van controle
, Gevoelswoorden
Gevoelens stammen af van de zeven basisemoties. Gevoelens ontstaan onder invloed van taal. Een
gevoel wordt dus opgebouwd, in tegenstelling tot een reflexmatige emotie!. Ook gedragingen die
gekoppeld zijn aan een van de basisemoties gaan gepaard met gevoelens. Daarom verwoorden
cliënten deze gedragingen vaak als gevoelens. Bijvoorbeeld: ik voel me verlegen, in plaats ik ben/doe
verlegen. Of: ik voel me knorrig, in plaats van ik ben/doe knorrig. Emoties en gevoelens zijn niet altijd
even sterk. Ze komen voor in verschillende gradaties. Ook een mix van gevoelens in een bepaalde
situatie is heel goed mogelijk, zeker ook als er meerdere gedachten spelen in deze situatie.
Onderstaand volgt een lijst met een ruime greep uit dit soort gevoelswoorden gerangschikt op de
basisemoties.
ANGST:
Achterdochtig – wantrouwig
Angstig - bevreesd, bang
Argwanend – wantrouwig
Bezorgd – vol zorg en kommer, onrust
Eenkennig – bang voor vreemden
Faalangst – angst om te falen, om te mislukken
Gejaagd – door haast of onrust voortgedreven
Gespannen – waarin spanning is (spanning – tensie, toestand of omstandigheid dat iemands
zenuwen, zijn aandacht, zijn verwachting gespannen zijn)
Hysterisch – aan hysterie lijdend, (hysterie is overdreven opwinding)
Nerveus – zenuwachtig, hetzij van aanleg of als toestand
Ongemakkelijk – niet op zijn gemak (gemak – de aangename rust en kalmte die men geniet
wanneer men vrij is van alle moeite en inspanning)
Ongerust – geen innerlijke rust hebbend (wegens een bepaalde aanleiding), zorg gevoelend,
angstig, bekommerd
Ontzet – door schrik verbijsterd, onthutst, onsteld
Paniek – plotselinge, algemene, hevige schrik of angst veroorzaakt door een reeel of
verondersteld gevaar, en die leidt tot buitensporige of onoordeelkundige pogingen om zich
daarvoor te beveiligen
Schaamte – het gevoel van onbehagen dat iemand vervult bij het gezien, bekend of openbaar
worden van dingen aan hem, handelingen van hem of toestanden om hem die met
eerbaarheid, het fatsoen, of de zedelijkheid in strijd zijn, of die hem verachtelijk doen
schijnen bij anderen
Schrik – door een overwachte (sterke) indruk teweeggebracht affect, plotseling angstgevoel,
gewoonlijk vergezeld van een terug- of samentrekkende beweging
Verlegen – in tegewoordigheid van anderen zich niet vrij voelend en zich niet vrij durven
uiten, onzeker, niet zelfbewust
Verontrusting – bekommering, bezorgdheid, ongerustheid
Vrees – angstig gevoel voor iets dreigends
AGRESSIE:
Afgunst – gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem
niet gunt (een lichtere graad van nijd)
Agressie – bedreiging of aantastig met geweld
Bars – onvriendelijk, afstotend
Boos – in een onaangename stemming verkerend, waarin me anderen verwijten maakt of
daarvan blijk geeft