Rechtshandeling
Een menselijke handeling die gericht is op het intreden van een rechtsgevolg. Dit
rechtsgevolg kan bestaan uit het doen ontstaan, het wijzigen of het tenietgaan van een
juridische relatie. Artikel 3:33 BW vormt de basis voor wat nodig is voor een
rechtshandeling, namelijk een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring
heeft geopenbaard. De omschrijving van het begrip is in de rechtsleer omstreden, omdat de
waarde die aan de wilsverklaring enerzijds en het opgewekte vertrouwen anderzijds wordt
toegekend, verschilt binnen het leerstuk van de totstandkoming. In tegenstelling tot
feitelijke handelingen (zoals een krant lezen), heeft het recht bij een rechtshandeling een
positieve houding omdat de handelende persoon bewust een juridisch effect nastreeft.
Rechtsfeit
Een feit waaraan de wet een rechtsgevolg verbindt. De rechtshandeling valt onder deze
overkoepelende rubriek. Belangrijk is dat een feit pas als rechtsfeit wordt gekwalificeerd
nadat is vastgesteld dat er juridische gevolgen aan verbonden zijn; de kwalificatie zelf roept
dus geen gevolgen op, maar volgt uit de juridische relevantie van het feit.
Onrechtmatige daad
Een handeling waarbij een persoon een ander schade toebrengt, wat door het recht
negatief wordt gewaardeerd. Hoewel een onrechtmatige daad een rechtsgevolg in het leven
roept (de verbintenis tot schadevergoeding), is het geen rechtshandeling. Bij een
onrechtmatige daad is het gedrag namelijk gericht op een feitelijk gevolg, terwijl het recht
daar uit eigen beweging een verbintenis aan koppelt, ongeacht of de dader dit juridische
gevolg beoogde.
Meerzijdige en eenzijdige rechtshandelingen
Meerzijdige rechtshandeling
Een op rechtsgevolg gerichte handeling waarvoor de medewerking van twee of meer
personen vereist is. Het meest bekende voorbeeld is de overeenkomst, waarbij conform
artikel 6:217 BW sprake is van een aanbod en een aanvaarding. Ook een gezamenlijke akte,
zoals een meerderheidsbesluit van een aandeelhoudersvergadering, valt onder deze
categorie.
Eenzijdige rechtshandeling
Een rechtshandeling die door slechts één persoon tot stand wordt gebracht. Hierbij hoeft
een ander niet in te stemmen met de handeling om deze rechtsgeldig te laten zijn.
,Voorbeelden zijn de vernietiging van een koopovereenkomst of de opzegging van een
huurcontract. Hoewel de wet de ontvanger soms als 'wederpartij' aanduidt (zoals in art.
3:56 BW) omwille van wetgevingseconomie, blijft de handeling juridisch eenzijdig.
Eenzijdig gerichte rechtshandeling
Een vorm van een eenzijdige rechtshandeling die tot een specifieke persoon moet worden
gericht om effect te sorteren. De geadresseerde fungeert hierbij uitsluitend als ontvanger
van de verklaring en hoeft niet akkoord te gaan.
Eenzijdig niet-gerichte rechtshandeling
Een rechtshandeling waarbij noch de instemming van een ander, noch de ontvangst door
een bepaald persoon noodzakelijk is voor de totstandkoming. Klassieke voorbeelden zijn het
maken van een testament en het aanvaarden of verwerpen van een erfenis.
Hoofdthema's rechtshandeling
De artikelen 3:32 tot en met 3:59 BW bevatten de kernregels omtrent de rechtshandeling.
De twee centrale thema's die hierin worden behandeld zijn de totstandkoming van de
rechtshandeling en de leer van de nietigheid en vernietigbaarheid.
De (obligatoire) overeenkomst
Obligatoire overeenkomst
Een meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen jegens een of meer anderen
een verbintenis aangaan, zoals gedefinieerd in artikel 6:213 lid 1 BW. Het kenmerkende
element is het verbintenisscheppende karakter. In het juridisch spraakgebruik wordt dit
vaak aangeduid als een 'contract'. Elke overeenkomst is per definitie een rechtshandeling,
maar niet elke rechtshandeling is een overeenkomst.
Gelaagde structuur overeenkomstenrecht
Het recht betreffende overeenkomsten is opgebouwd uit verschillende lagen. Titel 6.5 BW
vormt een specifieke laag bovenop het algemene rechtshandelingenrecht (Titel 3.2 BW) en
het algemene verbintenissenrecht (Titel 6.1 en 6.2 BW).
De meerpartijenovereenkomst
Meerpartijenovereenkomst
Een overeenkomst waarbij meer dan twee partijen betrokken zijn. Hoewel de regels van het
overeenkomstenrecht (6:213 BW) in beginsel ook hierop van toepassing zijn, kunnen er
uitzonderingen gelden. Een voorbeeld is de driehoeksruil tussen partijen A, B en C die
onderling prestaties uitwisselen.
, Aanvaard derdenbeding
Een rechtsfiguur waarbij aanvankelijk twee partijen een overeenkomst sluiten met een
beding ten gunste van een derde. Zodra deze derde het beding aanvaardt conform artikel
6:254 BW, wordt de derde als volwaardige partij bij de overeenkomst beschouwd, waardoor
er een meerpartijenovereenkomst ontstaat.
Bijzondere overeenkomsten
Bijzondere overeenkomst
Overeenkomsten die een nadere wettelijke uitwerking hebben gekregen in Boek 7 of 7A BW
(zoals koop, huur of arbeid). Deze contracten zijn cumulatief onderworpen aan drie sets
regels: de regels voor rechtshandelingen (3.2), de regels voor algemene overeenkomsten
(6.5) en de specifieke regels uit Boek 7/7A.
Gemengde overeenkomst
Een overeenkomst die voldoet aan de omschrijvingen van twee of meer verschillende
bijzondere contracten die in de wet zijn uitgewerkt. Artikel 6:215 BW regelt hoe in dergelijke
gevallen met de verschillende wettelijke bepalingen moet worden omgegaan.
Wederkerige overeenkomst
Wederkerige overeenkomst
Een overeenkomst waarbij beide partijen een verbintenis op zich nemen met als doel de
prestatie van de wederpartij te verkrijgen (art. 6:221 lid 1 BW). Er is sprake van een directe
koppeling tussen prestatie en tegenprestatie. Indien een overeenkomst niet aan deze
omschrijving voldoet, wordt deze een 'eenzijdige overeenkomst' genoemd.
Overeenkomsten onder bezwarende titel en overeenkomsten om
niet
Overeenkomst onder bezwarende titel
Een overeenkomst waarbij de toegezegde prestatie van de ene partij in direct verband staat
met een prestatie van de wederpartij. Hoewel dit vaak samenvalt met de wederkerige
overeenkomst, is er een nuance: bij bezwarende titel hoeft de wederpartij zich niet altijd
juridisch te verplichten tot de tegenprestatie, zolang er feitelijk maar een tegenprestatie
tegenover staat. Dit onderscheid is cruciaal bij leerstukken als derdenbescherming en
aanbod en aanvaarding.
Overeenkomst om niet