Hoofdstuk 2 - Classificatie, diagnostiek en epidemiologie......................................................................................3
Hoofdstuk 3 - Theorieën over ontwikkeling............................................................................................................8
Hoofdstuk 4 - De eerste 1000 dagen van het kind.................................................................................................14
Hoofdstuk 5 - Slaapstoornissen en slaapproblemen...............................................................................................19
Hoofdstuk 6 - voedings- en eetstoornissen bij jonge kinderen..............................................................................29
Hoofdstuk 7 - Gehechtheid en hechtingsstoornissen.............................................................................................34
Hoofdstuk 8 - Autismespectrumstoornis................................................................................................................45
Hoofdstuk 9 - Zindelijk worden en stoornissen in de zindelijkheid.......................................................................55
Hoofdstuk 10 - Taal-, spraak- en leerstoornissen...................................................................................................61
Hoofdstuk 11 - Zelfregulatie en de aandachtsdeficiëntie-/ hyperactiviteitsstoornis..............................................70
Hoofdstuk 12 - Agressie en gedragsstoornissen.....................................................................................................79
Hoofdstuk 13 - Angst en angststoornissen.............................................................................................................91
Hoofdstuk 14 - Stemming en stemmingsstoornissen...........................................................................................100
Hoofdstuk 15 - Eten en eetstoornissen.................................................................................................................112
Hoofdstuk 16 - Middelengebruik en middelenmisbruik......................................................................................119
2
,Hoofdstuk 2 - Classificatie, diagnostiek en
epidemiologie
Classificatiesystemen
Systemen die worden gebruikt om gedragingen van kinderen te beschrijven, van elkaar te
onderscheiden en in te delen in verschillende categorieën. Deze systemen maken niet alleen
een onderscheid tussen symptomen, maar zorgen er ook voor dat verschillen en
overeenkomsten tussen kinderen gesignaleerd kunnen worden.
Classificeren
Het proces van het in kaart brengen van mogelijk problematisch gedrag door dit te ordenen
volgens een vastgesteld systeem.
Diagnosticeren
Het proces waarbij men probeert het gedrag van een individu te verklaren en volledig in
kaart te brengen, verder reikend dan enkel het indelen in categorieën.
2.2.1 Definitie van classificatie
Classificatie
Het herkennen van een persoon, voorwerp of situatie, het toekennen van een specifieke
naam en het indelen in een bepaalde categorie. Bij het classificeren van mensen spelen
diverse factoren een rol, zoals wetenschappelijke, maatschappelijke, culturele en religieuze
normen, evenals persoonlijke opvattingen. Binnen de ontwikkelingspsychopathologie
worden grote groepen stoornissen onderscheiden, zoals gedragsstoornissen, psychotische
stoornissen en angststoornissen, die vervolgens weer worden onderverdeeld in
subcategorieën.
2.2.2 Het nadeel van categorisatie
Etiket of label
Een benaming voor een stoornis die enerzijds rust kan bieden aan betrokkenen omdat
duidelijk wordt wat er aan de hand is, maar anderzijds kan leiden tot stigmatisering en
onterechte generalisering. De sterke toename van labels zoals ADHD en ASS wordt deels
verklaard door de eisen van zorgverzekeraars, waarbij een officiële diagnose vaak een
voorwaarde is voor vergoeding van de behandeling. Daarnaast is er een maatschappelijke
trend waarbij ouders enerzijds aandringen op een diagnose om hulp te krijgen, terwijl
anderen zich juist zorgen maken over de negatieve effecten van een dergelijk etiket op het
kind.
3
, 2.2.3 De DSM-5: een classificatiesysteem, geen diagnose handboek
DSM-5
De afkorting voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, in het Nederlands
vertaald als het Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. Het wordt
uitgegeven door de American Psychiatric Association (APA). Het is nadrukkelijk een
classificatiesysteem en geen handboek voor diagnostiek.
Geschiedenis van de DSM
Emil Kraepelin wordt beschouwd als de grondlegger van het moderne classificatiesysteem,
waarbij zijn oorspronkelijke indeling sterk lichamelijk georiënteerd was en gebaseerd op
ernstig psychiatrische patiënten. De DSM-I (jaren '50) was gebaseerd op psychoanalytische
theorieën en voegde minder ernstige stoornissen toe. Met de komst van de DSM-III in 1980
verschoof de focus naar waarneembare gedragskenmerken, waardoor hulpverleners
wereldwijd dezelfde criteria gingen hanteren.
Uitgangspunten van de DSM
De DSM beschrijft symptomen die een stoornis kenmerken om eenduidigheid te creëren,
maar deze symptomen verklaren de oorzaken van de stoornis niet. Het systeem specificeert
welk soort symptomen aanwezig moeten zijn, welk aantal minimaal vereist is, in welke mate
ze voorkomen en gedurende welke termijn ze aanwezig moeten zijn. Een hoger aantal
symptomen wordt doorgaans gezien als een indicatie voor een grotere ernst van de
problematiek.
Categorale indeling van de DSM-5
Hoewel de DSM-5 suggereert dat stoornissen duidelijk van elkaar gescheiden zijn, is dit in de
praktijk vaak niet het geval. Stoornissen vertonen overlap en komen regelmatig samen voor.
Het systeem bevat ongeveer 300 stoornissen verdeeld over 20 categorieën. Opvallend is dat
er in de DSM-5 geen aparte categorie meer is voor stoornissen die specifiek bij kinderen
voorkomen, omdat kwetsbaarheden vaak levenslang aanwezig blijven.
Comorbiditeit
Het verschijnsel waarbij een persoon lijdt aan meer dan één stoornis tegelijkertijd. Kinderen
vertonen vaker dan volwassenen gelijktijdig kenmerken van verschillende stoornissen.
Comorbiditeit kan deels worden verklaard door de toenemende verfijning van
classificatiesystemen en gaat vaak gepaard met bijkomende lichamelijke klachten.
Kritiek op het DSM-systeem
Een belangrijk kritiekpunt is dat het systeem onvoldoende rekening houdt met de
ontwikkelingscontext waarin een stoornis zich manifesteert. Daarnaast wordt de culturele
context waarin het gedrag plaatsvindt als te weinig meegewogen beschouwd.
2.2.4 Een dimensionale benadering van classificatie
Dimensionale benadering
4