Minor Medische Diagnostiek – Thema 11 435616
Les 1: Cytology of urine
Abnormale groei in bekledende cellaag van de blaas en urinewegen opsporen
- 5% benigne, o.a. papilloom/poliep
- 95% maligne
o 90% urotheelcelcarcinoom (UN/UCC) en carcinoom in situ (CIS)
o 2-5% plaveiselcelcarcinoom
o 1-2% adenocarcinoom
o Metastasen
Urotheelcelcarcinoom = kwaadaardige tumor die ontstaat uit het slijmvlies van urinewegen
Carcinoom in situ = voorstadium van kanker waarbij abnormale cellen zich beperken tot hun
oorspronkelijke plaats en nog niet in omliggend weefsel zijn gegroeid.
Plaveiselcelcarcinoom = kwaadaardige vorm van huidkanker die ontstaat uit de hoorncellen
in de opperhuid
Adenocarcinoom = vorm van kanker die ontstaat uit de kliercellen
Verhoogd risico: >50 jaar, te veel nicotine/medicijn gebruik,
chemische exposure, genetisch
Urine: tubuli (nierbuisjes) > pyelum (nierbekken) > ureter
(plasbuis) > blaas
- Via trigonum en urethra
Blaaswand zorgt voor opslag, gecontroleerde lediging van
urine en vormt een beschermende barrière.
Figuur 1: Componenten urine systeem
Transitional epitheel
= urotheel
Daaronder:
- Lamina propria
(bindweefsel + bloed-
/lymfevaten)
- Submucosa (glad
spierweefsel)
- Serosa (voor
bescherming orgaan)
Figuur 2: Componenten blaas
1
, Figuur 3:
Urotheel en lamina propria van de blaas
Uitgerijpt = oppervlakkige cellen
- Vorm: groot en polygonaal > met anisocytose (variatie grootte
voornamelijk ery’s) en pleomorfie (variatie grootte en vorm)
- Cytoplasma: veel en gevacuoliseerd
- Kern: excentrische ligging, rond, fijn/open chromatine, nucleoli
- Lage N/C ratio
Mid = periforme cellen
- Vorm: kubisch
- Cytoplasma: toename en minder dicht t.o.v. onrijp
- Kern: centrale ligging, uniform rond/ovaal, fijn chromatine
Onrijp = basale cellen
- Vorm: klein kubisch
- Cytoplasma: weinig, vrij dicht
- Kern: centrale ligging, uniform rond, compact chromatine
- Hoge N/C ratio
Figuur 4: Fasen cellen
Kenmerken benigne reactie:
- Losse urotheelcellen (vlakke
groepen kan ook)
- Kerngrootte vergelijkbaar met
granulocyt
- Ronde en ovale kernen
- Glad kernmembraan > dus niet
irregulair
- Fijn egaal chromatine
- Scherpe celgrenzen
- Licht gevacuoliseerd
cytoplasma
- Meerkernig kan
- Ronde nucleolus kan
- Soms cercariform Figuur 5: Cercariforme cel (urotheelcelcarcinoom?)
2
,Figuur 6a Figuur 6b
Spontane lozing: weinig urotheelcellen Manipulatie/spoeling: veel urotheelcellen
Doordat urine een lange weg aflegt voordat het geloosd wordt kan er contaminatie
ontstaan. Vaak zijn dit plaveiselcellen (o.a. van trigonum) en soms cilindrische cellen van
middendeel urethra bij man of niertubuli.
Figuur 7
Afvalstoffen die neerslaan in de vorm van kristallen!
- Calciumoxalaat en urinezuurkristallen --> zure omgeving
- Triplefosfaatkristallen --> basisch/neutrale omgeving
Kristallen kunnen nierstenen veroorzaken.
Urinezuurkristallen wijzen op jicht --> kristalvorming in
gewrichten en uitscheiding in urine.
Figuur 8
Soms langgerekte fragmenten = cilinders --> ophoping
van o.a. eiwit / erytrocyten / granulocyten / tubuliscellen
--> kan duiden op nierproblemen.
Figuur 9
Zaadlozing
Spermatozoa en soms ook corpora amylacea =
gelamelleerd, ingedikt eiwit prostaat
3
, Figuur 10
Veel granulocyten – mogelijk
t.g.v. verminderde afweer
en/of medicijngebruik maar
kan ook bij maligniteit!
- Vaak acuut en aspecifiek
- Soms specifiek:
o Bacteriën: 80% E.coli
o Candida/gisten
o Trichomonas
Urotheelcel
Virale infectie in urine/cytologie
Risicogroep: immuunsupressieve patiënten --> werking van het afweersysteem wordt
onderdrukt of verminderd, bijvoorbeeld na maligne lymfoom, niertransplantatie, HIV.
Vaak bij polyomavirus en CMV, soms HSV aanwezig in urine.
Polyomavirus (groep kleine DNA-virussen vaak bij jonge papegaaiachtige, ook bij mensen)
- BK-virus: komt veel voor, blijft levenslang sluimerend in de nieren en kan actief
worden bij niertransplantatie patiënten (polyomavirus-nefropathie)
- JC-virus: kan bij ernstig verzwakte afweer leiden tot een zeldzame hersenziekte (PML)
Cytologie polyomavirus
- Decoy cellen:
o Vergrote urotheelcellen
o Hoge N/C-ratio
o Grote intra nucleair inclusie
o Matglasaspet (licht basofiele inclusie)
o Verdikt kernmembraan
o 1 of soms meerkernig (2 tot 4)
o Overmaat normale urotheelcellen
waartussen slechts enkele decoy cellen Figuur 11: Decoy Cells
Belangrijk (en kan moeilijk zijn) om te differentiëren van maligne cellen en ook van
degeneratie. Daarom bevestigen met CMV-immunohistochemische kleuring!
CMV (cytomegalovirus) = herpes virus
- Grote cellen met:
o Owl’s eye inclusies (intra nucleair)
o Vaak ook cytoplasmatische inclusies
- Bevestig met immunohistochemie of PCR
HSV (herpes simplex) = zeldzamer in urine
4
, Figuur 12: Effect katheter urine
Katheter effect urine
- Cohesieve, niet-dissociatieve cel groepen (sterk aan elkaar verbonden en niet
gemakkelijk van elkaar te krijgen)
- Begrensde, geordende, afgeronde groepen
- Weinig/geen overlap of stapeling
- Ronde, uniforme kernen
- Soms ‘foetus-achtige’ formaties
Belangrijk: reactief patroon door katheter (mechanische irritatie). Niet verwarren met
maligniteit!
Degeneratieve veranderingen bij mechanische schade
Urine na cystectomie:
- Geen (of nauwelijks) urotheelcellen meer zichtbaar
- In plaats daarvan degeneratieve verandering van intestinale
(darm)cellen door mechanische schade en urine-irritatie
- Achtergrond vaak vuil met debris, ontstekingscellen en degeneratie
Figuur 13: Cystectomie
Normaal/reactieve cellen = cohesief + uniforme ronde
kernen
Maligniteit = dissociatie + onregelmatige kernen +
hyperchromasie + hoge N/C ratio
Figuur 14: Darmcellen na cystectomie
Normaal urotheel Reactief Urotheelcelcarcinoom
Kernvorm Rond, uniform Rond-ovaal, soms vergroot Onregelmatig, pleomorf
Chromatine Fijn, gelijkmatig Fijn tot matig grof Grof, clumped, hyperchromaat
Nucleoli Klein of afwezig Vaak prominent Prominent (soms macro)
Cohesie Goed cohesief Cohesief (soms grotere groepen) Verminderd/dissociatief
Necrose Afwezig Afwezig Vaak aanwezig (vuile
achtergrond)
Dissociatie Weinig losse cellen Weinig Veel losse atypische cellen
Stapeling Matig Weinig tot matig Veel overlap en stapeling
5