- Management
o Een manager = een persoon die het handelen van andere mensen in een organisatie
op gang brengt en stuurt. Werkzaamheden: controleren, plannen, leidinggeven,
motiveren, communiceren, personeelsbeleid, organiseren, nemen van beslissingen.
o Management niveaus:
Topmanagement
Middenmanagement
Lager management
o Managementniveaus met taakgebieden:
o Taken van de manager:
Interpersoonlijk:
Boegbeeld, leider en liaisonofficier
Informationeel:
Waarnemer, verspreider en woordvoerder
, Besluitvormend:
Ondernemer, oplosser van strubbelingen, toewijzer van middelen,
onderhandelaar
o Macht van een manager:
Bronnen:
Beloningsmacht
Afgedwongen macht
Legitieme macht
Expertise macht
Referentie macht
Machtsmiddelen
Positiegebonden
o Fysieke middelen
o Economische middelen
o Informatiemiddelen
Persoonsgebonden
o Expertise of deskundigheid
o Relationele macht
o Machtsrelaties
Gelijk versus gelijk (Chris en Suzan)
Hoog versus laag (Docent en leerling)
Hoog versus midden versus laag (Vader, oudere zus en jongere zus)
, - Leiderschapsstijlen:
Indelingscriteria Auteur Onderscheiden
leiderschapsstijlen
Inspraak en Diversen - autoritair
medezeggenschap - democratisch
- participerend
Werkopvattingen McGregor - stijl X
- stijl Y
Aandacht productie en Blake & Mouton - improviserend
medewerkers - task
- country club
- Middle-of-the-road
- Team
Taakvolwassenheid Hersey & Blanchard - overleggen-stijl
medewerkers - overtuigen-stijl
- delegeren-stijl
- instrueren-stijl
- stimuleren Diversen - zelfleiderschap
- coachen (=horizontale stijl)
- aandacht
- delegeren
- autonome
medewerkers