Eerste planoloog, “stedebouw”, 1926, “Grondslagen van de planologie”, 1929
- Integrale wetenschap met focus op regionale schaal
Christaller
Kwantitatieve geografie, isotrope ruimte
Comte
Grondlegger van het positivisme, wilde de nauwkeurigheid van de natuurkunde
bereiken
Darwin
Grondlegger Sociaal Darwinsime
- struggle for life
- survival of the fittest (gunstige kenmerken/aanpassingsvermogen)
Friedrich Ratzel
Determinsime: Wij vs ZIJ (verdient)
Torsten Hägerstrand
Hoofdpersoon in de behaviorale geografie: het gedrag van individuen
- tijd-ruimtegeografie
- time-space prism: plek die veranderd van karakter biedt opeens andere
mogelijkheden
Karl Haushofer
Nazi geopolitiek: Lebensraum
Alexander von Humboldt
Grondlegger wetenschappelijke geografie, expedities, verbanden, verklaringen.
Holistisch.
Johan Gottfried von Herder
AK huis dat door mensen wordt bewoond, geografisch huis
Gerard Hoekveld
‘geografie van het wonen’ ‘60
Mannheim
Vond het belangrijk de 'Principia Media' te begrijpen; De achterliggende
beweegredenen. Bijvoorbeeld opkomst automobiliteit; als je de achterliggende
oorzaken begrijpt kun je processen sturen
Ebenezer Howard
Probeerde door tuinsteden te creëren voor 'peaceful reform' te zorgen; de mensen
zouden hierheen trekken ipv naar overvolle steden of dorpen waar geen werk was.
Emancipatie van o.a. de arbeider. Noemt zichzelf 'Praktisch idealist'
Patrick Geddes
Introduceerde 'survey before plan', vooral op regionale, interdisciplinaire, holistische
surveys 'van onderop' (Dus bottom-up).
Le Corbusier
Ontwierp de 'functionele stad' (na de WO) waarin functiescheiding centraal stond, en
functie belangrijker was dan vorm (=functionalisme)
, Rietveld
Bekend voorbeeld voor functionalisme en De Stijl; functie boven vorm (had ook
idealistische betrekkingen zoals gelijkheid en emancipatie)
Karl Marx
Vond dat kapitalisme per definitie voor ongelijkheid en uitbuiting zorgde, en
bekritiseerde positivistische benaderingen die alleen sluitende vragen onderzochten
in plaats van achterliggende structuren. (Zoals kapitalisme). 2 begrippen van Karl:
De onderbouw (de werkelijkheid) en de bovenbouw (de achterliggende idealen)
Henri Lefebvre
Grondlegger van denken over de rechtvaardige stad, van marxistisch denken in de
geografie
David Harvey
Na oa Vietnam War veranderde zijn regionale inslag naar de mening dat het lokale en
het globale onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Geïnspireerd door Marx vond hij
dat de stad/urbanisatie per definitie een uiting en tegelijkertijd een oorzaak was van
kapitalisme en ongelijkheid. De stad (her)produceert kapitalisme en ongelijkheid wat
zich uit in bijvoorbeeld segregatie en gentrificatie. Hij had kritiek op de doorgeslagen
marktwerking van de ruimte/stad
Immanuel Wallerstein
Had kritiek op het modernisatie denken. Hij introduceerde het Wereldsysteem waarin
de wereld en globale verschillen met elkaar verbonden zijn. De oorzaken van
ongelijkheid zijn op grotere schaal te verklaren. 2 benaderingen: De invloed van
overheden vs de invloed van planners.
Simone de Beauvoir
Zag vrouw zijn als een soort 'act', een sociaal-construct. (En kan hiermee
poststructuralistisch feminist worden genoemd)
Nellien de Ruiter
“Vrouwen in de ruimte. Letterlijk en figuurlijk”. Zei: "Vrouwen blijven achter in de
ghetto's" (jaren '70)
Doreen Massey
Vond dat niet alleen het kapitalisme maar ook de patriarchaat grote invloed op de
samenleving heeft (onder andere). Relationeel perspectief op de ruimte.
Aanhanger van poststructivistisch feminisme
Karl Popper
Vond dat je meer had aan het falsificeren van een theorie dan het bevestigen ervan.
(Bijvoorbeeld 'alle zwanen zijn wit' dan heb je er meer aan als je empirisch een zwarte
zwaan observeert dan nog een witte). Kwam met de term 'Risky Theory'; een theorie
die je kan falsificeren. Bijvoorbeeld Karl Marx' theoriën zijn zo complex, theoretisch en
intern tegenstrijdig dat je ze niet echt kan falsificeren.