H1
Leerdoelen
1. Je kunt het begrip ruiltransactie en de bijbehorende begrippen uitleggen.
2. Je kunt het surplus uitleggen en berekenen.
3. Je kunt de economische uitkomst van marktwerking beschrijven.
Samenvatting
De betalingsbereidheid is het maximale bedrag dat een persoon wil betalen voor een product.
Het verschil tussen de betalingsbereidheid en de prijs van een product heet de ruilwinst.
Ruilwinst kan optreden bij een ruiltransactie. Bij een ruiltransactie worden de kosten en baten
afgewogen. De kosten bestaan uit de opgeofferde schaarse middelen en de baten worden
gevormd door de mate van behoeftebevrediging. Het overzicht van kosten en baten kan worden
weergeven in een kosten-batenanalyse.
Surplus
Het voordeel voor een consument dat
ontstaat bij een ruiltransactie, heet het
consumentensurplus (verschil tussen de
maximale betalingsbereidheid en prijs). Het
voordeel voor een product dat bij een
ruiltransactie, heet het producentensurplus
(verschil tussen de minimale
leveringsbereidheid en prijs, P-MK). In een
volkomen concurrentie valt de marginale-
kostenlijn samen met de aanbodlijn. Als de
prijs onder de marginale kosten ligt, zal er
niet worden aangeboden.
De uitkomst van marktwerking is economisch doelmatig (efficiënt) als de inzet van schaarse
middelen minimaal is, gegeven het aantal ruiltransacties. Het totale surplus is dan maximaal.
Een situatie is Pareto-efficiënt als één persoon zijn resultaat niet kan verbeteren zonder dat dit
ten koste gaat van het resultaat van iemand anders. In het Pareto-optimum is het totale surplus
maximaal.
Bij het instellen van een minimumprijs of maximumprijs ontstaat er een verlies van surplus. Er
geldt dan geen Pareto-optimum meer en dus is de situatie niet meer economisch doelmatig
(niet meer efficiënt).
Bij volkomen concurrentie is de doelmatigheid het hoogst, maar consumenten vinden het
minder aantrekkelijk omdat alle producten hetzelfde zijn en er weinig keuze is, waardoor zij
liever monopolistische concurrentie hebben. Daarnaast remt volkomen concurrentie
innovatie, omdat vernieuwingen niet vanzelf extra winst opleveren; daarom kunnen bedrijven
een octrooi aanvragen, wat hen tijdelijk een wettelijk monopolie geeft om hun uitvinding te
beschermen.
, H2
Leerdoelen
1. Je kunt de werking en reden van maximum- en minimumprijzen uitleggen.
2. Je kunt de werking en reden van het minimumloon uitleggen.
3. Je kunt de werking van belastingen en subsidies op het surplus beschrijven.
Samenvatting
De overheid kan de prijzen te hoog of te laag vinden. Het kan dan ingrijpen met een heffing, een
subsidie of het stellen van een maximum- of minimumprijs. Dit noemen we prijsregulering.
Ingrijpen verstoort de doelmatigheid van de markt.
Maximumprijs
Door de maximumprijs is de vraag naar het
product groter dan het aanbod. Er ontstaat
een vraagoverschot of aanbodtekort. Een
deel van het surplus verschuift naar de
consument en een deel van het surplus zal
verdwijnen (Harberger-driehoek). Het
product is nu voor meer mensen betaalbaar.
De markt is door een maximumprijs minder
doelmatig, maar andere doelen
(rechtvaardigheid, milieu en bescherming
van (kwetsbare) groepen) kunnen zwaarder
wegen.
Minimumprijs
Door de minimumprijs is de vraag naar het
product kleiner dan het aanbod. Er ontstaat
een vraagtekort of aanbodoverschot. Een
deel van het surplus verschuift naar de
producent en een deel van het surplus zal
verdwijnen (Harberger-driehoek). Het
product is nu winstgevender. De markt is
door een minimumprijs minder doelmatig,
maar producenten worden beschermd. De
overheid kan het aanbodoverschot
overkopen. Het overkopen is echter
inefficiënt, er kan daarom worden gewerkt
met productiequota (maximale productie).
Ook op de arbeidsmarkt grijpt de overheid in, bijvoorbeeld met het minimumloon.