H1
Leerdoelen
1. Je kunt het begrip markt beschrijven.
2. Je kunt de (collectieve) vraagfunctie beschrijven en gebruiken.
3. Je kunt de (collectieve) aanbodfunctie beschrijven en gebruiken.
4. Je kunt het marktevenwicht beschrijven.
5. Je kunt een verschuiving langs en van de vraag- en aanbodlijn beschrijven.
Samenvatting
Een markt is een plek waar vraag en aanbod bij elkaar komen. Als geen enkele individuele
aanbieder een andere prijs kan vragen dan de prijs die op de totale markt tot stand is gekomen,
spreken we van een volkomen concurrentie.
Vraagfunctie
𝑸𝒗 = −𝑎𝑷 + 𝑏
Waarvan:
• Qv: gevraagde hoeveelheid
• P: prijs
Betalingsbereidheid: Qv = 0
Collectieve vraagfunctie:
Je stelt de collectieve vraagfunctie op door de
individuele functies horizontaal op te tellen,
waarbij je per prijssegment bepaalt welke
consumenten nog een positieve vraag
hebben. Voor elk segment noteer je het
bijbehorende prijsbereik (bijv. 0 < P < 10),
zodat de formule verspringt zodra een vrager
bij een bepaalde prijs uit de markt stapt.
, Aanbodfunctie
𝑸𝒂 = 𝑎𝑷 − 𝑏
Waarvan:
• Qa: aangeboden hoeveelheid
• P: prijs
Leveringsbereidheid: Qa = 0
Collectieve aanbodfunctie:
Je stelt de collectieve aanbodfunctie op door
bij elke prijs de aangeboden hoeveelheden
van alle individuele producenten horizontaal
op te tellen. Omdat aanbieders pas gaan
produceren boven een bepaalde prijs (de
reserveringsprijs), geef je per prijsbereik aan
welke aanbieders actief zijn in de markt.
Er ontstaat een marktevenwicht bij: 𝑄𝑎 = 𝑄𝑣. De prijs die hierbij geldt is de evenwichtsprijs of
marktprijs. Als de prijs lager is dan in het marktevenwicht, ontstaat er een
vraagoverschot/aanbodtekort. Als de prijs hoger is dan in het marktevenwicht, ontstaat er een
vraagtekort/aanbodoverschot.
Er ontstaat een verschuiving langs de lijn als er sprake is van een prijsverandering. Als er geen
sprake is van een prijsverandering (maar bijvoorbeeld: inkomen, voorkeur, aantal consumenten,
productiekosten, technologie, aantal aanbieders), dan ontstaat er een verschuiving van de lijn.