H1
Leerdoelen
1. Je kunt de verschillende soorten goederen beschrijven.
2. Je kunt het begrip opofferingskosten uitleggen.
3. Je kunt een budgetvergelijking en budgetlijn beschrijven en gebruiken.
4. Je kunt de koopkracht beschrijven en gebruiken.
5. Je kunt de speltheorie beschrijven en gebruiken.
Theorie
Verschillende soorten goederen
Goed Definitie
Consumptiegoederen Goederen die worden aangeschaft door de
eindgebruiker
Productiegoederen Goederen die worden aangeschaft voor een
productieproces
Schaarse goederen Offer/inspanning nodig om het te verkrijgen
Alternatief aanwendbare middelen Middelen die voor verschillende doeleinden
kunnen worden ingezet
Vrije goederen Goederen waarvoor geen schaarse middelen
opgeofferd mogen worden
Opofferingskosten zijn de waardes van de alternatieven waar je niet voor kiest. Als we kiezen
voor een bepaalde mogelijkheid, offeren we de waarde van het alternatief op.
Een budgetvergelijking geeft alle combinaties van twee producten weer die je maximaal met
een gegeven budget en gegeven prijzen van de producten kunt kopen. De grafische voorstelling
hiervan is de budgetlijn.
Het budget uitgedrukt in euro’s is nominaal, waarmee je een bepaalde hoeveelheid goederen en
diensten kan kopen. De koopkracht is de reële waarde van het budget.
Een simultaan spel is een situatie waarin actoren beslissingen nemen. Resultaten worden
weergeven is een pay-off (opbrengsten) matrix. De dominante strategie is de keuze die het
meeste opbrengt. In het simultaan spel zoeken we naar het evenwicht. Als het evenwicht niet
verbeterd kan worden door alle actoren is er een Nash-evenwicht. Als de dominante strategie
van alle actoren niet optimaal is, spreken we van een suboptimaal Nash-evenwicht en is er een
gevangenendilemma.
, H2
Leerdoelen
1. Je kunt transactiekosten beschrijven en gebruiken.
2. Je kunt risicoaversie, asymmetrische informatie, moral hazard uitleggen.
3. Je kunt averechtse selectie beschrijven en uitleggen hoe je het tegen gaat.
4. Je kunt het principaal-agent-probleem beschrijven en gebruiken.
5. Je kunt particuliere, collectieve en verplichte verzekeringen uitleggen en
gebruiken.
Theorie
Transactiekosten komen boven op de prijs van de transactie. Deze kosten omvatten de
opgeofferde waarden, zoals tijd. Koper en verkoper hebben te maken met transactiekosten.
Risico-aversie is een term voor het mijden van risico’s.
Er is sprake van asymmetrische informatie als de ene partij meer informatie heeft dan de
andere partij. Het gevolg van asymmetrische informatie is dat de markt erin zal falen om vragers
en aanbieders tevreden te stellen.
Een gevolg van asymmetrische informatie kan moral hazard zijn: iemand handelt minder
zorgvuldig of neemt meer risico’s nadat een contract is afgesloten, omdat de andere partij deze
gedragsverandering niet kan waarnemen of controleren.
Averechtse selectie betekent dat door asymmetrische informatie juist de slechtere producten
of risico’s in een markt blijven, terwijl de goede verdwijnen (vanwege te hoge kosten voor goede
risico’s, die nodig zijn om de slechte risico’s te dragen). Averechtse selectie kan tegen worden
gegaan door het selecteren van risico’s, een (vrijwillig) eigen risico, een bonus-malus-
regeling en een maximum vergoeding.
Het principaal-agent-probleem ontstaat wanneer een opdrachtgever (de principaal) een
uitvoerder (de agent) inschakelt, maar de agent andere belangen heeft en de principaal niet
goed kan controleren. Hierdoor kan de agent beslissingen nemen die niet in het belang zijn van
de principaal.
Particuliere verzekering Collectieve verzekering
Een particuliere verzekering is een Een collectieve verzekering is verplicht en
verzekering die je vrijwillig afsluit als individu, publiek gefinancierd via belastingen en
bijvoorbeeld een inboedelverzekering of premies. Iedereen draagt bij en is verzekerd.
reisverzekering. Je kiest zelf of je deze neemt.