Met speltheorie bestudeer je de manier waarop mensen beslissingen nemen, waarbij ze
rekening houden met de keuzes van anderen (mensen kiezen rationeel, met verstand).
❖ Simultaan: beide spelers nemen tegelijk een besluit.
❖ Sequentieel: een speler maakt zijn actie kenbaar aan de andere speler, waarna de
andere speler een actie kiest.
❖ Coöperatief: de spelers zijn in staat om hun strategieën te coördineren.
o Ze kiezen een strategie die leidt tot het beste resultaat voor de gehele groep.
❖ Niet-coöperatief: iedere speler kiest zijn eigen beste strategie, gegeven de strategieën
van de andere(n).
Een opbrengsten/pay-off matrix is een tabel met de mogelijke uitkomsten van een spel. Om het
evenwicht te bepalen gebruik je de best response-methode, door voor iedere speler zijn beste
actie te kiezen, gegeven alle mogelijke acties van andere spelers → wanneer er een combinatie
van strategieën leidt tot een resultaat waarbij geen van de spelers reden heeft om te veranderen
spreek je van een nash-evenwicht.
❖ Dominante strategie: de keuze die een partij maakt, ongeacht de keuze die de ander
maakt.
❖ Gedomineerde strategie: een strategie die een slechter resultaat oplevert dan de andere
mogelijke strategieën.
Gevangenendilemma: een situatie of spel waarin een evenwicht ontstaat waarbij de uitkomst
voor beiden niet optimaal is → optimale uitkomst is de uitkomst met het beste(hoogste)
collectieve(gezamenlijke) resultaat. (niet-O-U, kan voor beide partijen beter, komt wel tot stand).
❖ Individueel belang: vooropstellen van eigenbelang in een dilemma.
1.2 strategie in een prijzenoorlog
Het collectieve belang is het kiezen voor gezamenlijk belang om een betere uitkomst voor alle
partijen samen te krijgen. In de speltheorie is er onderscheid in:
❖ Nul-som-spel: uitkomst steeds een constante waarde (bv. schaken 1-0, ½-½) uitkomsten
bij elkaar opgeteld zijn altijd hetzelfde. (niet afhankelijk van andere variabelen).
❖ Niet nul-som-spel: de opgetelde uitkomsten zijn geen constante waarde. (afhankelijk van
andere variabelen en kan dus veranderen).
Tit for tat-principe: als je je niet aan de afspraak houdt, kun je ervanuit gaan dat de andere partij
dat ook niet zal doen.
❖ Contract: een document waarin de gemaakte afspraken zijn vastgelegd.
Het is van belang dat je de concurrent laat weten dat je ongeacht zijn keuze, de strategie volgt
die gegeven de situatie op langere termijn het beste is = zelfbinding (=een van beide partijen
maakt zijn keuze vooraf bekend, ongeacht de anders keuze). Bijvoorbeeld een reclamespotje
waar de prijs 100 euro wordt genoemd, zo laat je zien dat je je aan de afspraak wilt houden.
Prijzenoorlog: strijd tussen concurrenten op basis van prijsverlagingen.
Sociale normen: ongeschreven regels over hoe je je hoort te gedragen.
1