Schaarste ontstaat doordat je niet genoeg middelen hebt om in al je behoeften te voorzien.
(=Absolute schaarste; wanneer het product beperkt beschikbaar is.)
Opofferingskosten zijn alle middelen die opgeofferd moeten worden om iets te verkrijgen, Deze
bestaan uit de kosten voor het beste alternatief dat je niet kiest → gaan uit van de gedachte dat
middelen alternatief aanwendbaar zijn. (Middelen zijn voor verschillende mogelijkheden in te zetten)
❖ Primaire behoeften: de eerste prioriteit om in leven te blijven, de basis behoeften of primaire
behoeften die daarbij horen, zijn voedsel, drinken, kleding en onderdak.
❖ Secundaire behoeften: hier richten mensen zich op als aan de basisbehoeften is voldaan. Dit
zijn alle behoeften die mensen kunnen hebben.
o Statusgoederen: zijn producten waarmee je kunt voorzien in de behoefte aan
erkenning, waardering en het je onderscheiden van anderen.
In de micro-economie bestudeer je de manier waarop huishoudens en bedrijven beslissingen nemen
over schaarse goederen en hoe ze kopen en verkopen op markten.
Macro-economie is de studie van onderwerpen die de gehele economie aangaan, zoals effecten van
werkloosheid in een land.
Productiefactoren worden ingezet voor de productie van goederen of diensten:
❖ Natuur: levert de grond, natuurlijke grondstoffen en energie.
❖ Kapitaal: middelen, die productie mogelijk maken → je gebruikt deze langer dan een jaar.
❖ Arbeid: tijd die je als persoon investeert in iets → dit noem je menselijk kapitaal.
❖ Ondernemerschap: initiatief om KAN met elkaar te combineren voor winst.
Aanschaf van kapitaalgoederen met het doel hier geld mee te verdienen word investeren genoemd.
1.2 Budgettaire vraagstukken
Het (beperkte) bedrag dat je maximaal kunt besteden in een periode word je budget genoemd.
➢ Begroting = Overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode.
Als je uitgaven hoger zijn dan je inkomsten dan heb je een tekort, een budgettair probleem. 3 opl.
1. Je verlaagt de uitgaven(bezuinigen) 2. Je verhoogt de inkomsten 3. Je leent geld.
In de begroting voor een huishouden onderscheid je de volgende uitgaven:
❖ Dagelijkse uitgaven, zijn uitgaven die te maken hebben met kosten van levensonderhoud.
❖ Vaste lasten zijn uitgaven die iedere periode terugkomen.
❖ Incidentele uitgaven zijn uitgaven die af en toe voorkomen, zoals vakanties of een nieuwe tv.
Een vereenvoudiging van de werkelijkheid, waarmee je de samenhang tussen economische
grootheden kunt onderzoeken word een model genoemd.
➢ Het ene model is gedetailleerder dan het andere, maar altijd wordt er in economische
modellen vanuit gegaan dat de variabelen die niet in het model zijn opgenomen niet
veranderen: ceteris paribus.
Een budgetlijn is een lijn die op elk punt aangeeft hoeveel een persoon met een gegeven inkomen en
gegeven prijzen maximaal kan kopen van 2 goederen.
➢ Alle combinaties van een hoeveelheid van het ene goed en een hoeveelheid van het andere
goed die je met het gegeven inkomen en tegen de gegeven prijzen kunt kopen: budgetset.
M = pxx + pyy met M = inkomen (budget) / P x = prijs van goed X / X = hoeveelheid goed X / Py = prijs van goed Y / Y = hoeveelheid goed Y.