Een markt is het geheel van vraag en aanbod van een bepaald product.
1. Concrete markt: markt met een zichtbare en vaste ontmoetingsplaats.
2. Abstracte markt: markt zonder ontmoetingsplaats (online).
Vraag is de hoeveelheid producten die de klanten willen kopen.
Aanbod is de hoeveelheid producten die de verkopers willen verkopen.
Betalingsbereidheid: het maximale bedrag dat een koper wil betalen voor een product.
❖ Afzet: het aantal verkochte producten.
❖ Omzet: de totale geldopbrengst van verkopen.
Een vraaglijn is een lijn die het verband aangeeft tussen de prijs en de gevraagde hoeveelheid
van een product:
1. Individuele vraaglijn, van een individuele koper.
2. Collectieve vraaglijn, van meerdere/gezamenlijke kopers.
Vraagfunctie: de vergelijking van de vraag naar een product: Qv = -ap + b
Qv = gevraagde hoeveelheid van een product p = prijs van een product
a & b zijn getallen die per situatie kunnen verschillen (a is bijna altijd negatief, b. max. vraag).
1.2 de vraag verandert:
Naast prijs zijn er nog 4 andere vraagfactoren:
1) Het inkomen van consumenten: als mensen een hoger inkomen hebben en dus meer te
besteden hebben, zullen de betalingsbereidheid en de vraag toenemen.
2) De prijs van andere goederen, zoals substitutiegoederen & complementaire goederen:
➢ Substitutiegoederen zijn producten die andere producten kunnen vervangen.
➢ Complementaire goederen: zijn producten die elkaar aanvullen.
3) De voorkeuren van consumenten: de voorkeuren van consumenten veranderen in de loop van
tijd en ook door de marketing en promotie van producten en diensten.
4) Het aantal consumenten: doordat bijvoorbeeld jongeren op een steeds latere leeftijd een auto
kopen, daalt het aantal consumenten in deze leeftijdscategorie.
2 soorten verschuivingen bij vraaglijnen:
1. Verschuiving op of langs de vraaglijn, als de prijs veranderd.
2. Verschuiving van de vraaglijn, niet veroorzaakt door prijs maar door andere
vraagfactoren.
, 1.3 de invloed van de prijs op de vraag + 1.4 de invloed van inkomen op de vraag:
Prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid = de mate waarin een prijsverandering zorgt voor
een verandering in de gevraagde hoeveelheid.
Prijselasticiteit vraag = verandering van de gevraagde hoeveelheid % : verandering van de prijs%
❖ Volkomen inelastisch, gevraagde hoeveelheid reageert niet op prijsverandering E=0.
❖ Inelastisch, Gevraagde hoeveelheid reageert zwak op prijsverandering: -1 < E < 0,
procentuele verandering van de hoeveelheid < procentuele verandering van de prijs.
❖ Elastisch gevraagde hoeveelheid reageert sterk op prijsverandering. E < -1, procentuele
verandering van de hoeveelheid > procentuele verandering van de prijs.
Of de vraag naar goederen wel of niet sterk reageert is onder meer afhankelijk van:
❖ Het bestaan van substituten, bij prijsverhoging overstappen naar ander goed.
❖ Het soort goed, bij een goed dat noodzakelijk is voor de consument heeft de consument
weinig mogelijkheden om over te stappen naar een ander goed → inelastisch.
❖ De termijn die je in beschouwing neemt, op lange termijn is het mogelijk om een
alternatief te bedenken, op korte termijn is dit vaak veel moeilijker.
Kruislingse elasticiteit: de invloed van de prijsverandering van een product op de vraag naar een
ander product.
Complementair goed = E < 0 Substitutie goed = E > 0
Inkomenselasticiteit: in welke mate een inkomensverandering zorgt voor een verandering in de
gevraagde hoeveelheid.
3 soorten goederen:
❖ Noodzakelijke goederen: eerste levens behoeften: eten & kleding.
o Waarde van elasticiteit zit tussen 0 en 1 & positief.
o Tussen vraag en inkomen, de vraag reageert zwak op de inkomensverandering.
❖ Luxe goederen: Mensen kunnen pas luxe goederen kopen als ze zijn voorzien van de N-G.
o Waarde van elasticiteit is groter dan 1 & positief.
o Het inkomen vanaf waar mensen luxe goederen kunnen kopen noem je het
drempelinkomen.
❖ Inferieure goederen: Als het inkomen stijgt, stijgt de vraag naar biefstuk en daalt de vraag
naar gehakt. De vraag stijgt als het inkomen daalt, dus als het inkomen stijgt word er
minder geld aan I. goederen uitgegeven.
o Waarde elasticiteit is Kleiner dan 0 & negatief. (ipv gehaktbal biefstuk)