College 1 – Ouder worden, ouderenzorg en sociale netwerken
1. De demografische begrippen ontgroening, vergrijzing en dubbele vergrijzing omschrijven en uitleggen in eigen
woorden wat de consequenties hiervan zijn op het niveau van individuen en op het niveau van de samenleving.
Ontgroening = het aandeel jongeren in de bevolking neemt af; er worden naar verhouding minder kinderen geboren.
Hierdoor verandert de bevolkingsopbouw en ontstaat er geen klassieke bevolkingspiramide meer.
Vergrijzing = het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe. Er zijn dus relatief meer 65-plussers ten opzichte van de
werkende bevolking.
Dubbele vergrijzing = binnen de groep ouderen neemt vooral het aandeel hoogbejaarden (80/85+) toe. Ouderen worden
gemiddeld ouder en bereiken vaker een zeer hoge leeftijd.
Demografische druk = verhouding tussen niet-werkenden en werkenden
Grijze druk = verhouding tussen 65+ en 20–65 jarigen
o verhouding tussen 65+ en beroepsbevolking ongunstiger, minder mensen moeten voor meer mensen
zorgen
Groene druk = verhouding tussen 0–20 en 20–65 jarigen
Oldest Old Support Ratio = Hoeveel mensen er in staat zijn om mantelzorg te leveren aan 1 hoogbejaarde (85+/50-75) per
jaar. Dit gaat niet over hoeveel mensen zorg daadwerkelijk verleend, maar hoeveel er beschikbaar zijn.
Gevolgen individueel niveau:
Ouderen krijgen vaker te maken met lichamelijke en cognitieve beperkingen
o Oudere hebben vaker zorg nodig (want hoe ouder, hoe groter de kans op ziektes (Multimorbiditeit ook groter) dus
als de oudere groep groter betekent dit dat er ook meer mensen zijn die zorg nodig hebben en dus groter kans
dat jij als individu ook in deze groep terechtkomt omdat men ook steeds ouder wordt (meer zorg dan jongeren
nodig).
Grotere kans op chronische ziekten en kwetsbaarheid
Verlieservaringen (partner, netwerk)
Meer afhankelijkheid van zorg en ondersteuning
Tegelijk blijft behoefte aan eigen regie en kwaliteit van bestaan belangrijk
Ouderen willen actief blijven en betekenisvol bijdragen aan de samenleving
DUS: “Een transitie is noodzakelijk omdat het huidige zorgsysteem door vergrijzing en personeelstekorten niet meer houdbaar is.
Daarom moet de zorg anders georganiseerd worden, met meer nadruk op zelfredzaamheid, mantelzorg, technologie en langer thuis
wonen.”
Oplossingen:
Niet Wel
Zorg overnemen Zo veel mogelijk zelf doen (REABLEMENT)
Z.s.m. naar verpleeghuis Zo lang mogelijk thuis, bij intensieve zorg pas naar verpleeghuis
Alleen professionele zorg Mantelzorgers (vrijwilligers) inzetten (hulp familie)
Meer fysiek contact Meer digitale zorg (apps, technologie, zoomcalls)
Gevolgen maatschappelijk niveau:
Sterke toename van het aantal zorgvragen
Zorgvragen worden complexer (Multimorbiditeit)
Tekort aan zorgpersoneel (in 2040 zou ±25% in zorg moeten werken)
Toename zorgkosten (tot ±20% nationaal inkomen)
Grotere druk op mantelzorgers
Minder mensen beschikbaar om zorg te geven (demografische scheefgroei)
Transitie is noodzakelijk:
o Meer preventie (vroeg voorbereiden op ouder worden)
o Meer inzet van technologie
o Meer informele zorg (mantelzorg)
o Langer thuis wonen
o Reablement (zelfredzaamheid stimuleren)
Transitie is noodzakelijk want: door vergrijzing is de zorg zo niet meer vol te houden.
Ook is de Nederlandse ouderenzorg onhoudbaar vanwege demografie en economie
Nederlandse ouderenzorg = van hoge kwaliteit! want iedereen heeft recht op zorg (zvw, wmo, wlz)
zorg is goed geregeld en meestal bereikbaar er zijn veel goed opgeleide zorgverleners + veel kennis
over ouderenzorg en veel verschillende vormen van zorg (verpleeghuis/ verzorgingshuis/
dagbesteding etc) niet alleen medisch zorg, ook aandacht voor kwaliteit (zie HLO-beleid) Goede
financiering (ong 13% van je inkomen en straks nog meer gaat naar zorg) MAAR ondanks hoge
kwaliteit:
Het is te duur, weinig zorgverleners (door vergrijzing), door vergrijzing wordt het ook steeds
zwaarder! daarom zeggen ze ‘van hoge kwaliteit, maar niet houdbaar!’
DUS: “De Nederlandse ouderenzorg wordt gezien als van hoge kwaliteit vanwege de goede toegankelijkheid, professionele zorg, brede
voorzieningen en aandacht voor kwaliteit van leven. Tegelijk staat dit systeem onder druk door vergrijzing, personeelstekorten en
stijgende kosten.” (dus de vraag > aanbod => hier loopt het systeem vast)
, Leerdoelen uitwerken
2. De organisatie van de ouderenzorg in Nederland uitleggen.
De ouderenzorg in Nederland is georganiseerd via drie wetten:
Zorgverzekeringswet (Zvw)
o Voor iedereen -> we gebruiken dit allemaal (HA, zkh etc)
o Gericht op medische zorg
o Omvat: huisarts, ziekenhuiszorg, specialistische zorg
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
o Voor lichtere zorg (huishoudelijke hulp)
o Wordt geregeld door de gemeente
Wet langdurige zorg (Wlz)
o Voor intensieve en langdurige zorg
o Vaak voor mensen in verpleeghuizen (maar ook thuis mogelijk)
o Uitvoering via zorgkantoor
o Werkt met zorgzwaartepakketten
o Tegenwoordig zwaardere indicatie nodig om opgenomen te worden
Beleid (belangrijk!):
“Zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan”
Focus op eigen regie en kwaliteit van bestaan
Programma’s: WOZO en HLO
WOZO (2022) – Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen
“Niet zomaar naar verpleeghuis”
Zo lang mogelijk thuis wonen
Eigen regie centraal
Belangrijke principes:
Zelf als het kan
Thuis als het kan
Digitaal als het kan
Reablement: andere manieren vinden om toch de taak zelf te kunnen uitvoeren
Niet zorg overnemen
Maar kijken wat iemand nog zelf kan
Vaardigheden opnieuw aanleren
HLO (2025) – Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg
Centrale punten:
Kwaliteit van bestaan
Eigen regie
Mensgerichte zorg (maatwerk)
Belangrijke ontwikkelingen:
Minder afhankelijkheid van personeel
Meer inzet technologie en innovatie
Minder bureaucratie
Meer samenwerking met netwerk
Doel:
Zorg toegankelijk houden
Personeelstekort verminderen
Ouderen zo lang mogelijk zelfstandig laten functioneren
Systemen van de zorg: WLZ, WMO, ZVW gaat om geld + regels + organisatie
Beleidsplannen van de overheid: WOZO – HLO Ideeën + plannen + veranderingen
3. Beargumenteren waarom er in een situatie sprake is van leeftijdsdiscriminatie (herkennen) en uitleggen wat de
schadelijke gevolgen daarvan zijn.
Leeftijdsdiscriminatie (ageism) = stereotypering, vooroordelen en/of discriminatie op basis van leeftijd (bewust of
onbewust)
Nieuwe definitie (Iversen, 2009):
o Kan positief én negatief zijn
o Heeft cognitieve, affectieve en gedragscomponenten
o Komt voor op micro-, meso- en macroniveau
Mevrouw Ali wordt niet serieus genomen voor inhoudelijke functie → men denkt dat ze niet snel kan schakelen en niet digitaal
vaardig is
o Gevolgen:
Creëert wij-zij denken tussen jong en oud
Negatief zelfbeeld bij ouderen
Slechtere gezondheid en welzijn
Minder participatie
Betutteling of uitsluiting Sageïsme (positieve stereotypen → kan ook schadelijk zijn)
o Sprake van Ageism want Er wordt niet gekeken naar individu maar naar leeftijd
4. Een oplossing bedenken om leeftijdsdiscriminatie in een specifieke situaties te voorkomen.
Mensen beoordelen op kwaliteiten i.p.v. leeftijd
In gesprek gaan en aannames checken