dwangmiddelen die onder het voorarrest vallen. Geef daarbij de
maximale duur van elk dwangmiddel en geef aan wanneer de
voorlopige hechtenis begint. Benoem daarnaast het mensenrecht
waarmee voorlopige hechtenis op gespannen voet staat en noem
de vier algemene wettelijke voorwaarden voor voorlopige
hechtenis.
Voorlopige hechtenis vormt een ingrijpende beperking van de persoonlijke
vrijheid van een verdachte voordat er een definitieve veroordeling heeft
plaatsgevonden. Daarom staat voorlopige hechtenis op gespannen voet
met het recht op vrijheid en veiligheid, dat is vastgelegd in artikel 5
EVRM. Dit artikel bepaalt dat vrijheidsbeneming alleen is toegestaan in de
gevallen en volgens de procedure die bij wet zijn voorzien.
Het voorarrest bestaat uit verschillende vrijheidsbenemende
dwangmiddelen die elkaar in de tijd opvolgen. De tijdlijn ziet er als volgt
uit.
De eerste fase is de aanhouding. Een verdachte kan worden
aangehouden wanneer er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld
aan een strafbaar feit. Dit kan plaatsvinden door een
opsporingsambtenaar of de officier van justitie.
Na de aanhouding kan de verdachte worden opgehouden voor
onderzoek op grond van artikel 61 Sv. Dit bevel wordt gegeven door de
(hulp)officier van justitie. De maximale duur van het ophouden voor
onderzoek is 9 uur, waarbij de nachtelijke uren niet meetellen.
Vervolgens kan de verdachte in verzekering worden gesteld op grond
van artikel 57 Sv. Dit bevel wordt gegeven door de officier van justitie. De
inverzekeringstelling duurt maximaal drie dagen en kan één keer worden
verlengd met nog eens drie dagen.
Daarna kan de rechter-commissaris een bevel tot bewaring geven op
grond van artikel 63 Sv. De maximale duur van bewaring is veertien
dagen. Vanaf dit moment begint de voorlopige hechtenis.
Na de bewaring kan de rechtbank gevangenhouding bevelen op grond
van artikel 65 Sv. De maximale duur van de gevangenhouding is
negentig dagen.
Ten slotte kan de rechtbank tijdens de inhoudelijke behandeling van de
zaak gevangenneming bevelen op grond van artikel 66 Sv.
Voor een rechtmatige toepassing van voorlopige hechtenis moet aan vier
algemene wettelijke voorwaarden worden voldaan. Ten eerste moeten er
ernstige bezwaren tegen de verdachte bestaan, wat betekent dat er
sterke aanwijzingen van schuld moeten zijn. Ten tweede moet er sprake
zijn van een geval waarin voorlopige hechtenis is toegestaan
volgens artikel 67 Sv, bijvoorbeeld bij misdrijven waarop vier jaar of meer
gevangenisstraf staat. Ten derde moet er een grond voor voorlopige
, hechtenis aanwezig zijn, zoals vluchtgevaar, recidivegevaar of een
geschokte rechtsorde (artikel 67a Sv). Ten vierde geldt het
anticipatiegebod, dat inhoudt dat voorlopige hechtenis niet mag
voortduren wanneer aannemelijk is dat de uiteindelijke straf korter zal zijn
dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis.
Vraag 2: Beoordeel of de inbewaringstelling van Frank rechtmatig
is.
Bewaring= voorlopige hechtenis= 133 Sv. Het gaat om een drietal
varianten van de VH. Die drie vallen onder VH.
63 en 64 Sv= RC kan bevelen en de OVJ kan vorderen. Benoem dit ook
duidelijk.
14 dagen bewaring en beslag nemen.
ALGEMENE VOORWAARDEN ART. 67
1. Misdrijf van 4 jaar of meer= 67 lid 1 a, 67 lid 1 b= zijn specifieke
artikelen. 67 lid 1 c= zijn misdrijven omschreven uit andere wetten,
bijzondere wetten waar geen 4 jaar op staat.
2. 67 lid 2= verdachte geen vaste woon en verblijfplaats in NL heeft
EN verdacht wordt van misdrijf waarop een gevangenisstraf op staat
en de rechtbank dit weet= ook VH
In dit geval moord 67 lid 1 staat meer dan vier jaar op, dus VH is
toegestaan. = er staat in 289 een levenslange gevangenisstraf of
levenslange gevangenisstraf op, dat is langer dan 4 jaar op grond van 67
lid 1 sub a.
67 lid 3= verdachte waar ernstige bezwaren tegen zijn. Ernstiger
dan een vermoeden van schuld. Wanneer sprake= hangt af van de feiten
en omstandigheden van het geval. Grens redelijk vermoeden= ook kijken
naar feiten en omstandigheden van het geval. Het is wel waarschijnlijk dat
jij het bent, alle pijlen wijzen jouw kant op.
- Frank verdachte waartegen ernstige bezwaren tegen zijn=
zijn vingerafdrukken op fles wijn waar fenteneel zat, iets zat in zijn
binnenzak, verklaring getuigen gestrest gebouw in gaan en naar
buiten rennen, het overlijden van meerdere slachtoffers aan
overdosis fenteneel. Plus plus plus= feiten en omstandigheden wel
ernstige bezwaren zijn op Frank, meer dan een redelijk vermoeden
van schuld, geen twijfel? = nee hij is het. Het heeft niets te maken
met de ernst van het feit. het gaat om feiten en omstandigheden en
ernst van het feit.
Lid 4= verdenking.
Gronden VH= het doel waarmee, waarom iemand in VH=
67 lid 1 sub a= vluchtgevaar en maatschappelijke veiligheid.
1. Vluchtgevaar= nee, het moet gaan om bepaalde gedragingen
verdachten. Het moet specifiek, dus niet zeggen zo een grote straf,
dus hij gaat vluchten, alleen als je bv koffers ziet of hij het vertelt
aan iemand.