TS OWE4
LEERJAAR 1
Bram van den Broek
|HAN |
, Bram van den Broek OWE4 HAN - Verpleegkunde
Oefentoets OWE 4
DOWN
1. Bij een nondisjunction is een stukje van chromosoom 21 aan chromosoom 14 gaan
zitten.
Juist – Onjuist
2. Een kenmerk van het syndroom van down is kleine oortjes
Juist – Onjuist
3. Wanneer er meer dan drie kenmerken aanwezig zijn, kan de diagnose syndroom van
Down worden gesteld.
Juist – Onjuist
4. Mensen met het syndroom van Down gaan statistisch gezien eerder dood.
Juist – Onjuist
5. Een voorbeeld van externaliserend gedrag bij patiënten met het syndroom van down
is; zich terugtrekken.
Juist – Onjuist
6. Het is vanaf de 9e week mogelijk om echo-onderzoek te doen bij een zwangere
vrouw.
Juist – Onjuist
7. De vlokkentest is betrouwbaarder dan de vruchtwaterpunctie.
Juist – Onjuist
8. Genetic Counseling betekent dat een zwangere vrouw onderzoek krijgt naar of haar
kindje een verhoogde kans heeft op een erfelijke afwijking.
Juist – Onjuist
9. Mensen met het syndroom van Down hebben een verhoogde kans op het krijgen van
DM.
Juist – Onjuist
10. De huidplooi in de nek is een pathognomonisch kenmerk van het downsyndroom.
Juist – Onjuist
11. We spreken van matige verstandelijke beperking bij een IQ tussen de 35-49.
Juist – Onjuist
12. Bij Mozaïcisme kan het zo zijn dat een deel van de cellen in het lichaam is aangedaan
en een deel niet.
Juist – Onjuist
13. De P in NIPT staat voor parenteraal.
Juist – Onjuist
14. Bij de NIPT test is er kans op een miskraam.
Juist – Onjuist
15. Het extra chromosoom 21 bij Syndroom van Down beschermt tegen plaquevorming.
Juist – Onjuist
16. Mensen met het syndroom van Down hebben meer kans op het krijgen van een
blaasontsteking.
Juist – Onjuist