Hoofdstuk 4 Begrijpen
De stap Begrijpen omvat het opnemen en onthouden van informatie. Het gaat om
informatie die patiënten kan helpen om hun situatie te begrijpen en beter aan te
kunnen. De meeste patiënten willen graag informatie. Weten wat er aan de hand is of
wat er gaat gebeuren maakt de situatie beter hanteerbaar. Mensen kunnen er beter
mee omgaan en dat geeft een gevoel van controle.
In de stap Begrijpen speelt een aantal factoren dat van invloed is op het opnemen en
verwerken van informatie.
Voorkennis.
Behoefte aan informatie. De behoefte aan informatie verschilt van persoon tot
persoon, van moment tot moment. Ouderen en mensen met beperkte
gezondheidsvaardigheden stellen vaak minder vragen. Dat betekent niet dat zij
weinig behoefte hebben aan informatie.
Drie typen informatie. De drie soorten informatie die van belang zijn: procedure-
informatie (vanuit het perspectief van de patiënt), technische informatie (vanuit het
perspectief van de zorgverlener) en belevingsinformatie.
Verwerken en onthouden van informatie. Mensen kunnen maar een beperkte
hoeveelheid informatie in korte tijd in zich opnemen, zeker onder belastende
omstandigheden.
Aanpak
Om de stap Begrijpen te ondersteunen maakt de verpleegkundige gebruik van de
volgende elementen.
Aansluiten bij de informatiebehoefte.
Bepalen van het doel van het gesprek en de aanpak. De verpleegkundige heeft in de
stap Openstaan al samen met de patiënt een agenda opgesteld. Hier kiest ze een
aanpak: wat precies en op welke manier?.
Bevorderen van de interactie. De verpleegkundige zorgt ervoor dat er een gesprek
ontstaat, geen monoloog. Zo kan ze haar informatie en aanpak steeds afstemmen op
de patiënt,
Selecteren van informatie: informatie die belangrijk en bruikbaar is. Met het
perspectief van de patiënt voor ogen probeert de verpleegkundige die informatie te
selecteren die op dat moment belangrijk en bruikbaar is: ze bepaalt de hoeveelheid
en de juiste soort van informatie (technische, procedure- en belevingsinformatie).
Zorgen voor begrijpelijke informatie en helpen onthouden. De verpleegkundige geeft
de informatie in begrijpelijke woorden, liefst in gespreksvorm, omdat dat helpt de
informatie te onthouden (beklijven). Daarvoor maakt de verpleegkundige gebruik van
herhalen en samenvatten, maar ook van ondersteunende middelen zoals
beeldmateriaal, demonstratiemateriaal, opschrijven van de belangrijkste informatie,
folders en verwijzing naar andere bronnen zoals internetsites van instellingen en
patiëntenverenigingen.
De stap Begrijpen omvat het opnemen en onthouden van informatie. Het gaat om
informatie die patiënten kan helpen om hun situatie te begrijpen en beter aan te
kunnen. De meeste patiënten willen graag informatie. Weten wat er aan de hand is of
wat er gaat gebeuren maakt de situatie beter hanteerbaar. Mensen kunnen er beter
mee omgaan en dat geeft een gevoel van controle.
In de stap Begrijpen speelt een aantal factoren dat van invloed is op het opnemen en
verwerken van informatie.
Voorkennis.
Behoefte aan informatie. De behoefte aan informatie verschilt van persoon tot
persoon, van moment tot moment. Ouderen en mensen met beperkte
gezondheidsvaardigheden stellen vaak minder vragen. Dat betekent niet dat zij
weinig behoefte hebben aan informatie.
Drie typen informatie. De drie soorten informatie die van belang zijn: procedure-
informatie (vanuit het perspectief van de patiënt), technische informatie (vanuit het
perspectief van de zorgverlener) en belevingsinformatie.
Verwerken en onthouden van informatie. Mensen kunnen maar een beperkte
hoeveelheid informatie in korte tijd in zich opnemen, zeker onder belastende
omstandigheden.
Aanpak
Om de stap Begrijpen te ondersteunen maakt de verpleegkundige gebruik van de
volgende elementen.
Aansluiten bij de informatiebehoefte.
Bepalen van het doel van het gesprek en de aanpak. De verpleegkundige heeft in de
stap Openstaan al samen met de patiënt een agenda opgesteld. Hier kiest ze een
aanpak: wat precies en op welke manier?.
Bevorderen van de interactie. De verpleegkundige zorgt ervoor dat er een gesprek
ontstaat, geen monoloog. Zo kan ze haar informatie en aanpak steeds afstemmen op
de patiënt,
Selecteren van informatie: informatie die belangrijk en bruikbaar is. Met het
perspectief van de patiënt voor ogen probeert de verpleegkundige die informatie te
selecteren die op dat moment belangrijk en bruikbaar is: ze bepaalt de hoeveelheid
en de juiste soort van informatie (technische, procedure- en belevingsinformatie).
Zorgen voor begrijpelijke informatie en helpen onthouden. De verpleegkundige geeft
de informatie in begrijpelijke woorden, liefst in gespreksvorm, omdat dat helpt de
informatie te onthouden (beklijven). Daarvoor maakt de verpleegkundige gebruik van
herhalen en samenvatten, maar ook van ondersteunende middelen zoals
beeldmateriaal, demonstratiemateriaal, opschrijven van de belangrijkste informatie,
folders en verwijzing naar andere bronnen zoals internetsites van instellingen en
patiëntenverenigingen.