Hoofdstuk 1: Cultuur en cultuurelementen
1.1. Inleiding
In onze samenleving is een proces van transculturalisatie op gang gekomen.
Transculturalisatie: is een veranderingsproces met als doel de realisatie van een gelijkwaardige
positie van iedereen, ongeacht zijn culturele achtergrond.
Een transculturele attitude is een goed uitgangspunt. Dit is van belang voor het contact met mensen
uit andere culturen en voor de omgang met mensen uit je eigen cultuur.
1.2 Cultuur
Cultuur: Een samenhangend stelsel van voorstellingen, opvattingen kennis, gewoonten,
verwachtingen, waarden en normen dat de leden van een samenleving overdragen aan volgende
generaties.
Er zijn echter verschillende definitief voor cultuur.
Filosoof Jaap van Haarden ziet cultuur als: Een samenhangend stelsel van oplossingen voor
bepaalde problemen.
Traditie: Oud cultureel gebruik dat de nieuwe krachten van differentiëring en integratie tegen gaat.
Waarden en normen:
Waarde: is een object dat voor de leden van een groep emotionele betekenis heeft, maar
staat ook voor de emotionele betekenis zelf die de leden van een groep ergens aan hechten.
Voorbeeld: zelfontplooiing, zekerheid, gezondheid, vriendschap, respect, gezinsleven etc.
Norm: Normen zijn gedragsregels. Statistische norm de meerderheid gedraagt zich als in
de norm beschreven. Ideëel men behoort zich als in de norm gesteld te gedragen.
Cultuur is in te delen in 5 categorieën (Kloos 1995):
1. Opsommende definities: cultuur is een samenhangend stelsel van kunst, wetten, gewoonten
etc., dat mensen zich eigen maken als lid van een groep.
2. Historische definities: Cultuur is het van de voorouders geërfde stelsel van gewoonte en
aannames dat ons leven bepaald.
3. Normatieve definities: een samenleving bestaat uit mensen, de wijze waarop ze zich
gedragen wordt bepaald door hun cultuur.
4. Psychologische definities: Cultuur is een gezamenlijk aangeleerd patroon van gedragingen
waardoor biologische behoeften worden gereguleerd.
5. Structurele definitie: Cultuur bestaat uit vaste onderling samenhangende gewoonte van een
bepaalde sociale groep.
1.2.2. Hoe een cultuur te leren kennen?
,Door middel van het ui-diagram kan men inzicht krijgen in een andere cultuur. Het bestaat uit
meerdere elementen; waarden, rituelen, helden en symbolen. De ui is een symbool voor
verschillende lagen van een cultuur.
Ritueel: is een sterk geformaliseerd gedrag ten aanzien van bepaalde waarden.
Voorbeelden: godsdienstige rituelen, wijze van begroeten, gedrag bij huwelijk/begrafenissen.
Overgangsrituelen (ritges de passage): functie van een ritueel in belangrijke overgangsfase in het
leven zoals geboorte, puberteit, huwelijk. kraamvisite, vrijgezellenfeest, diplomering.
Intensiveringsrituelen: bij crisis dodenherdenking, vliegramp herdenking, Koninginnedag
Held: een held is iemand die voor een groep een belangrijk identificatiemodel is. Kan zowel levens als
een dood persoon zijn. Nelson Mandela, Johan Cruijff, Willem van Oranje, Robin Hood.
Symbool: een voorwerp, teken, gebaar dat verwijs naar een persoon, een idee of kwaliteit
Kleding, woorden, gebaren, kleuren. (NL elftal draagt oranje bij een belangrijk interland).
1.3 levensbeschouwing en religie
Religie: levensbeschouwing omtrent het verklaren van allerlei verschijnselen en dingen die een
persoon overkomt buiten de alledaagse werkelijkheid.
Sommige mensen zien religie als onderdeel van een cultuur. Andere maken onderscheid tussen beide
omdat ze cultuur door de mens gemaakt vinden en religie als openbaring vanuit een hogere
werkelijkheid. Toch zijn ze nauw met elkaar verbonden.
Magie: hierbij horen inzichten, rituelen, praktijken en de daarbij behorende voorwerpen die te
maken hebben met het immanente buiten wereldse, relatief buitenmenselijke.
1.4 Attributies
Attributies: Ieder mens zoekt naar een verklaring van hetgeen hem overkomt.
Externe attributie men zoekt oorzaak buiten zichzelf
Interne attributie men schrijft het probleem toe aan zichzelf
Zingevende attributie sinds ik een hartinfarct heb gehad ben ik meer gaan genieten van
het leven. Het kan zomaar voorbij zijn.
2 attributies m.b.t. ziekte en rampspoed
Personalistische attributie
Naturalistische attributie
Beide komen naast elkaar voor.
3 aspecten m.b.t. ziekte:
Sickness (de klacht)
Ilness sterk cultureel bepaald: de wijze waarop men omgaat met de klacht.
Disease de objectief vast te stellen oorzaak van de klacht
, 1.4.1. Personalistische attributie
Binnen een personalistische attributie zoekt men de oorzaak van problemen of ziekte bij goden,
mensen of geesten.
Possessie (bezetenheid) wanneer iemand problemen toeschrijft aan kwade geesten gaan raad
vragen bij mensen die op magische of religieuze manier de oorzaak opspoort en aanpakt.
Zwarte magie: Wanneer mensen elkaar bewust in de problemen willen helpen door jaloezie o.i.d.
Zwarte magie is in de meeste religies verboden.
Placebo-effect: als je gelooft dat een middel werkt, werkt het ook.
Nocebo-effect: mensen die denken betoverd te zijn, worden vaak ook echt ziek.
Het boze oog: soms gelooft men dat mensen elkaar onbewust ongelukkig maken. (in Turkije noemen
ze dit ‘nazar’.)
Possessie (bezetenheid) toeschrijven van ziekte en ongeluk aan bezetenheid door demonen komt
in alle culturen voor.
1.4.2 Naturalistische attributie
Heeft vooral betrekking op ziekte vanuit een onpersoonlijke oorzaak. Genezers trachten het
verstoorde evenwicht in het lichaam te herstellen, zonder dat de oorzaak achterhaald hoeft te
worden.
1.4.3 Hoe om te gaan met onbekende attributies?
Integreren migranten moeten hun exotische gewoonten inruilen voor gedragspatronen van het
ontvangende land.
Men kan inzicht krijgen in attributie via vragen als:
Wat veroorzaakt het probleem?
Wie is verantwoordelijk voor het probleem?
Wat is gedaan of nagelaten waardoor het probleem is ontstaan?
Hoe zou men in uw cultuur dit probleem
1.7 Rolgedrag
Rolgedrag: Mensen nemen binnen maatschappelijke structuren bepaalde posities in ten opzichte van
elkaar. Aan deze positie is bepaald gedrag gekoppeld.
Situationeel rolgedrag: rolgedrag dat aangepast wordt aan de situatie.
Rol gedrag heeft te maken met de positie binnen de groep (status). Er zijn 2 soorten statussen:
1. Toegeschreven status de positief die iemand automatisch krijgt op grond van nauwelijks
te beïnvloeden factoren (sekse, leeftijd).
1.1. Inleiding
In onze samenleving is een proces van transculturalisatie op gang gekomen.
Transculturalisatie: is een veranderingsproces met als doel de realisatie van een gelijkwaardige
positie van iedereen, ongeacht zijn culturele achtergrond.
Een transculturele attitude is een goed uitgangspunt. Dit is van belang voor het contact met mensen
uit andere culturen en voor de omgang met mensen uit je eigen cultuur.
1.2 Cultuur
Cultuur: Een samenhangend stelsel van voorstellingen, opvattingen kennis, gewoonten,
verwachtingen, waarden en normen dat de leden van een samenleving overdragen aan volgende
generaties.
Er zijn echter verschillende definitief voor cultuur.
Filosoof Jaap van Haarden ziet cultuur als: Een samenhangend stelsel van oplossingen voor
bepaalde problemen.
Traditie: Oud cultureel gebruik dat de nieuwe krachten van differentiëring en integratie tegen gaat.
Waarden en normen:
Waarde: is een object dat voor de leden van een groep emotionele betekenis heeft, maar
staat ook voor de emotionele betekenis zelf die de leden van een groep ergens aan hechten.
Voorbeeld: zelfontplooiing, zekerheid, gezondheid, vriendschap, respect, gezinsleven etc.
Norm: Normen zijn gedragsregels. Statistische norm de meerderheid gedraagt zich als in
de norm beschreven. Ideëel men behoort zich als in de norm gesteld te gedragen.
Cultuur is in te delen in 5 categorieën (Kloos 1995):
1. Opsommende definities: cultuur is een samenhangend stelsel van kunst, wetten, gewoonten
etc., dat mensen zich eigen maken als lid van een groep.
2. Historische definities: Cultuur is het van de voorouders geërfde stelsel van gewoonte en
aannames dat ons leven bepaald.
3. Normatieve definities: een samenleving bestaat uit mensen, de wijze waarop ze zich
gedragen wordt bepaald door hun cultuur.
4. Psychologische definities: Cultuur is een gezamenlijk aangeleerd patroon van gedragingen
waardoor biologische behoeften worden gereguleerd.
5. Structurele definitie: Cultuur bestaat uit vaste onderling samenhangende gewoonte van een
bepaalde sociale groep.
1.2.2. Hoe een cultuur te leren kennen?
,Door middel van het ui-diagram kan men inzicht krijgen in een andere cultuur. Het bestaat uit
meerdere elementen; waarden, rituelen, helden en symbolen. De ui is een symbool voor
verschillende lagen van een cultuur.
Ritueel: is een sterk geformaliseerd gedrag ten aanzien van bepaalde waarden.
Voorbeelden: godsdienstige rituelen, wijze van begroeten, gedrag bij huwelijk/begrafenissen.
Overgangsrituelen (ritges de passage): functie van een ritueel in belangrijke overgangsfase in het
leven zoals geboorte, puberteit, huwelijk. kraamvisite, vrijgezellenfeest, diplomering.
Intensiveringsrituelen: bij crisis dodenherdenking, vliegramp herdenking, Koninginnedag
Held: een held is iemand die voor een groep een belangrijk identificatiemodel is. Kan zowel levens als
een dood persoon zijn. Nelson Mandela, Johan Cruijff, Willem van Oranje, Robin Hood.
Symbool: een voorwerp, teken, gebaar dat verwijs naar een persoon, een idee of kwaliteit
Kleding, woorden, gebaren, kleuren. (NL elftal draagt oranje bij een belangrijk interland).
1.3 levensbeschouwing en religie
Religie: levensbeschouwing omtrent het verklaren van allerlei verschijnselen en dingen die een
persoon overkomt buiten de alledaagse werkelijkheid.
Sommige mensen zien religie als onderdeel van een cultuur. Andere maken onderscheid tussen beide
omdat ze cultuur door de mens gemaakt vinden en religie als openbaring vanuit een hogere
werkelijkheid. Toch zijn ze nauw met elkaar verbonden.
Magie: hierbij horen inzichten, rituelen, praktijken en de daarbij behorende voorwerpen die te
maken hebben met het immanente buiten wereldse, relatief buitenmenselijke.
1.4 Attributies
Attributies: Ieder mens zoekt naar een verklaring van hetgeen hem overkomt.
Externe attributie men zoekt oorzaak buiten zichzelf
Interne attributie men schrijft het probleem toe aan zichzelf
Zingevende attributie sinds ik een hartinfarct heb gehad ben ik meer gaan genieten van
het leven. Het kan zomaar voorbij zijn.
2 attributies m.b.t. ziekte en rampspoed
Personalistische attributie
Naturalistische attributie
Beide komen naast elkaar voor.
3 aspecten m.b.t. ziekte:
Sickness (de klacht)
Ilness sterk cultureel bepaald: de wijze waarop men omgaat met de klacht.
Disease de objectief vast te stellen oorzaak van de klacht
, 1.4.1. Personalistische attributie
Binnen een personalistische attributie zoekt men de oorzaak van problemen of ziekte bij goden,
mensen of geesten.
Possessie (bezetenheid) wanneer iemand problemen toeschrijft aan kwade geesten gaan raad
vragen bij mensen die op magische of religieuze manier de oorzaak opspoort en aanpakt.
Zwarte magie: Wanneer mensen elkaar bewust in de problemen willen helpen door jaloezie o.i.d.
Zwarte magie is in de meeste religies verboden.
Placebo-effect: als je gelooft dat een middel werkt, werkt het ook.
Nocebo-effect: mensen die denken betoverd te zijn, worden vaak ook echt ziek.
Het boze oog: soms gelooft men dat mensen elkaar onbewust ongelukkig maken. (in Turkije noemen
ze dit ‘nazar’.)
Possessie (bezetenheid) toeschrijven van ziekte en ongeluk aan bezetenheid door demonen komt
in alle culturen voor.
1.4.2 Naturalistische attributie
Heeft vooral betrekking op ziekte vanuit een onpersoonlijke oorzaak. Genezers trachten het
verstoorde evenwicht in het lichaam te herstellen, zonder dat de oorzaak achterhaald hoeft te
worden.
1.4.3 Hoe om te gaan met onbekende attributies?
Integreren migranten moeten hun exotische gewoonten inruilen voor gedragspatronen van het
ontvangende land.
Men kan inzicht krijgen in attributie via vragen als:
Wat veroorzaakt het probleem?
Wie is verantwoordelijk voor het probleem?
Wat is gedaan of nagelaten waardoor het probleem is ontstaan?
Hoe zou men in uw cultuur dit probleem
1.7 Rolgedrag
Rolgedrag: Mensen nemen binnen maatschappelijke structuren bepaalde posities in ten opzichte van
elkaar. Aan deze positie is bepaald gedrag gekoppeld.
Situationeel rolgedrag: rolgedrag dat aangepast wordt aan de situatie.
Rol gedrag heeft te maken met de positie binnen de groep (status). Er zijn 2 soorten statussen:
1. Toegeschreven status de positief die iemand automatisch krijgt op grond van nauwelijks
te beïnvloeden factoren (sekse, leeftijd).