Informatie Brightspace
De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht is aangenomen. De wet
beoogt bij te dragen aan een efficiënt verloop van civiele procedures. Dit
wetsvoorstel versimpelt en verbetert de mogelijkheden voor het verzamelen v.d.
relevante informatie en bewijsmateriaal in de fase voorafgaand en tijdens de
procedure. Het wetsvoorstel bevat daartoe de volgende uitgangspunten:
het zoveel mogelijk door partijen verzamelen van de relevante informatie
over hun geschil voordat een procedure bij de rechter wordt
aangespannen;
de mogelijkheid voor de rechter om binnen de grenzen van de rechtsstrijd
met partijen de feitelijke grondslag van hun vordering, verzoek of verweer
te bespreken;
er komt één verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen in
plaats van afzonderlijke verzoeken per voorlopige bewijsverrichting (een
voorlopig getuigenverhoor, een voorlopig deskundigenbericht, een
voorlopige plaatsopneming of bezichtiging en een vordering tot inzage
voorafgaand aan een procedure);
het inzagerecht (de regeling van de exhibitieplicht) wordt aangepast en zo
veel mogelijk gelijkgetrokken met de overige bewijsverrichtingen. Voor alle
verzoeken om een voorlopige bewijsverrichting gaan dezelfde toe- en
afwijzingscriteria gelden;
de mogelijkheid om beslag te leggen op bewijsmateriaal in zaken die niet
gaan over intellectuele eigendomsrechten wordt vastgelegd in de wet.'
(Kamerstukken II 2019/20, 35498, nr. 3).
Volledig bewijs
Men spreekt van volledig bewijs wanneer de rechter de betwiste feiten als
bewezen kan aanmerken. Het bewijsmateriaal, aangedragen door de partij die
daartoe de bewijslast draagt, vormt een grondslag die hecht genoeg is, dat de
rechter de feiten bewezen kan achten.
Onvolledig bewijs
In geval van onvolledig bewijs ontbreekt iets. De rechter kan op grond van het
aangebrachte bewijsmateriaal (bijvoorbeeld een overgelegd kladje papier) niet
tot de conclusie komen dat de betwiste feiten zijn bewezen. Dit onvolledig bewijs
dient nog te worden aangevuld.
,College 27 oktober 2025 leereenheden 4, 5 en 6
Tijdens Prinsjesdag van dit jaar trekt de
Koninklijke Familie weer volop de aandacht.
Terwijl de Koning en Koningin nog druk zijn
met hun officiële verplichtingen, sluit hun
tweede dochter Prinses Alexia haar dag wat
informeler af; met een drankje op het terras in
haar woonplaats Den Haag. Aan haar zijde:
rapper en zanger Antoon.
Wat een onschuldig terrasbezoek lijkt,
verandert al snel in roddelnieuws. Het
Nederlandse Weekblad Privé, gevestigd in Amsterdam krijgt foto’s binnen waarop
is te zien hoe Prinses Alexia en Antoon samen in één auto stappen. De redactie
twijfelt geen moment: “Delerswaardig!”, vinden ze.
Bij het beantwoorden van onderstaande vragen moet u even terug in de tijd. U
mag ervan uitgaan dat het vandaag 17 september 2025 is.
Vraag 1
Op de avond van 16 september 2025 laat het Nederlandse Weekblad Privé aan
Prinses Alexia weten dat het van plan is om de foto’s waarop ze samen met
Antoon te zien is, te publiceren in de papieren editie van 2 oktober 2025. De
Landsadvocaat moet op verzoek van Prinses Alexia voorkomen dat de foto’s
worden gepubliceerd. Is deze zaak geschikt voor een kort geding? Zo ja, waarom
wel of waarom niet?
Het kort geding is geregeld in art. 254 lid 1 Rv.
Voor een kort geding gelden 3 voorwaarden:
1. De zaak moet spoedeisend zijn.
Er is een spoedeisend belang, want binnen 2 weken komt die papieren
editie al uit.
2. De te geven beslissing is een voorziening bij voorraad (wat wil
zeggen dat de beslissing een voorlopig karakter draagt)
Ja, er is een ordemaatregel nodig die werkt totdat de gewone rechter een
oordeel heeft gegeven. Hij is ook direct uitvoerbaar. Er is nodig dat direct
wordt gezegd dat er niet gepubliceerd mag worden art. 254 lid 1 Rv.
3. Bij de beoordeling of een onmiddellijk voorziening bij voorraad
wordt vereist en zo ja van welke inhoud, dient te worden gelet op
de belangen van partijen.
De zaak is inhoudelijk geschikt om in kort geding behandeld te worden art.
256 Rv. De zaak is niet ingewikkeld.
Conclusie: de zaak is geschikt voor een kort geding.
Vraag 2
De Landsadvocaat vordert naast een publicatieverbod ook een voorschot op een
schadevergoeding van € 10.000,-. Wat moet de rechter onderzoeken om te
beslissen of dit voorschot kan worden toegewezen?
De rechter dient te toetsen aan de volgende punten (Hiensch
International BV/Bögels):
, 1. Of het bestaan v.d. vordering voldoende aannemelijk is;
2. Of sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit
hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is
vereist (hierbij geldt een verzwaarde motiveringseis als het gaat
om een geldvordering;
3. Het restitutierisico moet worden betrokken bij de
belangenafweging art. 254 lid 1 Rv.
Vraag 3
Welke rechter(s) is (zijn) absoluut en relatief bevoegd?
Absolute bevoegdheid
De rechtbank is absoluut bevoegd.
Absoluut bevoegd is de voorzieningenrechter v.d. rechtbank art. 254 Rv jo art. 50
RO.
Relatieve bevoegdheid
Rechtbank Amsterdam art. 99 Rv: de woonplaats v.d. gedaagde. De gedaagde
betreft hier een bedrijf dus dan is het de vestigingsplaats.
Daarnaast is er sprake van medebevoegdheid: plaats waar de voorlopige
voorziening wordt uitgevoerd: voorzieningenrechter Den Haag. Dit staat niet in
de wet, maar komt uit de jurisprudentie.
Vraag 4
Kan de rechter in deze kwestie een dwangsom opleggen?
Een dwangsom is een geldelijke prikkel om ervoor te zorgen dat iemand
hetgeen hem is opgelegd ook daadwerkelijk nakomt.
Dit kan niet met betrekking tot het voorschot op schadevergoeding art.
611a lid 1 Rv.
Dit kan wel m.b.t. het publicatieverbod.
Vraag 5
Prinses Alexia wil bovendien dat de rechter uitspreekt dat Weekblad Privé
onrechtmatig jegens haar zal handelen, indien het weekblad ook in de toekomst
zonder haar toestemming foto’s van haar publiceert. Zal de kortgedingrechter dit
toewijzen?
De kortgedingrechter zal dit niet toewijzen. Zij vraagt een verklaring
voor recht en dat kan niet gegeven worden in een kort geding. Het leent
zich namelijk niet voor een declaratoir vonnis.
Vraag 6
De rechter wijst alle vorderingen af. ’s Avonds aan tafel in Huis ten Bosch
moppert Alexia daarover tegen haar zus Prinses Amalia, die sinds dit collegejaar
aan haar rechtenstudie is begonnen.
Amalia reageert strijdlustig:
“Dan beginnen we gewoon een nieuw kort geding! De rechter heeft het vast fout
gedaan.”
Leg uit of dit conform de regels van het Burgerlijk Procesrecht mogelijk is?
Ja, want aan beslissingen in kort geding komt geen gezag van gewijsde
toe.
, Let op: misbruik van (proces)recht.
Voordat je toekomt aan gezag van gewijsde, moet er eerst kracht van
gewijsde zijn. Een vonnis dat kracht van gewijsde heeft gekregen, is een
vonnis waartegen geen gewone rechtsmiddelen meer openstaan.
Heeft een beslissing gezag van gewijsde, dan kan in een ander geding
tussen dezelfde partijen beroep worden gedaan op de bindende kracht
van die beslissing.
Art. 236 Rv.
Vraag 7 Meerkeuzevraag
In een kort geding kan de voorzieningenrechter een voorlopige maatregel treffen.
Welke van de onderstaande uitspraken is juist?
A. Een in kort geding gegeven voorziening is altijd tijdelijk en vervalt
automatisch zodra de bodemprocedure wordt gestart.
B. Een in kort geding gegeven voorziening is per definitie van tijdelijke aard
en kan niet worden omgezet in een blijvende maatregel.
C. Een in kort geding gegeven voorziening hoeft niet tijdelijk te zijn,
maar de rechter kan wél bepalen dat deze slechts geldt tot het
moment waarop binnen een bepaalde termijn een
bodemprocedure wordt gestart.
D. Een in kort geding gegeven voorziening geldt onbeperkt in de tijd en kan
door geen enkele rechter worden beperkt.
Vraag 8 Meerkeuzevraag
In een kortgedingprocedure gelden andere regels dan in een bodemprocedure.
Hoe zit het met het bewijsrecht in kort geding?
A. De bewijsregels uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn
volledig van toepassing; de rechter is verplicht bewijsopdrachten te geven
en getuigen te horen.
B. Het bewijsrecht geldt niet in kort geding, waardoor de rechter geen enkel
bewijs mag meewegen bij zijn oordeel.
C. Het bewijsrecht is in beginsel niet van toepassing in kort geding;
de rechter heeft vrijheid om te bepalen of en in hoeverre hij
bewijsregels toepast.
D. Het bewijsrecht is alleen van toepassing als beide partijen daar
uitdrukkelijk om verzoeken.
Bewijs
Bewijs art. 149 Rv e.v.
- Bewijsregeling ziet op dagvaardingsprocedures
- Bewijsregeling geldt in verzoekschriftprocedures, tenzij de aard v.d. zaak
zich daartegen verzet art. 284 Rv
- Bewijsregeling is niet onverkort van toepassing in onder meer kort geding
en arbitrage art. 1039 Rv.
Bewijs