Leereenheid 1
Korzeniak/Poland Essentie: onafhankelijkheid en
onpartijdigheid art. 6 EVRM.
Casus:
Verdachte klaagde over een partijdige
rechter en het EHRM oordeelde dat
zijn recht op een eerlijk proces (art. 6
EVRM) was geschonden, aangezien de
zaak bijna 9 jaar later was.
Rechtsregel:
Een verdachte heeft het recht op een
eerlijk proces en om binnen een
redelijker termijn te horen.
Vertragingen die niet voor zijn
rekening komen, kunnen een
schending van dit recht zijn.
Indien een rechter een zaak bij het Hof
heeft behandeld, mag deze de zaak
niet in cassatie (HR) doen. Hiermee is
het recht op behandeling door een
onafhankelijk en onpartijdig gerecht in
het geding.
Rechter dient onafhankelijk en
onpartijdig te zijn jegens degene die
hem benoemt, de procespartijen en
derden.
Dit is niet het geval als hij eerder
betrokken is geweest bij een zaak in
een lagere instantie.
Leereenheid 3
Bevoegdheidsverdeling Essentie: bevoegheidsverdeling
burgerlijke rechter en strafrechter burgerlijke rechter en strafrechter
Casus:
Zaak Henriques, strafrechter heeft al
geoordeeld over niet noemen van
namen v.d. verdachten. Burgerlijke
rechter kan niet op die stoel gaan
zitten, de strafrechter heeft zich al
uitgesproken. Kan alleen doorbroken
worden indien de strafrechter
fundamentele rechtsbeginselen heeft
geschaad dat geen sprake meer is van
, een art. 6 situatie. Bovendien was in
dit geval nog hoger beroep mogelijk in
de strafzaak.
Aanvullende rechtsbescherming van
burgerlijke rechter heeft geen
betrekking op voorzieningen die
partijen uitsluitend verlangen met het
oog op de procesvoering in de
rechtsgang bij een andere rechter. De
burgerlijke rechter is bevoegd om
kennis te nemen van alle
schuldvorderingen. Indien de
rechtsgang bij een andere rechter
voldoende rechtsbescherming biedt,
moet de rechtzoekende bij de
burgerlijke rechter n-o worden
verklaard in zijn vordering of verzoek.
Rechtsregel:
Als een vordering uitsluitend strekt tot
bescherming van processuele
belangen bij een andere rechtsgang, is
de eiser niet-ontvankelijk bij de
burgerlijke rechter (Dit wordt niet
anders met een stelling die door de
strafrechter zou moeten worden
beoordeeld). Dit geldt ook bij een
beroep op art. 6 EVRM, omdat de
beoordeling daarvan aan de rechter
van die rechtsgang toekomt.
Leereenheid 4
Cremers/Gassler verzoek tot tussenkomst
Casus
In deze zaak ging het om een debiteur
die werd aangesproken door een
procespartij die niet zijn crediteur was.
De echte crediteur deed toen een
verzoek om tussenkomst. Voor
toewijzing van een verzoek tot
tussenkomst moet een belang van de
verzoeker blijken om benadeling of
verlies van een hem toekomend recht
te voorkomen. Degene die
tussenkomst wenst moet een hem
toekomend recht willen veilig stellen.
Met tussenkomst kan dan een nieuw
proces waarin deze derde eiser is
worden voorkomen. De rechter zal als
eis hebben dat de interveniënt dient
aan te knopen bij het bestaande