C01 - Taaislijmziekte 3
C02 - De Aanvraag 3
Week 2 4
C03 - Begin van het leven 4
C04 - Hoe communiceren cellen onderling? 4
LME darmhistologie en longhistologie 5
LME Lichaam in beeld 13
Week 3 23
C05 - Erfelijkheidsadvies en onderzoek 23
LMO Artikelen over verstandelijke beperking 23
LMV Overerving 28
LMV Complexe Overerving 38
Mozaïscisme 38
Imprinting 39
Anticipatie 40
LME Mensen met verstandelijke beperking 43
LME Genetische diagnostiek bij verstandelijke beperking 46
VOW Stambomen & overervingspatronen 48
VOW DNA- diagnostiek 49
LME Kindergeneeskunde: wat maakt het verschil 50
LMO Voorbereiding Journal Club 50
C06 - Het normaal vs. afwijkend 51
LME Uiterlijke Kenmerken 51
Afwijkende vorm van het hoofd 51
Vasculaire huidafwijkingen 52
Pigmentafwijkingen 53
Overige congenitale afwijkingen 54
LMV Het ontstaan van aangeboren afwijkingen 55
LMV Groeicurve 59
VOW dysmorfologie 62
LME data: Patiëntendossier 68
Week 4 70
C07- Erfelijke darmkanker 70
LME Vogelstein 70
LMV Hallmarks 73
LME Mutaties en DNA reparatie 77
LMV DNA schade en DNA reparatie 80
LME Beroepsethiek 83
VOW: Moleculaire pathologie 86
, C08 - Hoe cellen doodgaan 92
LME DNA breuken en chromosomale translocaties 92
LME Celdood 94
LMV Apoptose en Necrose 97
LME Apoptose en kanker 98
Week 5 101
C09 - Hielprik 101
Pitch 101
LME Screeningcriteria en bevolkingsonderzoeken 102
LMV Genetische aspecten van Hb-pathie 105
LMO Neonatale hielprikscreening voor metabole ziekten in NL 107
LMV Ziektebeelden hielprik 112
LME Data: Privacy 116
LME Eerste Jaar in Vogelvlucht 119
VOW Buik en Bekken 124
Het Bekken 124
VOW Afwegingskader bevolkingsonderzoek 133
C10 Maakt het uit waar de wieg staat? 135
LME Gezondheidheid determinanten 135
LME Sociaaleconomisch perspectief 137
LMO Sociaaleconomische gezondheidsverschillen 138
LME Omgevingsdeterminanten van zwangerschap en vroeggeboorte 138
LMV Hoe erfelijk is armoede? 141
LME Epigenetica 141
VOW Sociale determinanten van gezondheid 142
,Week 1
C01 - Taaislijmziekte
Hoorcollege
Cystische fibrose
= Genetisch defect dat ervoor zorgt dat het CFTR-eiwit niet goed functioneert →
water-zout transport is verstoord → taai & dik slijm wat organen kan
verstoppen/beschadigen
Zout-en watertransport
De gevolgen van verstoorde zout-en water transport zijn:
★ Cholestase
○ Ophoping van gal in de lever door verstope galgangen →
beschadiging lever
★ Pancreasfibrose
○ Fibrose(litteken)vorming in pancreas. Slijm belemmerd
spijsverteringenzymen → vertering eiwitten en vetten slecht.
★ Darmobstructie
○ Blokkade van slijm → voedsel en vloeistof moeilijk door spijsvertering
★ Longontsteking en -infectie
★ Zout zweet → zweettest
★ Mannelijke infertiliteit
Overerving
CF is autosomaal recessief op chromosoom 7. Drager → 1 : 30 / Ziek → 1 : 3600.
CFTR
= Cystic Fibrosis Transmembrane Conductance Reculator.
Het CFTR-gen maakt CFTR-eiwit, dit is een chloorkanaal in het celmembraan dat
de zout-water balans reguleert.
Normaal gesproken gaat Cl- via het CFTR naar het slijm (buiten de cel), hierbij
gaan Na+ en H2O mee door osmose, hierdoor gehydrateerd slijm. IN de normale
situatie probeert de cel Na+ en Cl- in balans te houden en hiervoor transporteert
water mee. Als het CFTR-eiwit niet goed werkt dan gaat chloor niet meer naar
buiten, waardoor er geen remming is van Na+ naar binnen. Hierdoor is er veel na+
, in de cel en water volgt waar na+ heen gaat waardoor er dus ook veel water
binnen de cel transporteert. Wat resulteert in taai slijm. De niet vochtige trilharen
zorgen ervoor dat bacterien en stoffen niet meer goed verplaatsen →
ontstekingen.
CFTR mutaties
CFTR bestaat uit 1480 aminozuren, meest voorkomende deletie is op een
aminozuur waardoor er nog maar 1479 aminozuren zijn. CFTR klassen:
1. Geen getrunceerd eiwit
2. Processing mutant (85%) → dF508 gen
3. Defect in regulatie
4. Verlaagd CL conductantie
5. Verlaagde eiwitsynthese
6. Verhoogde turnover
Meest voorkomdne mutatie is een processing mutant → probleem in vouwing van
het CFTR-eiwit. Vindt plaats in het dF508 gen. Door het probleem in vouwing komt
het eiwit niet aan bij het membraan.
Medicatie
● Kafrio: elexacaftor, tezacaftor en ivacaftor. Tezacaftor en Elexacaftor
herstellen verkeerd gevouwen eiwit en brengen het naar de celwand
● Kalydeco: ivacaftor. Klasse 3 mutatie → opent defecte chloridekanalen.
● Orkamby: Lumacaftor (corrector) & ivacaftor (potentiator). Lumacaftor
zorgt dat dele van het eiwit toch goed gevouwen wordt en de controle van
het ER passeert, hierdoor kan het eiwit toch naar het plasmamembraan
worden getransporteerd. Bij klasse 2 mutatie. Ivacaftor vergroot de
effectiviteit.
Hielprikscreening
Door hielprikscreening kunnen milde mutaties van CF worden opgespoort. De
hielprik onderzoekt 3 onderdelen:
1. IRT & PAP
○ Immmuno Reactief Trypsinogeen. Bij schade aan de pancreas wordt
dit eiwit gemaakt. Verhoogd → kans op CF