Aanschuifonderwijs 2025
Verdiepend contract- & aansprakelijkheidsrecht
College 1
Eindopdracht: Pitch en Paper in tweetal.
Aantekeningen:
Vroeger was het privaatrecht op EU niveau niet direct werkend in de lidstaten. De
formele basis voor het EU privaatrecht = verdrag van Rome in 1957. Later werd
dit aangevuld met verdrag van Maastricht 1992 en Lissabon 2007. Meer EU
privaatrecht komt hierdoor binnen. In het werkingsverdrag van de EU zie je in art.
4 dat zowel lidstaten als EU een wetgevingsbevoegdheid hebben en het EU recht
voorrang moeten geven.
Voorrang:
Costa / ENEL: Het Europees recht vloeit voort uit autonome bron en kan op grond
van zijn bijzondere karakter niet door enige voorschrift van nationaal recht opzij
worden gezet. Het Europees recht heeft dus, onafhankelijk van de nationale
rechtsorde, voorrang op strijdige nationale bepalingen. Het werkingsverdrag is
hier de belichaming van. > art. 288 werkingsverdrag is opgenomen dat
verordeningen rechtstreeks toepasbaar zijn.
Directe werking:
Een burger of onderdaan heeft pas iets aan de voorrang als een bepaling
rechtstreekse of directe werking hebben. Dan kun je namelijk een beroep doen op
de bepaling.
Van Gend & Loos: Europees recht kan rechten scheppen die individuen
onafhankelijk van hun nationale recht kunnen inroepen voor de nationale rechter.
Om deze directe werking te hebben moeten bepalingen aan een aantal
voorwaarden voldoen: 1) de bepaling is duidelijk en onvoorwaardelijk 2) de
bepaling schept een negatieve verplichting voor de lidstaat 3) de bepaling bevat
geen voorbehouden 4) de aard van de bepaling leent zich voor directe werking.
Dit geldt niet alleen verdragsbepalingen maar ook bepalingen van handvest,
richtlijn, verordeningen.
Horizontale (en directe) werking van EU recht:
Van Gend en Loos ziet op werking tegen de overheid vanuit de burger. Maar een
burger kan deze bepaling ook ‘’gebruiken’’ tegen een andere burger. . art. 157
werkingsverdrag. Als het EU recht rechtsverbindingen wijzigt, te niet doet of in
het leven roept is hiervan sprake. Eu recht is de minimum. Je mag meer
bescherming bieden.
- Bepaalt hof EU
o Het hof bepaalt wanneer er geen rechtsgevolg is vastgelegd.
o Het hof bepaalt wanneer …
o Het hof bepaalt wanneer de bepaling slechts 1 partij beoogt te
beschermen 3:140 BW = voorbeeld.
- Bepaalt door EU recht
o Denk aan kartelverbod. Dit staat in werkingsverdrag dat al deze
bepalingen nietig zijn.
1
, Tilburg University
Aanschuifonderwijs 2025
- Overgelaten aan nationale rechter
Gevolgen van directe horizontale werking:
- Nietigheid en strijde bepalingen
- Onrechtmatig handelen
- Aanvulling van contractuele rechtsverhouding
- Ontstaan vordering tui verschuldigde betaling of ongerechtige verkrijging.
- Beperking van een burger bij de uitoefening in de uitoefening van de
absolute rechten krachtens nationaal privaatrecht.
Indirecte horizontale werking:
- Eu begrippen worden geïnterpreteerd in nationaal recht = reflexwerking
- Positieve verplichting = afgeleide verplichting aan lidstaat uit het
werkingsverdrag
- En de rechtmatigheidstoetsing in een geding bij particulieren
o (arrest, Delhaize Le Lion / Christian Dior)
o In dit arrest bepaalt het Hof dat indien het doel of gevolg van de
maatregel ongelijke behandeling/nadelige behandeling ten gunste
van binnenlandse producten oplevert, er strijd is met art. 29 EG.
Benelux Gerechtshof, 24 oktober 2005, A 2004/5/12. Delhaize tegen
Dior. Arresten van het Benelux Gerechtshof zijn zeldzaam, maar
vorige week heeft het hof in het kader van het langdurig juridisch
gebakkelei tussen Delhaize en Dior uitspraak gedaan inzake twee
prejudiciële vragen die waren gesteld door het Hof van Beroep te
Brussel. De vragen betreffen het begrip ‘winst’ in artikel 13A lid 5
BMW. Samengevat: Met betrekking tot de tweede vraag: Onder ten
gevolge van het onrechtmatig gebruik van het merk genoten winst,
waarvan de afdracht in artikel 13.A.5 van de Eenvormige
Beneluxwet op de merken is geregeld, moet wordt verstaan de door
de derde genoten nettowinst die wordt berekend door niet alle de
aankoopprijs van de waren maar ook de belastingen en kosten als
bedoeld in de beantwoording van de tweede vraag van de
verkoopprijs af te trekken. Met betrekking tot de tweede vraag: De
aftrekbare belastingen en kosten zijn die welke rechtstreeks met de
verkoop van de desbetreffende waren samenhangen.
Aansprakelijkheidsrecht:
Iedereen draagt zijn eigen schade. Dit is het beginsel, tenzij:
1. Wet
a. Kwalitatieve aansprakelijkheid > vanuit hoedanigheid denk aan
werkgever
b. OD
2
, Tilburg University
Aanschuifonderwijs 2025
2. Contract
Er kunnenmeerdere veroorzakers zijn (meervoudige en alternatieve causaliteit
6:99 BW, groepsaansprakelijkheid 6:166BW of afzonderlijke oorzaken 6:106 BW)
zijn voor schade.
Er kunnen ook meerdere benadeelde zijn: massaclaim.
- WCAM: de mogelijkheid om een overeenkomst tussen veroorzaker en
benadeelden verbindend te laten verklaren. Daarin wordt bepaalt hoe de
schade wordt afgedaan. je moet altijd de toegang tot de rechter zelf
behouden > 6 EVRM. Benadeelde moeten dan zelf aangeven dat ze niet
mee willen doen aan de collectieve regeling. Hierdoor is het niet mogelijk
om een collectieve schade te vergoeden.
- WAMCA: met deze wet kun je wel een collectieve schade vorderen.
6:95 BW
- Vermogenschade
o Geleden verlies en gederfde winst 6:96 BW
- Ander nadeel (immaterieel voor zover de wet hier recht op geeft. Dit is dus
een gesloten stelsel. Smart vergoeden kan op basis van OD bijv. 6:106 BW.
Dit is niet op geld te waarderen. Dit moet naar bilijkheid worden
vastgesteld> smartengeld.
o Oogmerk om nadeel toe te brengen
o Lichamelijk letsel, eer of goede naam aangetast, of andere wijze
aangetast in de persoon (geestelijk of grondrecht
o Overleden, nabestaande
In Jeffrey arrest is vastgesteld dat louter emotionele schade niet voldoende is. de
vraag is of dit nog steeds speelt. Kanttekening moet wel zijn dat de ouders alleen
in eigen naam hebben geprocedeerd. Zij hebben zich niet gesteld als
‘’rechtsopvolgers van Jeffrey’’. Materiele schade van naasten kan ook worden
gevorderd. Denk aan uitvaartkosten wanneer iemand is overleden op basis van
een OD. Dit = verplaatsschade. Bij immateriële schade kan de aansprakelijk ook
verplicht zijn van derde in de vorm van affectieschade en schokschade.
- Affectieschade: kleine groep krijgt bij overlijden of ernstig letsel recht op
vergoeding van immaterieel maar zit een hoogtedrempel aan.
o Bepaalde kleine groep
o Zit hoogte drempel aan
o Hoeft geen sprake te zijn van duidelijke schade
- Schokschade : derde niet rechtstreeks geraakt maar geconfronteerd met
de ernstige gevolgen hiervan. Denk aan identificeren lichaam van jouw
aangereden man. Hevige emotionele schok waardoor geestelijk letsel
ontstaat. De aansprakelijke moet onrechtmatig hebben gehandeld richting
jou. De geschonden norm moet zich dus ook strekken tot jou> relativiteit.
De HR oordeelt dat hier soms sprake van kan zijn.
o Er ontstaat een zelfstandig recht op schade en niet afgeleid. Eigen
claim heb je.
3
, Tilburg University
Aanschuifonderwijs 2025
Hoogeveen arrest wordt uitgewerkt wat de vereisten zijn van schokschade.
Jur.
HvJ EU 15 juli 1964, C-6/64, ECLI:EU:C:1964:66 (Costa/E.N.E.L.)
Het EEG-verdrag heeft in tegenstelling tot andere internationale verdragen een
eigen, autonome rechtsorde gecreëerd. Bij inwerkingtreding van het verdrag is
deze rechtsorde in de rechtsorde van de lidstaten opgenomen, de nationale
rechters moeten hier rekening mee houden.
Het Europees recht vloeit voort uit autonome bron en kan op grond van zijn
bijzondere karakter niet door enige voorschrift van nationaal recht opzij worden
gezet. Het Europees recht heeft dus, onafhankelijk van de nationale rechtsorde,
voorrang op strijdige nationale bepalingen.
De zaak gaat tussen een advocaat, Costa, en een voormalig staatsbedrijf van
Italië dat op het gebied van energievoorziening actief is, E.N.E.L.. Vanwege een
Italiaanse nationalisatiewet wordt een bedrijf waar Costa aandelenbelang in heeft
geïncorporeerd in E.N.E.L.. Costa verzoekt de nationale rechter prejudiciële
vragen te stellen over verenigbaarheid van de nationalisatiewet met een aantal
bepalingen van Europees recht.
De prejudiciële vragen zien op de verenigbaarheid van de nationalisatiewet met
een aantal artikelen van het EEG-verdrag. In reactie hierop stelt de Italiaanse
regering dat de nationalisatiewet boven het Europees recht gaat, de behandeling
van deze stelling is de kern van het arrest. Het HvJ overweegt, in antwoord op de
stelling van Italië, dat met het EEG-verdrag een eigen, autonome rechtsorde is
gecreëerd. De lidstaten hebben namelijk hun soevereiniteit op beperkt terrein
begrensd en hebben daarmee een rechtsstelsel in het leven geroepen dat zowel
bindend is voor hun onderdanen als voor henzelf. Nationale rechters moeten hier
rekening mee houden. Eenzijdige wettelijke voorschriften van de lidstaten
kunnen om deze reden niet boven het Europees recht worden gesteld. Zonder
deze voorrang van het Europees recht zouden bepaling van Europees recht
namelijk betekenisloos zijn, wat in strijd is met het autonome karakter van de
Europese rechtsorde. Wat betreft de vragen van de Italiaans rechter oordeelt het
HvJ dat de nationalisatiewet verenigbaar is met de bepalingen van Europees
recht.
De kern van het arrest ligt echter in de voorrang die het HvJ verbindt aan het
Europese recht. Samen met HvJ Van Gend en Loos, waar het ging om de directe
werking van het Europees recht, heeft het HvJ met dit arrest bepaald dat de EEG
een zekere mate van soevereiniteit heeft. Samenhangend met deze
soevereiniteit is de controversiële stelling dat de Europese rechter de
bevoegdheid heeft om te oordelen over welke gebieden hij bevoegd is. Dit kan
getypeerd worden met het Duitse begrip ‘kompetenz-kompetenz’. In het licht van
deze twee klassieke arrest kan men het moeilijk met deze stelling oneens zijn.
HR 9 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2735, NJ 1998, 853 (Jeffrey) 3:303 en
3:12 lid 2 BW
4