VPK 1 – module 1/2/3
Linde Visscher
575569
,Inhoudsopgave
1 Geneeskunde............................................................................................3
1.1 De normale veroudering.....................................................................3
1.2 De psychische veroudering................................................................6
1.3 De somatische veroudering................................................................9
1.4 Het bewegingsapparaat...................................................................10
1.5 Maagdarmstelsel, verminderde voeding en vocht, ondervoeding en
dehydratie..............................................................................................12
1.6 Urinewegstelsel, uitscheiding (incontinentie & obstipatie) en
nierfunctie..............................................................................................14
1.7 Algemene farmacologie en polyfarmacologie..................................18
1.8 Palliatieve zorg en pijn.....................................................................21
2 Klinisch redeneren..................................................................................23
2.1 Het verzamelen van gegevens.........................................................23
2.2 Diagnosticeren en indiceren deel 1..................................................23
2.3 Diagnosticeren en indiceren deel 2..................................................24
3 Verpleegkundige vaardigheden..............................................................24
3.1 Persoonlijke zorg..............................................................................24
3.2 Voeding en mondverzorging.............................................................24
3.3 Zorg bij de uitscheiding....................................................................24
4 Verpleegkundige zorg.............................................................................24
4.1 Ouderen in de maatschappij............................................................24
4.2 Problemen rondom de uitscheiding..................................................25
, 1 Geneeskunde
1.1 De normale veroudering
Hart:
De pompkracht van de hartspier (myocard) verandert bij ouder worden
door sclerose van het endocard, fibrose van de hartkleppen en verminderd
aantal spiervezels. Weefsel wordt stugger > pompfunctie minder effectief
> kans op trombusvorming > leidt tot beroerte, trombose of embolie.
Vaten:
De systolische (bovendruk) druk zal gedurende een mensenleven hoger
worden, terwijl de diastolische (onderdruk) druk daalt. Boezems moeten
dus harder samentrekken, maar ventrikels kunnen het bloed niet hard
genoeg doorpompen.
Centraal zenuwstelsel:
De reflexen en cognitieve vermogen neemt af bij ouderen. Oorzaak
hiervan is afname dikte myelineschede en hierdoor vermindering van de
kwaliteit van zenuwgeleiding. Ook is er een afname van beschikbare
neurotransmitters, waardoor de transmissiesnelheid en hiermee de
reactiesnelheid afneemt.
Het verlies van neuronen vindt met name subcorticaal plaats, waarbij
de neuronen van het prefrontale gebied in het brein sneller verouderen
dan die in de rest van het brein. Dit betekent achteruitgang van de
executieve functies (‘hogere-ordefuncties’).
Luchtwegen:
Longen van ouderen zijn minder goed in staat zuurstof op te nemen.
Aantal trilharen en natuurlijke slijmvormig neemt af, doordat het
bronchusepitheel geleidelijk atrofieert. De spiermassa voor gebruik van
ademhaling neemt af. Hierdoor bv ook minder goed hoesten en groter
risico op luchtweginfecties.
Uitwisseling van zuurstof en CO2 zal door vermindering van capillairen
rondom de alveoli, minder efficiënt lopen.
Spieren:
De atrofie van spieren die ‘sarcopenie’ heet, is aan de buitenkant van
het lichaam waar te nemen. Ook neemt botdichtheid af naarmate mensen
ouder worden. Botten worden brozer en breken gemakkelijker.
Hoeveelheid calcium die voor de stofwisseling nodig is, wordt