1 Geneeskunde........................................................................................2
1.1 Anatomie en fysiologie van het hart en circulatiesysteem..............2
1.2 Pathologie hart 1: ACS (pathologie, behandeling, complicaties,
med/niet-med)......................................................................................4
1.3 Pathologie hart 2: hartfalen en ritmestoornissen............................7
1.4 Anatomie, fysiologie en pathologie over de glucosehouding........11
1.5 Anatomie en fysiologie van het zenuwstelsel...............................14
1.6 Pathologie zenuwstelsel: cerebrovasculair accident (CVA, beroerte)
............................................................................................................18
1.7 Anatomie, fysiologie en pathologie van het ademhalingsstelsel...20
2 Gezondheidsbevorderaar....................................................................22
2.1 Zelfmanagement van de zorgvrager.............................................22
2.2 Voorlichting geven in de gezondheidszorg....................................23
3 Verpleegkundige vaardigheden...........................................................25
3.1 Stomazorg komt voor in elke cultuur............................................25
3.2 Ken de wond van de zorgvrager....................................................26
3.3 In gesprek met een zorgvrager met dikke benen.........................26
Page 1 of 27
,1 Geneeskunde
1.1 Anatomie en fysiologie van het hart en circulatiesysteem
Benoemen wat de verschillende onderdelen van het hart zijn
Hartkamers: linker- en rechterventrikel
- Links: pompt zuurstofrijk bloed naar het lichaam via de aorta
- Rechts: pompt zuurstofarm bloed naar de longen via de arteria
pulmonalis
Boezems: linker en rechter atrium
- Links: ontvangt zuurstofrijk bloed uit de longen via de venae
pulmonales
- Rechts: ontvangt zuurstofarm bloed uit het lichaam via de vena
cava superior/inferior
Hartkleppen
- Tricuspidalisklep: tussen rechter atrium en rechter ventrikel
- Miralisklep: tussen linker atrium en linker ventrikel
o Atrioventriculaire kleppen
- Aortaklep: tussen linker ventrikel en aorta
- Pulmonalisklep: rechter ventrikel en longslagader
o Halvemaanvormige kleppen
Kransslagaders: coronaire arteriën
= Zorgen voor bloedtoevoer naar de hartspier zelf
Geleidingssysteem van het hart
- Sinoatriale knoop (SA): de natuurlijke pacemaker van het hart,
geeft elektrische pulsen af
- Atrioventriculaire knoop (AV): vertraagt de impuls en stuurt
deze door naar de ventrikels
- Bundel van His en Purkinjevezels: zorgen voor de verspreiding
van de elektrische prikkel over de hartspier
Uitleggen hoe het hart bloed rondpompt en begrijp je welke
mechanismen daarvoor nodig zijn (pompfunctie en hartcyclus
(systole/diastole)
Hartcyclus: systole en diastole
- Systole (= contractiefase): ventrikels treken samen en pompen
bloed naar longen en lichaam > atrioventriculaire kleppen sluiten,
zodat bloed niet terugstroomt > halvemaanvormige kleppen
openen, zodat bloed uit de ventrikels wort gepompt
Page 2 of 27
, - Diastole (= ontspanningsfase): ventrikels ontspannen en vullen
met bloed > atrioventriculaire kleppen openen, bloed kan naar
ventrikels stromen > halvemaanvormige kleppen sluiten,
voorkomen terugstroming bloed
- Cyclus herhaalt 60-100 keer per minuut bij een gezonde volwassene
in rust.
Uitleggen welke factoren het hartminuutvolume bepalen
HMV = hartminuutvolume, ook wel cardiac output
- HMV = hartfrequentie (HF) X slagvolume (SV)
o HF = aantal slagen per minuut
o SV = hoeveelheid bloed die per hartslag uit de linker ventrikel
wordt gepompt
HF wordt beïnvloed door het autonome zenuwstelsel OF hormonen
zoals adrenaline verhogen de HF
SV wordt beïnvloed door:
o Preload: hoeveelheid bloed die de ventrikels vult vóór
contractie
o Contractiliteit: kracht waarmee de hartspier samentrekt, wordt
beïnvloed door calciumgehalte en sympathische activiteit
o Afterload: weerstand waartegen het hart moet pompen, bv
verhoogde bloeddruk
Cardiale plexus = Een zenuwplexus die verantwoordelijk is voor de
automerk zenuwvoorziening van het hart. Bevindt zich rondom de aorta
Page 3 of 27