AFP: Bloedvaten en bloedleegte: ............................................................................... 2
Week 3: Warmtemanagement en temperatuurregulatie: ........................................... 15
Week 5: Positioneren: ............................................................................................ 24
Week 6: Skelet basis- botweefsel en fractuurgenezing: ............................................. 34
Desinfectie huid, slijmvliezen en materialen: ........................................................... 47
Week 7: Wondgenezing, ontsteking en infectie: ........................................................ 53
Perioperatieve proces, stopmomenten en communicatie: ........................................ 58
1
,AFP: Bloedvaten en bloedleegte:
Bloedvatwand:
• Tunica intima.
• Tunica media.
• Tunica adventitia.
Vraag: Zoek een plaatje van de bouw van de bloedvatwand en benoem hierbij de
onderdelen van buiten naar binnen.
Basisbouw:
- Tunica intima: Endotheel (dekweefsel)
- Tunica media: Glad spierweefsel/ elastische vezels
- Tunica adventitia: Bindweefsel
Vraag: Wat zijn de verschillen tussen arteriën, arteriolen, capillairen, venulen en venen?
Misschien is dit bij AFP1 al besproken, herhaal dit dan nog eens.
- Arteriën: grote slagaders
- Arteriolen: kleine slagadertjes kunnen in diameter variëren door glad spierweefsel
(vasoconstrictie en vasodilatatie)
2
, - Capillairen: Haarvaten, hele kleine vaatjes met éénlagige wand (endotheel)
waardoor makkelijk uitwisseling met de omgeving mogelijk is (diffusie/osmose)
- Venulen: kleine aders
- Venen: grote aders
Vraag: Wat wordt verstaan onder de systolische- en de diastolische druk?
Boven en onderdruk
Vraag: Welke krachten spelen een rol in de veneuze terugstroom naar het hart?
- Spierpomp
- Adempomp
- Arterioveneuze koppeling
- Kleppen
- Aanzuigende werking van het hart
Verschil vaatwand arteriën en venen:
Arteriën bevatten een dikkere wand:
- Veel elastische vezels (windketel effect). Windketel effect: Zorgt ervoor dat de wand
elastisch is.
- Glad spierweefsel (vasoconstrictie/vasodilatatie ---> verdeling bloed).
Venen bevatten een dunnere wand:
- Grotere vaatholte (=lumen), dus groter bloedvolume dan arteriën.
- Bevatten kleppen ---> waarom? Je hebt spier pomp nodig om het bloed weer naar
boven te krijgen.
Capillairen bestaan uit een enkele laag endotheelcellen (tunica intima); waarom?
- Om diffusie mogelijk te maken!
3
, Type Arterie Arterie Arteriool capillair venule vena
bloedvat (Elastisc (musculeus)
h)
Functie Opvange Distributie van Distributie van Uitwisseli Terugv Terugv
n van bloed via bloed via ng oeren oeren
druk/win vasodilatatie/va vasodilatatie/va (O2/CO2 van van
dketel soconstrictie soconstrictie en bloed bloed
effect voedings
stoffen/
afvaslstof
fen) met
weefsels
Kenmerk Veel Glad Glad Endothee 2-lagig Groot
en van elastisch spierweefsel spierweefsel 2- l 1-lagig lumen
wand e vezels (dikkere tunica lagig (=vaath
(dikkere media) olte)
tunica (dunner
media) e tunica
media)
Bloeddr Systolisc Systolisch Systolisch100- 20-40 0-20 0-20
uk h 100-120 120
(absoluu 100-120
t mm Hg Diastolisch Diastolisch 70-
of kPa) Diastolis 70-90 90
ch70-90
pO2, pO2: pO2: hoog pO2: hoog - pO2: pO2:
pCO2 Hoog pCO2: laag pCO2: laag laag laag
(mm Hg) pCO2: ph: hoog (meer ph: hoog (meer pCO2: pCO2:
en pH laag basisch) basisch) hoog hoog
4