aansprakelijkheidsrecht Jons
Leereenheid 1: Plaatsbepaling en functies
van het aansprakelijkheidsrecht
Leerdoelen
1. Uitleggen wat de plaats van het aansprakelijkheidsrecht is in het
verbintenissenrecht.
2. Toelichten wat het verschil is tussen contractuele en buitencontractuele
aansprakelijkheid.
3. Beschrijven wat de functies en doelstellingen van het aansprakelijkheidsrecht
zijn.
4. Uitleggen wat wordt bedoeld met de begrippen corrigerende rechtvaardigheid,
distributieve rechtvaardigheid, preventieve werking en genoegdoening.
5. Uitleggen wat wordt bedoeld met schuldaansprakelijkheid, kwalitatieve
aansprakelijkheid en risicoaansprakelijkheid en deze begrippen
onderscheiden.
1. Plaats van het aansprakelijkheidsrecht in het
verbintenissenrecht
Bron: T. Hartlief e.a., Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, Deventer:
Wolters Kluwer 2024, nrs. 1-3, 5
Het aansprakelijkheidsrecht maakt deel uit van het verbintenissenrecht, dat
geregeld is in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Het verbintenissenrecht bevat
regels die betrekking hebben op verbintenissen. Een verbintenis is een
vermogensrechtelijke rechtsverhouding tussen twee of meer personen, waarbij
de ene partij (de schuldenaar) verplicht is tot een prestatie, terwijl de andere
partij (de schuldeiser) gerechtigd is die prestatie te ontvangen.
Verbintenissen kunnen in beginsel slechts voortvloeien uit een overeenkomst of
uit de wet. De belangrijkste grondslagen voor verbintenissen uit de wet zijn:
1. De onrechtmatige daad (titel 6.3 BW),
2. Zaakwaarneming,
3. Onverschuldigde betaling,
4. Ongerechtvaardigde verrijking (titel 6.4 BW).
De verbintenissen uit titel 6.4 BW, ook wel aangeduid als rechtmatige daden,
blijven in deze cursus buiten beschouwing.
Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad leidt tot het ontstaan van een
verbintenis tot schadevergoeding. Deze verbintenis heeft twee kanten:
, Aan de ene kant de rechtsplicht van de veroorzaker of dader om
schadevergoeding te betalen,
En aan de andere kant het subjectieve vermogensrecht van de benadeelde
of het slachtoffer om deze schadevergoeding te ontvangen.
2. Verdere plaatsbepaling van het
aansprakelijkheidsrecht in het rechtssysteem
Bron: T. Hartlief e.a., nrs. 8-12
Het aansprakelijkheidsrecht maakt niet alleen deel uit van het
verbintenissenrecht, maar heeft ook een plaats binnen het bredere
rechtssysteem. Het vervult een corrigerende functie binnen het vermogensrecht,
maar staat daarnaast ook in relatie tot andere rechtsgebieden. Het heeft
raakvlakken met het strafrecht, waar het gaat om normhandhaving en
vergelding, en met het bestuursrecht, waar toezicht en handhaving door de
overheid centraal staan.
3. Contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid
Bron: T. Hartlief e.a., nr. 4
In deze cursus wordt met aansprakelijkheidsrecht het recht bedoeld dat
betrekking heeft op aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Om de
tegenstelling met aansprakelijkheid wegens niet-nakoming van een verbintenis
uit overeenkomst duidelijk te maken, wordt gesproken van buitencontractuele
aansprakelijkheid.
Wanneer iemand een verbintenis uit overeenkomst niet nakomt door een
toerekenbare tekortkoming, spreken we van wanprestatie. Dit kan leiden tot
een vordering tot schadevergoeding. Voor contractuele aansprakelijkheid kent de
wet een eigen regeling in art. 6:74 e.v. BW. Dit onderwerp wordt verder
behandeld in de cursus Overeenkomstenrecht en valt buiten deze cursus.
Soms kan het echter zo zijn dat de gedragingen die tot wanprestatie leiden óók
een onrechtmatige daad opleveren. In dat geval spreken we van samenloop van
rechtsgronden. De vraag is dan welke grondslag voor de vordering geldt. Uit
vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat de benadeelde in een dergelijk
geval mag kiezen. Hij kan zijn vordering baseren op wanprestatie of op
onrechtmatige daad, mits de gedraging ook los van de contractuele verhouding
als een zelfstandige onrechtmatige daad kan worden aangemerkt.
4. Doelen en functies van het aansprakelijkheidsrecht
Bronnen: T. Hartlief e.a., nrs. 6-7; F. Ruitenbeek-Bart, En de veroorzaker dan?
(Dissertatie Rotterdam), Den Haag: Boomjuridisch 2023, par. 2.1.2
Wat kunnen en willen we met het aansprakelijkheidsrecht bereiken? Het is de
vraag of het uitsluitend gaat om het vergoeden van schade na een
normschending, of dat er ook andere doelstellingen zijn. Mogelijke functies en
doelstellingen zijn:
, Vergoeden van schade: herstel van de vermogenspositie van de
benadeelde.
Handhaving van normen: door gedragsbeïnvloeding van (potentiële)
veroorzakers.
Bescherming van emotionele belangen: zoals het bieden van
genoegdoening, het erkennen van leed en het boven tafel krijgen van
de werkelijke toedracht van een gebeurtenis.
De discussie over deze doelstellingen hangt samen met de vraag naar de
rechtvaardiging van aansprakelijkheid. Van oudsher wordt aansprakelijkheid
gerechtvaardigd door corrigerende rechtvaardigheid: het herstellen van de
benadeelde in de oorspronkelijke situatie na een inbreuk. Omdat
schadevergoeding meestal in geld wordt uitgekeerd, betekent dit in de praktijk
een herstel van de vermogenspositie.
Sommigen betogen echter dat het aansprakelijkheidsrecht ook tegemoet zou
moeten komen aan emotionele belangen. Dat vraagt om andere remedies dan
enkel een geldelijke compensatie. Daarnaast is er de vraag of het
aansprakelijkheidsrecht geschikt is als handhavingsinstrument. Dit raakt niet
zozeer aan de legitimiteit, maar wel aan de effectiviteit: is het
aansprakelijkheidsrecht in staat zijn doelstellingen daadwerkelijk te realiseren?
5. Begrippen: schuldaansprakelijkheid, kwalitatieve
aansprakelijkheid en risicoaansprakelijkheid
Bron: T. Hartlief e.a., afdeling 6.3.2; art. 6:162 BW
Schuldaansprakelijkheid:
o Spreken we van wanneer aansprakelijkheid voor andermans schade is
gebaseerd op een verwijtbare gedraging.
o In art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) gaat het om aansprakelijkheid
voor verwijtbaar handelen, maar gedragingen kunnen soms ook zonder
schuld worden toegerekend (art. 6:162 lid 3 BW).
o In art. 6:162 BW zijn dus zowel schuld- als risico-elementen terug te
vinden.
Risicoaansprakelijkheid:
o Ontstaat wanneer aansprakelijkheid gebaseerd is op omstandigheden die
voor risico van de aansprakelijke behoren te komen, ook zonder dat
sprake is van schuld.
Kwalitatieve aansprakelijkheid:
o Ontstaat niet op grond van eigen onrechtmatig handelen, maar uit de
relatie tot de schadeveroorzakende persoon, zaak of dier.
o Voorbeelden: aansprakelijkheid van ouders voor kinderen, werkgevers
voor werknemers, bezitters van dieren of zaken.
o Berust meestal niet op verwijtbaarheid, maar op een risico dat de
wetgever bewust bij de aansprakelijke partij neerlegt.
, o Hoewel kwalitatieve aansprakelijkheid vaak richting
risicoaansprakelijkheid neigt, bevat zij in de praktijk ook elementen van
schuldaansprakelijkheid.
Kerninzicht: in vrijwel elke aansprakelijkheidsregel zijn zowel schuld- als risico-
elementen aanwezig. Er is dus geen scherp onderscheid te maken; het zijn
eerder overlappende categorieën.
Leereenheid 2: Aansprakelijkheid voor eigen
gedrag
Studieboek:
o T. Hartlief e.a., Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding,
Deventer: Wolters Kluwer 2024, nrs. 13-54, 58-65, 67-77.
Aanvullende literatuur:
o G.E. van Maanen, Lindenbaum/Cohen, Ars Aequi 2009/11, p. 778-
780.
Jurisprudentie
1. HR 10 juni 1910, W. 9038 (Zutphense juffrouw), nr. 21 Hartlief e.a.
2024.
2. HR 31 januari 1919, NJ 1919/161 (Lindenbaum/Cohen), nr. 22
Hartlief e.a. 2024.
3. HR 5 november 1965, NJ 1966/136 (Kelderluik).
4. HR 22 november 1974, NJ 1975/149 (Struikelende broodbezorger),
nr. 19 Hartlief e.a. 2024.
5. HR 16 februari 1973, NJ 1973/463 (Maas/Willems), nr. 36 Hartlief
e.a. 2024.
6. HR 11 november 1983, NJ 1984/331 (Meppelse Ree), nr. 69 Hartlief
e.a. 2024.
7. HR 19 oktober 1990, NJ 1992/621 (Tennisbal).
8. HR 28 juni 1991, NJ 1992/622 (Natraparrest).
9. HR 22 april 1994, NJ 1994/624 (Taxus), nrs. 38-39 Hartlief e.a.
2024.
10. HR 9 december 1994, NJ 1996/403 (Zwiepende tak), nrs. 23-32
Hartlief e.a. 2024.
11. HR 6 oktober 1995, NJ 1998/190 (Disloquerende turnster).
12. HR 12 mei 2000, NJ 2001/300 (Jansen-Jansen).
13. HR 2 maart 2001, NJ 2001/649 (Medisch Protocol
Leeuwarden/Trombose).
14. HR 7 mei 2004, NJ 2006/281 (Duwbak Linda), nrs. 58-65 Hartlief
e.a. 2024.
15. HR 28 mei 2004, NJ 2005/105 (Jetblast).
16. HR 13 april 2007, NJ 2008/576 (Iraanse vluchtelinge), nr. 59
Hartlief e.a. 2024.
Leerdoelen