Leerdoelen:
- Hoe werkt de fysiologie van de bloedsuikerspiegel regulatie?
o Wat doet het in de zwangerschap?
- Wat verandert er in de zwangerschap regulatie van de bloedsuikerspiegel bij diabetes?
o Type 1 en 2
- Wat is de invloed van diabetes op de zwangerschap en andersom?
- Hoe ontwikkeld diabetes Gravidarium zich en wat is het verschil met diabetes Mellitus?
- Wat is het zorgpad en beleid bij diabetes?
o Type 1
o Type 2
o Gravidarium
- Invloeden van leefstijlfactoren op de bloedsuikerregulatie op het ecologisch model?
Wat is de fysiologie van de glucoseregulatie?
Glucose krijgt het lichaam binnen via het eten van koolhydraten (suikers
en zetmeel). Dit wordt verteerd, en in de darm opgenomen in het bloed.
Hypoglykemie ➔ te lage glucosespiegel
Hyperglycemie ➔ te hoge glucosespiegel
Pancreas ➔ alvleesklier
Heeft 2 functies:
- Exocrien ➔ productie pancreassap voor
de vertering
- Endocrien ➔ productie hormonen
glucagon, insuline en somatostatine
Eilandjes van Langerhans ➔ cellen van de
endocriene pancreas, vormen 1% van alle
pancreascellen.
* Alfa cellen ➔ produceren glucagon, glucagon
verhoogd glucosespiegel
* Bèta cellen ➔ produceren insuline, insuline
verlaagt glucosespiegel
* Delta cellen ➔ produceren somatostatine,
bewaart balans
Als de bloedglucose te hoog wordt (na het
eten) gaan de Bèta cellen insuline produceren.
Er is een overvloed aan glucose, het lichaam
gaat over op anabolisme (bouw, groei,
opslag).
- Glucose wordt opgenomen in de cellen
- Glucose wordt verbruikt om ATP te maken
- Glucose wordt omgezet naar glycogeen in de lever en skeletspieren
(glycogenese)
- Glucose bevordert de opnamen van aminozuren in de cellen
- Glucose bevordert aanmaak en opslag van vetzuren
- Glucose remt het gebruik van voorraden
- Glucose voorkomt afbraak van eiwitten en vetten wordt voorkomen
, Als de bloedglucose te laag wordt gaan de Alfa cellen glucagon
produceren.
Er is een schaarste aan glucose, het lichaam gaat over op katabolisme
(voorraden afbreken).
- Glucagon stimuleert het gebruik van de glycogeen voorraad in lever
en spieren (glycogenolyse)
- Glucagon stimuleert de aanmaak van glucose in de lever
(gluconeogenese)
- Glucagon stimuleert de afbraak van vetzuren
Somatostatine kan zowel insuline als glucagon remmen.
Wat is Diabetes Mellitus type I?
Pathofysiologie
De witte bloedcellen (T-cellen), vallen de Bètacellen aan. Waarschijnlijk
door een combinatie van genetische aanleg en omgevingsfactoren, valt de
T-cel de Bètacel aan (auto-immuunziekte). Hierdoor kan er geen insuline
meer aangemaakt worden. Door een tekort aan insuline ontstaat er een
hyperglykemie. Wat zorgt voor polydipsie (dorst), polyurie (plassen),
glucosurie (glucose in urine), afvallen en polyfagie (eten).
De cellen krijgen geen glucose meer en gaan dus andere cellen
verbranden om aan hun energie te komen (eiwitten en vetten), hierdoor
val je af. De nieren kunnen deze grote hoeveelheid glucose niet aan,
waardoor er glucose in de urine komt.
Glucose is een osmotische stof, waardoor er ook veel water bij de
urine komt.
Bij de verbranding van vetten ontstaan ketonen (zuur), bij een langdurige
verbranding van vetten kan het bloed te zuur worden (diabetische
ketoacidose).
Incidentie
In 2019 waren er in de Nederlandse huisartsenpraktijken ongeveer 110.000 mensen
bekend met diabetes type I. Ongeveer 10% van alle diabetespatiënten hebben DM
type I.
Risicofactoren
- Erfelijkheid
Dit speelt een kleine rol bij diabetes type 1. Van de 100 kinderen die
een ouder hebben met diabetes type 1, krijgen ongeveer 3 kinderen
het zelf ook.
- Voeding
Dit heeft misschien ook te maken met het ontstaan van diabetes
type 1. Bijvoorbeeld vanwege de darmen. Deze hebben veel invloed
op het afweersysteem. En bij kinderen met aanleg voor diabetes
type 1, kunnen gluten soms de ziekte uitlokken.
- Darmen
Doordat we tegenwoordig anders eten dan vroeger, zijn onze
darmen binnenin veranderd. Dit heeft invloed op ons
afweersysteem.