Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Blok 8 | Public Health & Diabetes | Hogeschool Zuyd | 2025/26

Rating
-
Sold
-
Pages
51
Uploaded on
04-05-2026
Written in
2024/2025

Deze samenvatting is alle stof voor de bloktoets van blok 8 op EBM na

Institution
Course

Content preview

Samenvatting blok 8
Public health
De hygiënische omstandigheden waren bij een
groot deel van de Nederlandse bevolking niet
goed. Werklozen, weduwen, invaliden en
ouderen werden aan hun lot overgelaten en
waren afhankelijk van anderen.
 Vanaf 1801 is volksgezondheid opgenomen
in de grondwet. Nog steeds was er weinig
sprake van invloed vanuit de overheid.
 Tussen 1854 en 1865 werden er
verschillende wetten ingevoerd over de
beroepsuitoefening van artsen en apothekers, in de hoop een einde te maken aan de
epidemieën en kwakzalverij.
 Tijdens de jaren 30 tot in de jaren 60 bleef de zorg voor zieken en armen een zaak van
particuliere organisaties. Met de invoering van de Gezondheidswet (1956), de Ziekenfondswet
(1964) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (1967) kwam de overheidsbemoeienis
met de volksgezondheid op gang.
 In 1965 werd de algemene bijstandswet ingevoerd en in 1971 werd er een nieuw ministerie
van volksgezondheid en milieuhygiëne gevormd.
 Het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport zet zich in voor de gezondheid en
kwaliteit van leven van alle Nederlanders door te werken aan goede, betaalbare, duurzame
zorg en ondersteuning.


Glucoseregulatie en diabetes
Glucose is de stof die we binnenkrijgen wanneer we koolhydraten eten. Koolhydraten zitten in
o.a. aardappelen, brood, pasta, peulvruchten, groenten en fruit.
In de dunne darm wordt het verteerd en wordt glucose opgenomen in het bloed. De
glucosespiegel is iets wat de gehele dag in balans gehouden moet worden om een
hyperglycemie en hypoglycemie te voorkomen. Deze balans noemen we homeostase. De
regeling van de glucosespiegel gebeurt vanuit de alvleesklier (pancreas).

De pancreas heeft 2 functies; de exocriene functie, waarbij pancreassap wordt gemaakt.
De endocriene functie is de hormonale functie waarbij de pancreas insuline, glucagon en
somatostatine maakt, hiermee wordt de glucosespiegel gereguleerd. Dit vindt plaats in de
eilandjes van Langerhans.
De eilandjes van Langerhans liggen tussen alle exocriene cellen in. Hier zitten alfa-cellen in,
deze maken glucagon aan. Bètacellen, deze maken insuline aan. Delta-cellen maken
somatostatine aan.
Daarnaast zien we in de eilandjes van Langerhans bloedvaatjes zitten om de hormonen aan-
en af te voeren en zenuwuiteinden van het sympathisch en parasympatisch zenuwstelsel om
dit alles aan te sturen.

- Insuline
Net na het eten krijg je een hoge glucosespiegel, de
bètacellen maken dan insuline aan. Insuline speelt
vooral een rol wanneer het lichaam overgaat op
groeien en opslag, ook wel anabolisme. Insuline
zorgt ervoor dat de glucosepsiegel in het bloed daalt
door:
- Ervoor te zorgen dat glucose wordt opgenomen in
de cellen en dat het wordt verbruikt om ATP aan te
maken;
- Ervoor te zorgen dat glucose wordt omgezet naar glycogeen, de opslagvorm van glucose. Dit

,gebeurt in de lever en skeletspieren en heet glycogenese;
- Het stimuleren van de opname van aminozuren uit eiwitten in de cellen;
- Het bevorderen van de aanmaak van vetzuren en de opslag van vet;
- Het remmen van het verbruik van voorraden doordat er geen glycogeen meer in glucose
wordt omgezet en de afbraak van eiwitten en vetten wordt voorkomen.


- Glucagon
Het tegenovergestelde van insuline, zorgt dat de glucosespiegel stijgt. Wanneer de
glucosespiegel te laag is, gaan de alfacellen glucagon aanmaken en afgeven. De
glucosespiegel daalt tijdens een periode van ongeveer 2 à 3 uur niets eten. De glucose die uit
het eten opgenomen is, is verbruikt voor verbranding en voor het aanleggen van voorraden,
hierdoor zit het niet meer in het bloed. Wanneer er op dit moment niet gegeten wordt, worden
de voorraden afgebroken, dit heet katabolisme. Glycagon zorgt ervoor dat de glucosespiegel
stijgt door:
- Het verbruiken van het glycogeen uit de lever en spieren om er weer losse glucose van te
maken (glycogenolyse);
- Het aanmaken van nieuwe glucose in de lever (gluconeogenese);
- Het afbreken van vetten naar vetzuren, deze zijn nodig om de cellen te beschermen en om
ogen, hersenen en spieren goed te laten functioneren.

Stappenplan van het glucosemetabolisme:
Eten  glucosespiegel stijgt  darmen nemen glucose op en via de lever komt het in het
bloed terecht  insuline zorgt ervoor dat die glucose wordt verbruikt en wordt opgeslagen 
glucosespiegel daalt  na een tijdje wordt glucagon afgegeven  glucosespiegel wordt op
peil gehouden.

Aan het einde van de nacht is de glycogeenvoorraad bijna op. In periodes van lang vasten,
maakt de lever nieuw glucose aan om deze tekorten aan te vullen. Dit gebeurt vooral voor het
ontbijt.

Diabetes mellitus type 1
10% van alle mensen met diabetes hebben type 1. Presenteert zich meestal op een leeftijd
tussen 0 en 35 jaar oud. Het is een auto-immuunziekte waarbij de T-cellen de bètacellen in de
pancreas aanvallen. Hierdoor kan er geen insuline meer aangemaakt worden.
Omdat insuline er normaal gezien voor zorgt dat glucose vanuit het bloed naar de cellen gaat,
blijft er hierdoor te veel glucose in het bloed achter (hyperglycemie) en krijgen de cellen te
weinig glucose.
Bij diabetes type 1 wordt er als behandeling insuline toegediend zodat deze alsnog naar de
cellen kan.

In het eerste trimester vaak een lagere insulinebehoefte, in het tweede en derde trimester
meer. Na de bevalling terug naar normaal. Wellicht door een verlaging van de activiteit van
het immuunsysteem.
Behandeling: 3 soorten insuline ter behandeling van diabetes:
- Kortwerkende insulines.
Deze werken binnen 30 tot 60 min en werken ongeveer 2 tot 4 uur. Na 8 uur zijn ze
uitgewerkt. Voorbeelden hiervan zijn de novorapid, apidra en humalog.
- Middellang tot lang werkende insulines.
Deze werken na 1 tot 2 uur, houden 4 tot 12 uur aan en zijn na 16 tot 35 uur uitgewerkt.
Voorbeelden hiervan zijn insuline glargine en insuline isofaan.
- Biofasische insulines
Dit is een mengsel van kort- en langwerkende insulines.
Voorbeelden hiervan zijn de novomix en de humalogmix.
Beleid tijdens de zwangerschap: voorafgaand aan het zwanger worden, wordt
geadviseerd om in gesprek te gaan met een internist en de diabetesverpleegkundige over de
medicatie/leefstijl etc.
Tijdens de zwangerschap vaak andere hoeveelheden insuline nodig.
Indicatie voor type-1 GUO omdat de kans op structurele afwijkingen verhoogd is. Foliumzuur
advies!

,De kans op foetale en perinatale sterfte is vanaf de 39 e week verhoogd, er wordt vaak een
inleiding geïndiceerd met 38-39 weken. Tijdens de bevalling dienen de glucosewaarden goed
in de gaten gehouden te worden en zo nodig in balans te worden gehouden met een
infuuspomp. Er wordt gestreefd naar glucosewaarden tussen de 4 en de 8.
Na de bevalling kan de insulinedosis direct terug aangepast worden naar de hoeveelheid van
voor de zwangerschap.
Complicaties: macrosomie, schouderdystocie, hyperbilirubinemie, ademhalingsproblemen,
asfyxie.
Bij een niet-gecontroleerde diabetes is er een verhoogd risico op structurele afwijkingen.
Kind heeft op latere leeftijd een grotere kans op diabetes wanneer moeder diabetes heeft en
wanneer het kind macrosoom was.
Neonatale hypoglycemie door de stop van transplacentaire glucoseaanvoer. De neonaat is zelf
niet in staat om de glucosewaarde op peil te houden. Afhankelijk van het gewicht van de baby
ten opzichte van de zwangerschapsduur wordt er bepaald of er 24uurs suikercontrole nodig is.
Indien er sprake is van insulinegebruik, blijft de neonaat sowieso opgenomen om de
glucosewaarden in de gaten te houden. Wanneer er geen symptomen van hypolycemie zijn
kan de ondergrens van 2,0 aangehouden worden. Indien er sprake is van symptomen wordt
2,6 aangehouden als ondergrens.

Diabetes mellitus type 2
90% van de mensen met diabetes heeft deze vorm. Presenteert zich vaak op latere leeftijd.
Komt echter steeds jonger voor omdat obesitas ook steeds jonger voorkomt. De oorzaak
hiervan is vaak een combinatie van leefstijl, weinig beweging, obesitas, dieet en genetische
aanleg.

Er wordt nog wel insuline aangemaakt in de bètacellen, maar de lichaamscellen reageren hier
niet op. Omdat de weefsels insulineresistent worden, moeten de bètacellen steeds meer
insuline produceren om de glucosespiegel op peil te houden. Hierdoor ontstaat er
hyperinsulinemie: een overschot aan insuline.
De bètacellen houden dit niet lang vol waardoor ze op een gegeven moment uitvallen. Als
gevolg daarvan neemt de glucosespiegel in het bloed weer toe en spreken we van een
hyperglycemie.
Het kan voorkomen dat de bètacellen het niet meer aankunnen en volledig uitvallen waardoor
je insulineafhankelijk wordt en er toch insuline toegediend moet worden.

Door de insulineresistentie krijgen de lichaamscellen niet genoeg glucose. Het overschot aan
glucose in het bloed en het tekort in de cellen zorgt voor de typische kenmerken van
diabetes:
- Polydipsie, veel dorst. Bij extreem hoge glucosewaardes gaan de nieren grote hoeveelheden
vocht uitscheiden waardoor je uit kunt drogen.
- Polyurie, veel plassen. Doordat er veel glucose in de urine zit en hier ook meer water
naartoe getrokken wordt, ga je meer plassen.
- Glucosurie, omdat er te veel glucose in het bloed zit, kunnen de nieren dit niet meer aan
waardoor er glucose in de urine terechtkomt. Glucose is osmotisch dus trekt water aan
- Polyfagie, omdat de cellen aangeven dat ze een tekort aan glucose hebben, krijg je honger.

Behandeling: Diabetes type 2 kan verminderen of helemaal verdwijnen wanneer er op tijd
ingegrepen wordt met leefstijl aanpassingen; gezonde voeding, beweging, voldoende rust.
Zoetigheden zoals sap, snoep, frisdrank en koek worden afgeraden omdat ze voor flinke
schommelingen in het glucosegehalte kunnen zorgen.

Complicaties: Wanneer het uit de hand loopt, kan het hyperosmolair hyperglycemisch
syndroom ontstaan, ook wel HHS.
Ontstaat bij een erg hoge glucosespiegel in het bloed. De persoon droogt uit en heeft geen
ketonen meer, deze zorgen voor energie. Kan voorkomen wanneer:
- Iemand diabetes type 1 heeft maar het nog niet weet;
- Iemand vergeet insuline toe te dienen;
- Bij insuline die niet meer goed is, over de datum of oververhit;
- Bij ziekte of koorts.
Er wordt intraveneus glucagon toegediend om dit te verhelpen.

, Er kan ook een diabetische keto acidose ontstaan, ook wel DKA.
Er is sprake van een absoluut tekort aan insuline. Dit veroorzaakt door een hyperglycemie en
toenemende ketonenvorming. Het bloed raakt verzuurt door de ketonen. Een opstapeling van
deze ketonen zorgen voor een metabole acidose met een verhoogd amnion gap. Het lichaam
gaat er alles aan doen om de ketonen kwijt te raken door o.a. de ketonen uit te scheiden via
de urine (ketonurie) en via de longen door CO2 uit te ademen.
Ketonen hebben ook een schadelijk effect op de hartfunctie en leidt tot
bewustzijnsstoornissen en insulineresistentie. Kan voorkomen wanneer:
- Er sprake is van een onontdekte diabetes type 1;
- Onderbroken insulinetoediening;
- Infecties of ontstekingen
- Cardiovasculaire aandoeningen;
- Medicatie zoals corticosteroïden, antipsychotica;
- Ziekte of andere situaties waarin het lichaam extra insuline nodig heeft.
Kenmerken hiervan zijn o.a. braken, buikpijn, tachycardie, dehydratatie, hypotensie,
verwardheid en coma.
Mensen met DKA ruiken apart doordat ketonen afgebroken worden naar aceton wat een
typische zoete geur geeft.
Beleid tijdens de zwangerschap: Voordat een vrouw met diabetes zwanger wil worden,
wordt geadviseerd om in gesprek te gaan met een internist en diabetesverpleegkundige.
De kans op structurele afwijkingen is groter dus indicatie voor type-1 GUO. Foliumzuur advies!
De kans op foetale en perinatale sterfte is verhoogd vanaf de 39 e week verhoogd. Mogelijk
inleiden met 38-39 weken.
Tijdens de bevalling dienen de glucosewaarden goed in de gaten gehouden te worden.
Vrouwen met DM-2 die tijdens de zwangerschap zijn gestart met insuline, mogen na de
bevalling stoppen met insuline en terug naar hun orale medicatie/dieet van voor de
zwangerschap.
Complicaties: macrosomie, schouderdystocie, hyperbilirubinemie, ademhalingsproblemen,
asfyxie.
Bij een niet-gecontroleerde diabetes is er een verhoogd risico op structurele afwijkingen.
Kind heeft op latere leeftijd een grotere kans op diabetes wanneer moeder diabetes heeft en
wanneer het kind macrosoom was.
Neonatale hypoglycemie door de stop van transplacentaire glucoseaanvoer. De neonaat is zelf
niet in staat om de glucosewaarde op peil te houden. Afhankelijk van het gewicht van de baby
ten opzichte van de zwangerschapsduur wordt er bepaald of er 24uurs suikercontrole nodig is.
Indien er sprake is van insulinegebruik, blijft de neonaat sowieso opgenomen om de
glucosewaarden in de gaten te houden. Wanneer er geen symptomen van hypolycemie zijn
kan de ondergrens van 2,0 aangehouden worden. Indien er sprake is van symptomen wordt
2,6 aangehouden als ondergrens.

Diabetes gravidarum (GDM)
We spreken van diabetes gravidarum bij iedere vorm van hyperglycemie die tijdens de
zwangerschap ontdekt wordt. Hieronder valt pre-existente diabetes mellitus maar ook
hyperglycemie die tijdens de zwangerschap ontstaat.
Tijdens de zwangerschap is er een verhoogde insulinebehoefte door een verandering in de
hormoonbalans. Wanneer de pancreas deze verhoogde aanvraag niet meer aankan, wordt de
glucosespiegel te hoog.
Diagnostiek: de diagnose wordt gesteld op basis van een OGTT in het 2 e trimester bij 24-28
weken. Er wordt eerst nuchter geprikt, dan wordt een suikerdrankje gedronken en na 2 uur
wordt opnieuw geprikt. Bij 1 afwijkende waarde spreken we van diabetes gravidarum.
Bij vrouwen met GDM in de anamnese wordt geadviseerd om met 16 weken een OGTT te
doen. Indien deze normaal is, wordt deze herhaald in het 2 e trimester.
Risicofactoren: GDM i.a., BMI boven de 30 bij eerste controle, eerder kind met een
geboortegewicht boven de p95 of boven de 4500g, eerstegraads familielid met DM, Zuid-
Aziatische, Hindoestaanse, Afro-Caribische, Midden-Oosten, Marokkaanse en Egyptische
vrouwen (genetisch, dieet, leefstijl, prevalentie in die gebieden). Onverklaarde IUVD i.a. en bij
PCOS.
Behandeling: De behandeling van DG begint in de regel met een dieetadvies op geleide van
dagcurves. Wanneer dit dieet binnen 2 weken niet leidt tot verbetering van de

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 4, 2026
Number of pages
51
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$12.02
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
levischolten

Get to know the seller

Seller avatar
levischolten Hogeschool Zuyd
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
33
Last sold
1 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions