Rationales & Antwoorden
Deze uitgebreide samenvatting voor de module GEN (Algemene Verpleegkunde) is
opgezet in de vorm van 50 representatieve oefenvragen. De vragen dekken alle
kerngebieden: ABCDE-methodiek, infectiepreventie, farmacologie (antidoten &
bijwerkingen), anatomie, wondzorg (TIME/WCS), en wetgeving (BIG/WGBO). Elk
antwoord is gemarkeerd in bold italic en wordt ondersteund door een heldere klinische
rationale om het klinisch redeneren te versterken. Ideaal als laatste check voor je
tentamen of als voorbereiding op je stage.
1. Wat is de eerste stap in de ABCDE-methodiek bij een acuut zieke patiënt?
o A. Controleren van de bloedsomloop (Circulation)
o B. Beoordelen van het bewustzijn (Disability)
o C. Vrijmaken en veiligstellen van de luchtweg (Airway)
o Rationale: De Airway is altijd de eerste prioriteit; zonder vrije luchtweg is
zuurstofvoorziening onmogelijk.
2. Een volwassen patiënt heeft een ademfrequentie van 8 per minuut. Hoe wordt dit
medisch genoemd?
o A. Tachypneu
o B. Bradypneu
o Rationale: Een normale ademhaling ligt tussen 12-20. Minder dan 12 wordt bradypneu
genoemd.
3. Welke polsslaglocatie is het meest geschikt voor het beoordelen van de circulatie
tijdens een reanimatie bij een volwassene?
o A. Arteria radialis
o B. Arteria carotis
,o Rationale: De halsslagader is het langst voelbaar bij een lage bloeddruk en is makkelijk
bereikbaar.
4. Een patiënt heeft een systolische bloeddruk van 85 mmHg. Wat is de eerste
verpleegkundige actie?
o A. De patiënt plat neerleggen met de benen omhoog (Trendelenburg)
o B. Een beker water geven
o Rationale: Dit bevordert de veneuze terugvloei naar het hart en de hersenen bij
hypotensie.
5. Wat duidt op een 'positieve turgor' van de huid?
o A. Oedeem in de enkels
o B. Een huidplooi die blijft staan na het loslaten (dehydratie)
o Rationale: Dit wijst op een tekort aan interstitieel vocht, vaak door uitdroging.
Sectie 2: Infectiepreventie & Hygiëne
6. Bij welke bacterie is handenwassen met water en zeep verplicht boven handalcohol?
o A. MRSA
o B. Clostridium difficile
o Rationale: Handalcohol doodt de sporen van Clostridium niet; zeep verwijdert ze
mechanisch.
7. Wat is de belangrijkste maatregel om kruisinfecties in het ziekenhuis te voorkomen?
o A. Consequente handhygiëne
o B. Het dragen van handschoenen bij elk contact
o Rationale: Handhygiëne is de meest effectieve manier om transmissie van micro-
organismen te stoppen.
8. Welke persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zijn minimaal vereist bij
druppelisolatie?
o A. Chirurgenmasker
o B. FFP2-masker
o Rationale: Druppels zijn zwaarder en verplaatsen zich minder ver dan aerosolen, een
chirurgenmasker volstaat.
9. Wat is de volgorde voor het aantrekken van PBM?
o A. Schort, masker, bril, handschoenen
o B. Handschoenen, schort, bril, masker
o Rationale: Handschoenen gaan als laatste over de manchetten van het schort heen.
10. Hoe lang moet je minimaal je handen wassen met water en zeep voor een effectief
resultaat?
o A. 5 seconden
o B. 20 tot 30 seconden
o Rationale: Deze tijd is nodig om alle oppervlakken van de hand mechanisch te reinigen.
, Sectie 3: Farmacologie & Medicatieveiligheid
11. Wat moet de verpleegkundige controleren vóór het toedienen van Digoxine?
o A. De hartslag (moet meestal >60 slagen per minuut zijn)
o B. De temperatuur
o Rationale: Digoxine vertraagt de hartslag; bij bradycardie kan toediening gevaarlijk zijn.
12. Welk medicijn is de 'antidoot' voor een overdosering van morfine?
o A. Vitamine K
o B. Naloxon
o Rationale: Naloxon blokkeert de opiatereceptoren en heft ademdepressie direct op.
13. Wat is een veelvoorkomende bijwerking van NSAID's (zoals Ibuprofen)?
o A. Maagklachten of maagbloedingen
o B. Verhoogde alertheid
o Rationale: NSAID's remmen prostaglandinen die de maagwand beschermen.
14. Waar wijst een "smalle therapeutische breedte" van een medicijn op?
o A. De dosis waarbij het werkt ligt dicht bij de dosis die giftig is
o B. Het medicijn werkt maar heel kort
o Rationale: Bij deze medicijnen (zoals Lithium) is regelmatige bloedcontrole
noodzakelijk.
15. Een patiënt krijgt Furosemide (Lasix). Welk elektrolyt moet extra gecontroleerd worden?
o A. Kalium
o B. Calcium
o Rationale: Lisdiuretica veroorzaken verlies van kalium via de urine, wat
ritmestoornissen kan geven.
Sectie 4: Anatomie, Fysiologie & Pathologie
16. In welk deel van het hart begint de grote bloedsomloop?
o A. Rechter ventrikel
o B. Linker ventrikel
o Rationale: De linker kamer pompt zuurstofrijk bloed via de aorta het lichaam in.
17. Wat is de functie van insuline in het lichaam?
o A. Het verlagen van de bloedglucose door opname in de cellen te stimuleren
o B. Het afbreken van vetten
o Rationale: Insuline fungeert als de 'sleutel' die de cellen opent voor suiker.
18. Welke term beschrijft een ontsteking van de blaas?
o A. Nefritis
o B. Cystitis
o Rationale: 'Cyst' verwijst naar de blaas; -itis betekent ontsteking.
19. Wat is de hoofdoorzaak van COPD?
o A. Bacteriële infectie
o B. Roken