LITERATUUR – DE COMPLEXE EN
DIVERSE PEDAGOGISCHE
PRAKTIJK DEEL 2
Inhoudsopgave
Urie Bronfenbrenner’s Bioecological Theory................................2
Uses and Misuses of Bronfenbrenner’s Bioecological Theory........5
Attachment theory and affect regulation.....................................6
Modeling the hierarchical structure of attachement
representations.........................................................................9
Vergroot de sense of belonging..................................................9
Fostering Teacher-Student Relationship-Building Competence. . .10
Using relationship-focused reflection to improve teacher-child
relationships and teachers' student-specific self-efficacy...........10
The challenges of beginning teachers in urban primary schools..10
Places of inequality, places of possibility..................................10
, URIE BRONFENBRENNER’S BIOECOLOGICAL THEORY
Bronfenbrenner werd geïntroduceerd tot de ecologie toen hij op 6-jarige
leeftijd verhuisde naar Amerika en daar met zijn vader op wandelingen
planten en dieren onderzochten op aanpassingen aan de omgeving.
Ecologisch denken: patronen van gedrag kan worden verklaard door de
interactie van individuele en omgevingsaspecten.
3 fases in de ontwikkeling van de theorie:
1. Jaren 60 en 70: ecologie van menselijke ontwikkeling
o 1961: Besluitvormingsprocessen worden beinvloed door
karakteristieken en door de bredere context
o 1970: eerste monografie
Ecologie van menselijke ontwikkeling: omvat de
wetenschappelijke studie van de progressieve,
wederzijdse aanpassing tussen een actief, groeiend
mens en de veranderende eigenschappen van de directe
omgevingen waarin de zich ontwikkelende persoon leeft,
aangezien dit proces wordt beïnvloed door de relaties
tussen deze omgevingen en door de grotere contexten
waarin de omgevingen zijn ingebed.
Verschillende systemen van context: microsysteem
macrosysteem.
Deze systemen kunnen niet los van elkaar gezien
worden.
Fenomenologische kenmerken zijn net zo
belangrijk of zelfs belangrijker dan objectieve
kenmerken.
Menselijke ontwikkeling is synergetisch: factoren werken
samen om invloed uit te oefenen.
2. 1983 – 1993: ecologische systeem theorie
o Meer aandacht voor:
Verschillende ontwikkelingsstimulerende kenmerken van
personen
Persoonlijke stimulanskwaliteiten: zorgen voor
onmiddelijke reactie
Ontwikkelingsstructurerende persoonlijke
eigenschappen: weerspiegelen actieve, selectieve,
structurerende oriëntatie op de omgeving en/of de
neiging hebben reacties uit de omgeving uit te
lokken
DIVERSE PEDAGOGISCHE
PRAKTIJK DEEL 2
Inhoudsopgave
Urie Bronfenbrenner’s Bioecological Theory................................2
Uses and Misuses of Bronfenbrenner’s Bioecological Theory........5
Attachment theory and affect regulation.....................................6
Modeling the hierarchical structure of attachement
representations.........................................................................9
Vergroot de sense of belonging..................................................9
Fostering Teacher-Student Relationship-Building Competence. . .10
Using relationship-focused reflection to improve teacher-child
relationships and teachers' student-specific self-efficacy...........10
The challenges of beginning teachers in urban primary schools..10
Places of inequality, places of possibility..................................10
, URIE BRONFENBRENNER’S BIOECOLOGICAL THEORY
Bronfenbrenner werd geïntroduceerd tot de ecologie toen hij op 6-jarige
leeftijd verhuisde naar Amerika en daar met zijn vader op wandelingen
planten en dieren onderzochten op aanpassingen aan de omgeving.
Ecologisch denken: patronen van gedrag kan worden verklaard door de
interactie van individuele en omgevingsaspecten.
3 fases in de ontwikkeling van de theorie:
1. Jaren 60 en 70: ecologie van menselijke ontwikkeling
o 1961: Besluitvormingsprocessen worden beinvloed door
karakteristieken en door de bredere context
o 1970: eerste monografie
Ecologie van menselijke ontwikkeling: omvat de
wetenschappelijke studie van de progressieve,
wederzijdse aanpassing tussen een actief, groeiend
mens en de veranderende eigenschappen van de directe
omgevingen waarin de zich ontwikkelende persoon leeft,
aangezien dit proces wordt beïnvloed door de relaties
tussen deze omgevingen en door de grotere contexten
waarin de omgevingen zijn ingebed.
Verschillende systemen van context: microsysteem
macrosysteem.
Deze systemen kunnen niet los van elkaar gezien
worden.
Fenomenologische kenmerken zijn net zo
belangrijk of zelfs belangrijker dan objectieve
kenmerken.
Menselijke ontwikkeling is synergetisch: factoren werken
samen om invloed uit te oefenen.
2. 1983 – 1993: ecologische systeem theorie
o Meer aandacht voor:
Verschillende ontwikkelingsstimulerende kenmerken van
personen
Persoonlijke stimulanskwaliteiten: zorgen voor
onmiddelijke reactie
Ontwikkelingsstructurerende persoonlijke
eigenschappen: weerspiegelen actieve, selectieve,
structurerende oriëntatie op de omgeving en/of de
neiging hebben reacties uit de omgeving uit te
lokken