Wicked problems = problemen waar geen oplossing voor is, je kan het alleen beter of
slechter maken.
Teamwerk nodig
Belangrijk om concreet te beschrijven wat je wilt bereiken, want iedereen zit dingen anders.
Vergt veel tijd en communicatie.
Interdisciplinariteit: Multidisciplinariteit=
combineren, maar je blijft
vooral in je eigen
discipline.
Interdisciplinariteit =
integratie van disciplines.
Kan wijd en breed en er
kunnen ook nieuwe
disciplines uitkomen. Is
meer een middel dan
een doel
Transdisciplinariteit = ook
andere academische
perspectieven worden
geïntegreerd. Dus als
Bijvoorbeeld: het verband tussen alcohol en agressie. Per vraag die je stelt heb je een ander
discipline nodig. Denk aan pedagogiek, psychologie, sociologie of geneticus.
Bronfenbrenner’s (Bio-)Ecologische Model = niet alleen naar het individu
kijken, maar ook naar de volledige omgeving.
Microsysteem = het systeem waar het
kind in opgroeit.
Mesosysteem = de band met familie,
vrienden, klas, etc.
Exosysteem = omgevingen waar het
individu niet direct in participeert.
BIJV: werk ouders
Macrosysteem = structurele factoren,
niveau van de samenleving, beleid,
wetgeving, economische factoren.
Chronosysteem = tijd -> levensloop
en historische context. BIJV: opkomst
* sociale media
, Alles staat met elkaar in verband! Dus als je iets verandert hierbinnen, verandert er
weer een andere factor.
Bronfenbrenner’s Bio-Ecologische Model
- Proces
Ontwikkeling vindt plaats via proximale processen, die:
1. Regelmatig voorkomen, over langere tijd, in de nabije omgeving; en
2. Variëren afhankelijk van kenmerken van de persoon, de omgeving, de ‘uitkomst’, en
de tijd
- Person/ Individu (passief)
Individuen brengen persoonlijke eigenschappen mee naar elke sociale situatie. Drie
categorieën:
1. Demand: Eigenschappen die een ander direct ziet (bijv. leeftijd, huidskleur, uiterlijk)
2. Resource: Te maken met mentale en emotionele bronnen (bijv. opgedane ervaringen,
vaardigheden, intelligentie) en sociale en materiële bronnen (bijv. toegang tot gezond
voedsel, (t)huis, verzorgende ouders)
3. Force: Temperament, motivatie, doorzettingsvermogen, etc.
- Context (meest actief)
De omgeving/context bevat 4 systemen die onderling verbonden zijn: Micro, Meso,
Exo, Macro
- Time
Tijd op verschillende niveaus:
1. Micro-tijd: Wat er gebeurt tijdens een specifieke activiteit of interactie (‘real-
time’)
2. Meso-tijd: De mate van continuïteit waarin activiteiten of interacties plaatsvinden
(bijv. hoeveel dagen/weken/jaren, hoe vaak per week etc.)
3. Macro-tijd: = Chronosysteem
Mediatie = Als het verband tussen twee variabelen wordt verklaard door een derde
variabele. BIJV:
Moderatie = Als het verband tussen twee variabelen afhankelijk is van de waarde van een
derde variabele. Dus hoe een variabele invloed heeft op het VERBAND tussen twee
variabelen, niet op de variabelen individueel. BIJV:
, *
Het belang van cijfers: Cijfers kunnen levens redden mits ze betrouwbaar zijn
- Reproduceerbaar: Onderzoeker B kan alle resultaten van Onderzoeker A bekomen
door dezelfde methoden te handhaven (oorspronkelijke data)
Transparantie van groot belang -> steekproef, maten/ instrumenten, analyses
- Repliceerbaar: Onderzoeker B voert het onderzoek van Onderzoeker A opnieuw uit
en behaalt dezelfde resultaten (nieuwe data)
- Generaliseerbaar: Gelden de onderzoeksresultaten ook voor andere mensen dan
diegenen die meededen aan het onderzoek?
Ecologische validiteit = de mate waarin de onderzoeksresultaten uit een onderzoek
overeenkomen met de alledaagse praktijk. Bij ecologische validiteit staat de vraag
centraal in hoeverre de conclusies uit het onderzoek generaliseerbaar zijn naar
andere alledaagse situaties.
- Theoretisch onderbouwd
Problemen van oude modellen bij het doen van onderzoek
Wetenschappelijke werk condities
- Druk om duidelijke/coherente, interessante ’verhalen’ te publiceren
- Evalueren van onderzoekers
- Competitief en niet op samenwerking gericht
Onderzoeksvraa
g
*