Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting AFP-kennistoets 1 | Pathologie | HAN | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
59
Geüpload op
05-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een samenvatting voor de eerste kennistoets AFP (Anatomie, Fysiologie en Pathologie) voor eerstejaars verpleegkundestudenten aan Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Deze samenvatting is erg lang en uitgebreid.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting AFP-kennistoets 1 eerste jaars.



Pathologie:

Belangrijke begrippen:

Homeostase is het inwendige evenwicht van het lichaam waarbij interne
omstandigheden binnen bepaalde waarden gelijk blijven. Ziekte kan je omschrijven als
een verstoring van de homeostase door een afwijking van de normale anatomie en
lichaamsfuncties.
Pancreas: Alvleesklier
Een aandoening: heeft betrekking op elke afwijking van het lichaam of geest.
Pathologie: is de leer van ziekte of aandoeningen in het algemeen.
Anatomie: is de bouw van het lichaam en fysiologie is het functioneren van het lichaam.
Pathofysiologie is de leer van de afwijkende processen die tot ziekte lijden en het effect
daarvan op de functie van het lichaam.
Complicaties: zijn onverwachte bijkomende aandoeningen die optreden in het beloop of
bij een behandeling van een aandoening.
Diagnostiek: is het geneeskundig onderzoek waarmee de aard van ziekte/ aandoening
wordt vastgesteld.
Epidemiologie: is de leer van het voorkomen van ziekte/ aandoeningen onder de
bevolking.
Etiologie: is de leer van oorzaken van ziekte/aandoeningen.
Pathogenese: zijn processen die tot ziekte leiden.
Preventie: is het nemen van maatregelen om ziekte/ aandoening te voorkomen.
Prognose: is het verwachte ziektebeloop.
Risicofactoren: zijn factoren die de kans op ziekte/ aandoening vergroten.
Symptomen: zijn klachten en verschijnselen van ziekte/ aandoening.
Therapie: is de behandeling van een ziekte/ aandoening.

Subjectieve symptomen: zijn subjectieve klachten van de zorgvrager zoals pijn of jeuk.
Objectieve symptomen: zijn objectieve tekenen die kenmerkend zijn voor een
aandoening dit is te observeren zoals transpireren of koorts.
In het Engels wordt er gesproken over signs en symptoms.
Asymptomatisch: is zonder ziekteverschijnselen.
Een syndroom: is als de symptomen bij een aandoening altijd in een bepaalde
kenmerkende combinatie voorkomen.

Diagnostiek: is hetzelfde als het stellen van een medische diagnose. Dit geneeskundig
onderzoek bestaat uit: anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek.
De anamnese is het subjectieve verhaal van de zorgvrager over zijn klachten. Speciële
anamnese is met behulp van open vragen de hoofdklachten achterhalen. Algemene
anamnese richt zich vooral op voorgeschiedenis, medicatie gebruiken enzovoort.
Heteroanamnese is het verhaal van de familieleden en andere betrokkenen. Bij een
Tractusanamnese vraagt de arts gerichte vragen over het orgaanstelsel.


Lichamelijk onderzoek:
Vitale functies> Ademfrequentie, hartfrequentie, bewustzijn, bloeddruk en tempratuur.
In een acute situaties worden vitale functies volgens de ABCDE-methodiek volgorde
onderzocht.
A: Airway, B: Breathing, C: Circulation, D: Disability en E: Exposure.
Het basisprincipe van ongevalsslachtoffers zijn: Treat first what Kills first en Do not

,further harm.


Inspectie: Het bekijken van de buiten kant van het lichaam.
Percussie: Het bekloppen van lichaamsdelen met vingers op vingers.
Auscultatie: Het beluisteren van organen met een stethoscoop.
Palpatie: Het aftasten van lichaamsdelen.


Aanvullend onderzoek: Differentiaaldiagnose is als we spreken van meerdere
waarschijnlijkheidsdiagnose die de arts opstelt.
Laboratoriumonderzoek: Word de samenstelling van bloed, urine, feces, liquor en andere
lichaamsvloeistoffen bekeken.
Microbiologisch onderzoek: Naar de aanwezigheid van micro-organisme in
lichaamsmateriaal zoals bloed.
Beeldvormend onderzoek: Wordt structuur en functioneren van lichaamsdelen zichtbaar
gemaakt.
Technieken zijn>


Röntgenonderzoek: Met behulp van röntgenstraling worden inwendige structuren in
beeld gebracht.
Computertomografie (CT): Röntgenonderzoek waarbij een computer een
driedimensionaal beeld maakt.
Magnetic resonance imaging (MRI): Een sterk magnetisch veld en radiogolven lokken
trillingen van inwendige structuren uit. In dit onderzoek wordt geen straling gebruikt.
Positronemissietomografie (PET): Met behulp van radioactieve stoffen die zich op
bepaalde plaatsen ophopen worden afwijkende inwendige structuren in beeld gebracht.
Word vaak gecombineerd met CT.
Echografie: Met behulp van weerkaatsing van geluidsgolven kunnen verschillende
weefsels en structuren in beeld worden gebracht.
Endoscopie: Met behulp van een buis of slang met een camera wordt naar een inwendig
structuur gekeken.
Functieonderzoek: Wordt de werking van organen en andere lichaamsdelen onderzocht.
Elektrocardiogram (ECG): Hiermee wordt elektrische activiteit van het hart en
eventuele afwijkingen geregistreerd.
Elektro-encefalografie (EEG): Hiermee wordt de elektrische activiteit van de hersenen
en eventuele afwijkingen waargenomen.
Spirometrie (longfunctieonderzoek): Hiermee wordt in en uit ademingsvolume en
kracht geregistreerd.

Pathologisch-anatomisch onderzoek: Kunnen afwijkingen op cel en weefselniveau worden
aangetoond.
Cytologie: Is het microscopisch onderzoek van losse cellen die door middel van een
uitstrijkje of punctie uit lichaam is verkregen.
Histologie: Is het microscopisch onderzoek van een stukje weefsel dat is verkregen door
een biopsie.
Bij een Biopsie wordt er een klein stuk weefsel weggesneden ofzo.
Obductie: Onderzoek na overlijden.
Forensisch onderzoek: Onderzoek naar een misdrijf.


Kanker is een belangrijke oorzaak van sterfte in Nederland en België. Andere termen zijn

,maligne aandoening, kwaadaardige tumor of maligne neoplasie. Kanker is een
verzamelnaam voor alle typen maligne tumoren en kan op elke leeftijd voorkomen. De vijf
meest voorkomende vormen zijn huidkanker, borstkanker (mammacarcinoom),
longkanker, prostaatkanker (prostaatcarcinoom) en dikke darmkanker (colorectaal
carcinoom).

Risicofactoren voor kanker zijn leeftijd, erfelijke aanleg, leefstijlfactoren zoals roken,
weinig lichaamsbeweging, overmatig alcoholgebruik en overgewicht, omgevingsfactoren
zoals UV-, röntgen- en radioactieve straling en asbest, verminderde afweer, en bepaalde
bacteriën en virusinfecties. Specifieke risicofactoren verschillen per type kanker.

Kanker ontstaat door mutaties in het DNA en verstoorde apoptose. Proto-oncogenen
bevorderen celgroei, terwijl tumor suppressor-genen ongeremde groei remmen; mutaties
in deze genen verhogen de kans op kanker. Ongeveer 5% van de zorgvragers heeft
erfelijke aanleg als belangrijkste oorzaak. Gedurende het leven kunnen mutaties ontstaan
door interne processen of externe factoren, en op oudere leeftijd neemt de kans op
kanker toe.

Celdeling heet mitose; fouten hierin worden normaal
gerepareerd of leiden tot apoptose (Celdood). Wanneer
cellen ongeremd delen, ontstaat een tumor, die
goedaardig (benigne) of kwaadaardig (maligne) kan zijn.
Benigne tumoren zijn geen kanker, maar kunnen door
druk op omliggend weefsel symptomen geven. Maligne
tumoren zijn kanker en kunnen invasief groeien en uitzaaiingen (metastasen) vormen. De
oorspronkelijke tumor heet de primaire tumor.

De naam van de kanker geeft vaak het weefseltype aan: carcinomen ontstaan uit
epitheelweefsel, sarcomen uit bind- of spierweefsel, leukemie en lymfomen uit
bloedcellen. Carcinogenen van buitenaf, zoals virussen, bacteriën, straling en chemische
stoffen, verhogen het risico.

Symptomen hangen af van locatie, grootte en doorgroei van de tumor. Algemene
symptomen zijn vermoeidheid, gewichtsverlies en pijn. Vermoeidheid kan ontstaan door
de tumor, behandeling of psychosociale factoren. Onverklaarbaar gewichtsverlies kan
door verminderde voedselinname, verhoogd metabolisme of behandeling ontstaan.
Extreme vermagering in de terminale fase heet cachexie. Pijn kan komen door invasieve
groei, druk op weefsels, zenuwen, organen of botten, en door littekens of schade van
chemo- of radiotherapie.

Diagnostiek omvat bloedonderzoek met tumormarkers zoals PSA bij prostaatcarcinoom en
CEA bij colorectaal carcinoom, beeldvormend onderzoek (röntgen, mammografie, CT, MRI,
PET-scan, echografie) en microscopisch onderzoek van weefsel (histologie) of cellen
(cytologie) via biopten.

Stadiëring van kanker bepaalt behandeling en prognose, met het TNM/G-systeem: T voor
tumorgrootte en doorgroei, N voor lymfeklieruitzaaiingen, M voor metastasen op afstand
en G voor graad/differentiatie. Het stadium wordt met Romeinse cijfers I–V aangegeven;
sommige typen hebben subcategorieën of specifieke classificaties zoals Dukes bij
colorectaal carcinoom.

Behandeling hangt af van type, locatie, stadium, kenmerken van tumorcellen en de
conditie van de zorgvrager. Mogelijkheden zijn operatie, radiotherapie, chemotherapie
(cytostatica), hormoontherapie, doelgerichte therapie (targeted therapy) en
immuuntherapie. Operatie verwijdert de tumor en soms omliggend weefsel of

, lymfeklieren. Radiotherapie beschadigt DNA van tumorcellen; brachytherapie en
protonentherapie zijn gerichte vormen. Chemotherapie remt of vernietigt tumorcellen
maar tast ook gezonde cellen aan. Hormoontherapie remt tumorgroei bij
hormoongevoelige tumoren. Targeted therapy blokkeert specifieke eiwitten of
bloedvatvorming. Immuuntherapie versterkt het immuunsysteem, bijvoorbeeld met
checkpoint-remmers. Bij hoge dosis chemo- of radiotherapie kan stamceltransplantatie
nodig zijn.

Prognose wordt vaak uitgedrukt in vijfjaarsoverleving; terugkeer van kanker heet recidief.
Terminale zorg richt zich op zorgvragers met een korte levensverwachting. Preventie
vermindert het risico, bijvoorbeeld via gezonde levensstijl, bescherming tegen UV-
straling, vaccinaties en bevolkingsonderzoeken (colorectaal carcinoom,
mammacarcinoom, cervixcarcinoom). Bij erfelijke aanleg kan DNA-onderzoek en
preventieve controle of operatie nuttig zijn.

Verpleegkundigen spelen een brede rol: van preventie, curatieve behandeling en nazorg,
tot palliatieve en terminale zorg. Naast lichamelijke monitoring is aandacht voor
psychosociale problemen belangrijk. Schalen zoals de Lastmeter meten fysieke,
emotionele, praktische, gezins-, sociale en spirituele aspecten van het leven. Ook
mantelzorgers en naasten krijgen begeleiding. Specifieke aandachtspunten verschillen
per type kanker.

Het hart- en vaatstelsel bestaat uit de bloedsomloop en het lymfesysteem. In deze tekst
gaat het vooral over de bloedsomloop, die zorgt voor het vervoeren van zuurstof,
voedingsstoffen en afvalstoffen door het lichaam.

Het hart is een holle spier die tussen de
longen ligt. Het bestaat uit vier ruimtes:
twee boezems (atria) en twee kamers
(ventrikels). De boezems ontvangen bloed
uit de longen en uit de rest van het
lichaam; de kamers pompen het bloed weer
weg. Het hart is bekleed met verschillende
lagen en wordt omgeven door een
hartzakje. De hartspier krijgt zelf bloed via
de kransslagaders.

Een hartcyclus bestaat uit een
ontspanningsfase (diastole), waarin het hart
zich vult met bloed, en een
samentrekkingsfase (systole), waarin het bloed wordt weggepompt. Kleppen in het hart
zorgen ervoor dat het bloed maar één kant op gaat.

Het hartritme wordt aangestuurd door speciale cellen in het hart, die elektrische prikkels
doorgeven. Deze prikkels zorgen ervoor dat de boezems en kamers in de juiste volgorde
samentrekken.

De bloedsomloop bestaat uit twee delen:

 De kleine (long)circulatie, waar het bloed zuurstof opneemt in de longen.

 De grote (lichaams)circulatie, waar zuurstofrijk bloed naar alle organen wordt
gebracht en zuurstofarm bloed terugkeert naar het hart.

Er zijn drie soorten bloedvaten:

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Wat je moet leren voor de kennistoets deel 1
Geüpload op
5 mei 2026
Aantal pagina's
59
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.77
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
irisvbrnvld

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
irisvbrnvld Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
2 weken
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen