3
Aantekeningen:
Normale BMI: 18 tot 25
Overgewicht: 25 tot 35
Obesitas: 35+
GVO:
1. Definiëring en gezondheidsprobleem: MBG, gevolgen van
aandoening, gezondheidsindicatoren, relatie tussen persoon en
gedrag.
2. Analyse gezondheidsprobleem
3. Analyse gedragsdeterminanten
4. Interventie
5. Evaluatie
MBG: methodisch beoordelingsgesprek
Betekenis begrippen:
Epidermiologie: is de wetenschappelijke studie naar het voorkomen, de
verspreiding en de oorzaken van ziekten.
Incidentie en prevalentie: zijn kernbegrippen in de epidemiologie om de
frequentie van ziekten te meten.
Morbiditeit en mortaliteit: morbiditeit meet de ziektelast en het vóórkomen
van ziekten (prevalentie/incidentie) in een bevolking. Mortaliteit verwijst
naar het aantal sterfgevallen (sterftecijfer) binnen een populatie
gedurende een bepaalde periode, vaak veroorzaakt door specifieke
aandoeningen.
Qaly en Daly: zijn belangrijke meetinstrumenten in de gezondheidszorg om
de ziektelast en de effectiviteit van behandelingen te kwantificeren.
VRN semester 2:
Ilness: individueel, je voelt je ziek of niet goed.
Sickness: Community, mensen vinden dat je slecht uit ziet
Disease: De arts verteld dat je ziek ben.
Leerdoelen les 1: Gezondheid wordt gezien als een toestand van
lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden en niet alleen als de
afwezigheid van ziekte. Wat iemand als gezondheid ervaart, kan per
persoon verschillen. Binnen het begrip gezondheid wordt onderscheid
,gemaakt tussen disease, illness en sickness. Disease verwijst naar de
medisch vastgestelde ziekte of aandoening, illness gaat over hoe iemand
zich ziek voelt en de klachten ervaart, en sickness heeft betrekking op de
maatschappelijke betekenis van ziek zijn, zoals hoe de omgeving en de
samenleving hiermee omgaan. De gezondheid van mensen wordt
beïnvloed door verschillende factoren, waaronder leefstijl, erfelijkheid,
psychische gesteldheid, sociale relaties en de leef- en werkomgeving.
Deze factoren spelen ook een rol in de eigen gezondheidssituatie en
kunnen zowel een positieve als negatieve invloed hebben. Gezond gedrag
betekent dat iemand handelt volgens normen die de gezondheid
ondersteunen, zoals gezond eten, voldoende bewegen, voldoende rust
nemen en risicogedrag vermijden. Wanneer iemand grotendeels aan deze
normen voldoet en in staat is om met eventuele gezondheidsproblemen
om te gaan, wordt dit gezien als gezond functioneren.
Bijlage:
Voor mij betekent gezondheid meer dan alleen het niet hebben van een
ziekte. Gezondheid is een breed en persoonlijk begrip dat voor iedereen
een andere betekenis kan hebben en dat ook mijn visie op mijn
verpleegkundige beroepsuitoefening beïnvloedt. Volgens de definitie van
de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is gezondheid een toestand van
volledig lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden en niet alleen de
afwezigheid van ziekte of gebrek. Deze definitie gaat uit van compleet
welbevinden, wat voor mijn gevoel een bijna onbereikbaar doel is. Daarom
sluit de definitie van Huber beter aan bij mijn visie op gezondheid. Huber
beschrijft gezondheid als het vermogen om je aan te passen en eigen
regie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale
uitdagingen van het leven. Dit betekent dat iemand ook gezond kan zijn
ondanks het hebben van een ziekte. Gezondheid zie ik daardoor niet als
een vast gegeven, maar als een dynamisch proces dat voortdurend kan
veranderen.
Gezondheid en ziekte kunnen worden bekeken vanuit drie dimensies:
lichamelijk, psychisch en sociaal. Lichamelijke gezondheid heeft te maken
met het ontbreken van lichamelijke stoornissen en beperkingen en wordt
ook wel objectieve gezondheid genoemd. Psychische gezondheid gaat
over het goed kunnen functioneren op mentaal vlak, zoals oriëntatie in
tijd, plaats en persoon, een goed korte- en langetermijngeheugen en de
afwezigheid van overmatige angst en stress. Sociale gezondheid betekent
voor mij dat iemand kan participeren in de samenleving en zich sociaal
geaccepteerd en betrokken voelt.
Ook ziekte kent deze drie dimensies en wordt binnen de gezondheidszorg
verder uitgewerkt met de begrippen disease, illness en sickness. Disease
,verwijst naar de medisch aantoonbare, biologische afwijking die door een
deskundige wordt vastgesteld. Illness gaat over de persoonlijke beleving
van ziek zijn, het zich niet goed voelen, en wordt bepaald door het individu
zelf. Sickness heeft betrekking op de sociale kant van ziek zijn, waarbij
iemand zich als patiënt gedraagt en door de sociale omgeving ook als
zodanig wordt erkend. Deze begrippen laten zien dat ziek zijn niet alleen
medisch bepaald wordt, maar ook wordt beïnvloed door persoonlijke
ervaringen en de sociale context. Als toekomstig verpleegkundige vind ik
het belangrijk om met al deze aspecten rekening te houden, omdat zij
samen de basis vormen voor passende en mensgerichte zorg.
Hoofdstuk 1: ‘Gezondheidsbevordering van zelfmanagement’
Dit hoofdstuk gaat over het begrip gezondheid, de verschillende visies
daarop en het belang daarvan voor verpleegkundigen. Gezondheid is geen
eenduidig begrip; het kan vanuit verschillende perspectieven worden
benaderd. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert een brede
visie op gezondheid die als uitgangspunt dient voor internationaal
gezondheidsbeleid. Tegelijkertijd kunnen zorgverleners, en met name
verpleegkundigen, door het combineren van meerdere benaderingen een
eigen visie op gezondheid ontwikkelen. Deze persoonlijke visie vormt het
fundament van de verpleegkundige beroepsuitoefening en bepaalt hoe
zorg wordt verleend.
Aanvankelijk lag de focus vooral op ziekte en genezing. Gezondheid werd
in de klassieke medische of biomedische visie gezien als de afwezigheid
van ziekte of lichamelijk gebrek. Deze visie is monocausaal: ziekte heeft
één duidelijke oorzaak, zoals een bacterie of virus. Hoewel deze
benadering belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van de
geneeskunde, schiet zij tekort bij veel hedendaagse
gezondheidsproblemen, zoals chronische aandoeningen. Deze ontstaan
vaak door een samenspel van meerdere factoren en kennen geen
duidelijke overgang van gezond naar ziek. Bovendien werd de patiënt in
deze visie vooral passief benaderd, terwijl inmiddels duidelijk is dat
actieve deelname van patiënten aan hun eigen zorg leidt tot betere
gezondheidsuitkomsten.
Daarom ontstonden andere visies op gezondheid. In de biologische
benadering staat het lichamelijk functioneren centraal. Gezondheid wordt
hier gezien als het vermogen van het lichaam om het interne milieu
constant te houden ondanks wisselende externe omstandigheden, een
proces dat homeostase wordt genoemd. Verpleegkundigen kunnen
biologische gezondheid meten door bijvoorbeeld vitale functies te
controleren, zoals lichaamstemperatuur of bloedglucosewaarden.
, De psychologische benadering richt zich op de geestelijke gezondheid.
Gezond zijn betekent hier dat iemand in staat is zijn persoonlijke doelen te
bereiken en zich mentaal goed voelt. Gezondheid is subjectief: iemand
met een lichamelijke aandoening kan zich toch gezond voelen, terwijl
iemand zonder ziekte zich ongezond kan ervaren. Deze benadering wordt
ook wel individueel genoemd en verpleegkundigen krijgen hier inzicht in
door gesprekken en observaties.
In de sociale benadering staat maatschappelijk functioneren centraal. Een
persoon is gezond als hij of zij sociale rollen kan vervullen volgens de
normen en waarden van de samenleving. Wanneer iemand zich hier niet
aan kan aanpassen, wordt hij als ziek beschouwd. Verpleegkundigen
besteden binnen deze visie aandacht aan sociale omstandigheden, zoals
werk, gezin en maatschappelijke participatie.
Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw groeide het besef dat
gezondheid multidimensionaal is. Dit leidde tot de multicausale en
holistische visie op gezondheid, waarin biologische, psychologische en
sociale aspecten met elkaar worden verbonden. De WHO definieerde
gezondheid in 1948 als een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en
sociaal welbevinden, en niet slechts de afwezigheid van ziekte. Deze
zogenoemde humane visie benadrukt het begrip welbevinden, dat
subjectief en cultureel bepaald is. Hoewel volledige gezondheid volgens
deze definitie nauwelijks haalbaar is, biedt zij belangrijke
aanknopingspunten voor holistische verpleegkundige zorg.
Later werd deze visie verder ontwikkeld tot een dynamische visie op
gezondheid. Hierin staat het aanpassingsvermogen van de mens centraal.
Gezondheid wordt gezien als het vermogen om zich aan te passen aan
fysieke, psychische en sociale uitdagingen en om zelf regie te voeren over
het eigen leven en de eigen gezondheid. Begrippen als draagkracht en
draaglast zijn hierbij belangrijk: gezondheid betekent in balans zijn, ziekte
betekent uit balans zijn. Deze visie sluit goed aan bij het verpleegkundig
handelen, omdat niet alleen het gezondheidsprobleem, maar vooral het
functioneren, de zelfredzaamheid en het zelfmanagement van de patiënt
centraal staan. De visie van Machteld Huber benadrukt dit door
gezondheid te definiëren als het vermogen om je aan te passen en eigen
regie te voeren, zelfs in het geval van ziekte. Zij onderscheidt zes
dimensies van gezondheid, waaronder lichamelijk functioneren, mentaal
welbevinden, zingeving, sociaal functioneren en kwaliteit van leven.
Om gezondheid en ziekte inzichtelijk te maken, worden
gezondheidsindicatoren gebruikt. Dit zijn objectieve en meetbare
gegevens over bijvoorbeeld ziekte, sterfte, levensverwachting en
beperkingen. Samen beschrijven zij de gezondheidstoestand van
Aantekeningen:
Normale BMI: 18 tot 25
Overgewicht: 25 tot 35
Obesitas: 35+
GVO:
1. Definiëring en gezondheidsprobleem: MBG, gevolgen van
aandoening, gezondheidsindicatoren, relatie tussen persoon en
gedrag.
2. Analyse gezondheidsprobleem
3. Analyse gedragsdeterminanten
4. Interventie
5. Evaluatie
MBG: methodisch beoordelingsgesprek
Betekenis begrippen:
Epidermiologie: is de wetenschappelijke studie naar het voorkomen, de
verspreiding en de oorzaken van ziekten.
Incidentie en prevalentie: zijn kernbegrippen in de epidemiologie om de
frequentie van ziekten te meten.
Morbiditeit en mortaliteit: morbiditeit meet de ziektelast en het vóórkomen
van ziekten (prevalentie/incidentie) in een bevolking. Mortaliteit verwijst
naar het aantal sterfgevallen (sterftecijfer) binnen een populatie
gedurende een bepaalde periode, vaak veroorzaakt door specifieke
aandoeningen.
Qaly en Daly: zijn belangrijke meetinstrumenten in de gezondheidszorg om
de ziektelast en de effectiviteit van behandelingen te kwantificeren.
VRN semester 2:
Ilness: individueel, je voelt je ziek of niet goed.
Sickness: Community, mensen vinden dat je slecht uit ziet
Disease: De arts verteld dat je ziek ben.
Leerdoelen les 1: Gezondheid wordt gezien als een toestand van
lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden en niet alleen als de
afwezigheid van ziekte. Wat iemand als gezondheid ervaart, kan per
persoon verschillen. Binnen het begrip gezondheid wordt onderscheid
,gemaakt tussen disease, illness en sickness. Disease verwijst naar de
medisch vastgestelde ziekte of aandoening, illness gaat over hoe iemand
zich ziek voelt en de klachten ervaart, en sickness heeft betrekking op de
maatschappelijke betekenis van ziek zijn, zoals hoe de omgeving en de
samenleving hiermee omgaan. De gezondheid van mensen wordt
beïnvloed door verschillende factoren, waaronder leefstijl, erfelijkheid,
psychische gesteldheid, sociale relaties en de leef- en werkomgeving.
Deze factoren spelen ook een rol in de eigen gezondheidssituatie en
kunnen zowel een positieve als negatieve invloed hebben. Gezond gedrag
betekent dat iemand handelt volgens normen die de gezondheid
ondersteunen, zoals gezond eten, voldoende bewegen, voldoende rust
nemen en risicogedrag vermijden. Wanneer iemand grotendeels aan deze
normen voldoet en in staat is om met eventuele gezondheidsproblemen
om te gaan, wordt dit gezien als gezond functioneren.
Bijlage:
Voor mij betekent gezondheid meer dan alleen het niet hebben van een
ziekte. Gezondheid is een breed en persoonlijk begrip dat voor iedereen
een andere betekenis kan hebben en dat ook mijn visie op mijn
verpleegkundige beroepsuitoefening beïnvloedt. Volgens de definitie van
de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is gezondheid een toestand van
volledig lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden en niet alleen de
afwezigheid van ziekte of gebrek. Deze definitie gaat uit van compleet
welbevinden, wat voor mijn gevoel een bijna onbereikbaar doel is. Daarom
sluit de definitie van Huber beter aan bij mijn visie op gezondheid. Huber
beschrijft gezondheid als het vermogen om je aan te passen en eigen
regie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale
uitdagingen van het leven. Dit betekent dat iemand ook gezond kan zijn
ondanks het hebben van een ziekte. Gezondheid zie ik daardoor niet als
een vast gegeven, maar als een dynamisch proces dat voortdurend kan
veranderen.
Gezondheid en ziekte kunnen worden bekeken vanuit drie dimensies:
lichamelijk, psychisch en sociaal. Lichamelijke gezondheid heeft te maken
met het ontbreken van lichamelijke stoornissen en beperkingen en wordt
ook wel objectieve gezondheid genoemd. Psychische gezondheid gaat
over het goed kunnen functioneren op mentaal vlak, zoals oriëntatie in
tijd, plaats en persoon, een goed korte- en langetermijngeheugen en de
afwezigheid van overmatige angst en stress. Sociale gezondheid betekent
voor mij dat iemand kan participeren in de samenleving en zich sociaal
geaccepteerd en betrokken voelt.
Ook ziekte kent deze drie dimensies en wordt binnen de gezondheidszorg
verder uitgewerkt met de begrippen disease, illness en sickness. Disease
,verwijst naar de medisch aantoonbare, biologische afwijking die door een
deskundige wordt vastgesteld. Illness gaat over de persoonlijke beleving
van ziek zijn, het zich niet goed voelen, en wordt bepaald door het individu
zelf. Sickness heeft betrekking op de sociale kant van ziek zijn, waarbij
iemand zich als patiënt gedraagt en door de sociale omgeving ook als
zodanig wordt erkend. Deze begrippen laten zien dat ziek zijn niet alleen
medisch bepaald wordt, maar ook wordt beïnvloed door persoonlijke
ervaringen en de sociale context. Als toekomstig verpleegkundige vind ik
het belangrijk om met al deze aspecten rekening te houden, omdat zij
samen de basis vormen voor passende en mensgerichte zorg.
Hoofdstuk 1: ‘Gezondheidsbevordering van zelfmanagement’
Dit hoofdstuk gaat over het begrip gezondheid, de verschillende visies
daarop en het belang daarvan voor verpleegkundigen. Gezondheid is geen
eenduidig begrip; het kan vanuit verschillende perspectieven worden
benaderd. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert een brede
visie op gezondheid die als uitgangspunt dient voor internationaal
gezondheidsbeleid. Tegelijkertijd kunnen zorgverleners, en met name
verpleegkundigen, door het combineren van meerdere benaderingen een
eigen visie op gezondheid ontwikkelen. Deze persoonlijke visie vormt het
fundament van de verpleegkundige beroepsuitoefening en bepaalt hoe
zorg wordt verleend.
Aanvankelijk lag de focus vooral op ziekte en genezing. Gezondheid werd
in de klassieke medische of biomedische visie gezien als de afwezigheid
van ziekte of lichamelijk gebrek. Deze visie is monocausaal: ziekte heeft
één duidelijke oorzaak, zoals een bacterie of virus. Hoewel deze
benadering belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van de
geneeskunde, schiet zij tekort bij veel hedendaagse
gezondheidsproblemen, zoals chronische aandoeningen. Deze ontstaan
vaak door een samenspel van meerdere factoren en kennen geen
duidelijke overgang van gezond naar ziek. Bovendien werd de patiënt in
deze visie vooral passief benaderd, terwijl inmiddels duidelijk is dat
actieve deelname van patiënten aan hun eigen zorg leidt tot betere
gezondheidsuitkomsten.
Daarom ontstonden andere visies op gezondheid. In de biologische
benadering staat het lichamelijk functioneren centraal. Gezondheid wordt
hier gezien als het vermogen van het lichaam om het interne milieu
constant te houden ondanks wisselende externe omstandigheden, een
proces dat homeostase wordt genoemd. Verpleegkundigen kunnen
biologische gezondheid meten door bijvoorbeeld vitale functies te
controleren, zoals lichaamstemperatuur of bloedglucosewaarden.
, De psychologische benadering richt zich op de geestelijke gezondheid.
Gezond zijn betekent hier dat iemand in staat is zijn persoonlijke doelen te
bereiken en zich mentaal goed voelt. Gezondheid is subjectief: iemand
met een lichamelijke aandoening kan zich toch gezond voelen, terwijl
iemand zonder ziekte zich ongezond kan ervaren. Deze benadering wordt
ook wel individueel genoemd en verpleegkundigen krijgen hier inzicht in
door gesprekken en observaties.
In de sociale benadering staat maatschappelijk functioneren centraal. Een
persoon is gezond als hij of zij sociale rollen kan vervullen volgens de
normen en waarden van de samenleving. Wanneer iemand zich hier niet
aan kan aanpassen, wordt hij als ziek beschouwd. Verpleegkundigen
besteden binnen deze visie aandacht aan sociale omstandigheden, zoals
werk, gezin en maatschappelijke participatie.
Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw groeide het besef dat
gezondheid multidimensionaal is. Dit leidde tot de multicausale en
holistische visie op gezondheid, waarin biologische, psychologische en
sociale aspecten met elkaar worden verbonden. De WHO definieerde
gezondheid in 1948 als een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en
sociaal welbevinden, en niet slechts de afwezigheid van ziekte. Deze
zogenoemde humane visie benadrukt het begrip welbevinden, dat
subjectief en cultureel bepaald is. Hoewel volledige gezondheid volgens
deze definitie nauwelijks haalbaar is, biedt zij belangrijke
aanknopingspunten voor holistische verpleegkundige zorg.
Later werd deze visie verder ontwikkeld tot een dynamische visie op
gezondheid. Hierin staat het aanpassingsvermogen van de mens centraal.
Gezondheid wordt gezien als het vermogen om zich aan te passen aan
fysieke, psychische en sociale uitdagingen en om zelf regie te voeren over
het eigen leven en de eigen gezondheid. Begrippen als draagkracht en
draaglast zijn hierbij belangrijk: gezondheid betekent in balans zijn, ziekte
betekent uit balans zijn. Deze visie sluit goed aan bij het verpleegkundig
handelen, omdat niet alleen het gezondheidsprobleem, maar vooral het
functioneren, de zelfredzaamheid en het zelfmanagement van de patiënt
centraal staan. De visie van Machteld Huber benadrukt dit door
gezondheid te definiëren als het vermogen om je aan te passen en eigen
regie te voeren, zelfs in het geval van ziekte. Zij onderscheidt zes
dimensies van gezondheid, waaronder lichamelijk functioneren, mentaal
welbevinden, zingeving, sociaal functioneren en kwaliteit van leven.
Om gezondheid en ziekte inzichtelijk te maken, worden
gezondheidsindicatoren gebruikt. Dit zijn objectieve en meetbare
gegevens over bijvoorbeeld ziekte, sterfte, levensverwachting en
beperkingen. Samen beschrijven zij de gezondheidstoestand van