Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

AFP Samenvatting kennistoets 2 | HAN | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
44
Geüpload op
05-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een samenvatting voor het vak Anatomie, Fysiologie en Pathologie (semester 2) aan Hogeschool Arnhem en Nijmegen, gericht op de kennistoets deel 2 in semester 2. Dit is een uitgebreide en lange samenvatting.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

AFP-samenvatting semester 2:

Leerdoelen les 1:

De vertering van voeding begint in de mondholte, waar voedsel mechanisch wordt
verkleind door het gebit en vermengd met speeksel. Speeksel bevat het enzym amylase,
dat start met de afbraak van koolhydraten. De tong helpt bij het vormen van een
voedselbrok (bolus) en het slikproces. Via de oesophagus (slokdarm) wordt de bolus door
peristaltiek – ritmische samentrekkingen van de gladde spierlaag – naar de maag
vervoerd.

De maag is een gespierd orgaan dat dient als opslag en mengkamer. Hier wordt voedsel
verder mechanisch gekneed en chemisch verteerd door maagsap, dat zoutzuur (HCl) en
het enzym pepsine bevat. Zoutzuur zorgt voor een lage pH, inactiveert micro-organismen
en activeert pepsine, dat eiwitten afbreekt. De maagwand bestaat uit meerdere
spierlagen en een slijmvlies dat wordt beschermd tegen het zure milieu. Via de pylorus
verlaat de voedselbrij (chyme) de maag.

In het duodenum (twaalfvingerige darm), het eerste deel van de dunne darm, vindt een
belangrijk deel van de chemische vertering plaats. Hier wordt gal vanuit de lever
(opgeslagen in de galblaas) toegevoegd, wat vetten emulgeert. Ook komt pancreassap
uit de pancreas, dat enzymen bevat voor de afbraak van koolhydraten, eiwitten en
vetten, evenals bicarbonaat om de zure maaginhoud te neutraliseren. De lever speelt
daarnaast een centrale rol in de stofwisseling, detoxificatie en de productie van gal. Via
de enterohepatische kringloop worden galzouten in de darm heropgenomen en opnieuw
door de lever gebruikt.

De verdere vertering en vooral resorptie van voedingsstoffen vindt plaats in de dunne
darm (jejunum en ileum). Door de aanwezigheid van darmvlokken (villi) en microvilli is
het absorptieoppervlak sterk vergroot. Voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed
of de lymfe. Stoffen die via de poortader eerst door de lever worden gemetaboliseerd,
ondergaan het first-pass effect.

De onverteerbare resten komen vervolgens in het colon (dikke darm) terecht. De
belangrijkste functie van het colon is de resorptie van water en elektrolyten en de
vorming van feces. Darmbacteriën spelen hier een rol bij fermentatie en de productie van
vitaminen, zoals vitamine K. Uiteindelijk wordt de ontlasting opgeslagen in het rectum en
via de anus uitgescheiden.

Het gehele maagdarmkanaal bestaat uit een gelaagde wandopbouw met onder andere
het slijmvlies, submucosa, spierlagen en serosa, wat zorgt voor zowel bescherming,
secretie als voortbeweging van de darminhoud.



Hoofdstuk 7.2 en 7.3 uit Grégoire, L. (2020), Anatomie en Fysiologie van de
mens (5e druk). :

Na het kauwen en inslikken komt voedsel binnen enkele seconden in de maag, waar het
ongeveer 2 tot 6 uur blijft. In de maag wordt het voedsel mechanisch gekneed en
chemisch verteerd. Daarna gaat de voedselbrij naar de dunne darm, waar binnen 5 tot
6 uur de verdere vertering en de resorptie van voedingsstoffen in het bloed
plaatsvindt. De onverteerde en onverteerbare resten verlaten het lichaam als feces
(ontlasting), meestal 12 tot 24 uur na het eten.

,Het spijsverteringsstelsel heeft meerdere functies: opname van voedsel (eten en
drinken), mechanische verkleining en menging (kauwen en kneden), chemische vertering
door enzymen, transport van voedsel door het spijsverteringskanaal (peristaltiek),
opname van voedingsstoffen (resorptie) en uitscheiding van afvalstoffen (defecatie).

Het spijsverteringskanaal is een ongeveer 8 meter lange buis van de mondholte tot
de anus. Het lumen behoort tot het uitwendige milieu. De wand is bekleed met
epitheel. Tot het spijsverteringskanaal behoren de mondholte, keelholte (pharynx),
slokdarm (oesofagus), maag, dunne darm en dikke darm. Hulpor-ganen zijn de
speekselklieren, lever, galblaas en alvleesklier.

De wand van het spijsverteringskanaal bestaat vrijwel overal uit vier lagen:

Mucosa (slijmvlies): epitheel met slijmproducerende cellen, lamina propria
(bindweefsel) en muscularis mucosae. Het slijm beschermt de wand en vergemakkelijkt
transport.

Submucosa: bindweefsel met bloed- en lymfevaten, zenuwen en klieren.

Muscularis: een binnenste circulaire en een buitenste longitudinale spierlaag; samen
veroorzaken zij peristaltiek.

Serosa: het viscerale blad van het buikvlies (niet aanwezig rond de slokdarm).

De mondholte (cavum oris) is het begin van de spijsvertering. Hier vindt mechanische
verkleining, vermenging met speeksel en de start van chemische vertering plaats. De
mondholte is bekleed met meerlagig niet-verhoornd plaveiselepitheel. Het
gehemelte (palatum) bestaat uit het harde gehemelte (palatum durum) en het
zachte gehemelte (palatum molle) met de huig (uvula). In de gehemeltebogen liggen
de tonsillen.

Belangrijke structuren in de mond zijn de tong (lingua), het gebit, de kauwspieren en
de speekselklieren. De tong is een zeer beweeglijke dwarsgestreepte spier, rijk aan
smaakpapillen, en speelt een rol bij kauwen, proeven, spreken en slikken. Achter op de
tong ligt de tongamandel, onderdeel van de Waldeyerring.

Het gebit bestaat bij volwassenen uit 32 gebitselementen, verdeeld over vier
kwadranten: snijtanden, hoektanden, premolaren en molaren. De verstandskiezen
(dentes sapientiae) kunnen ontbreken. Een tand bestaat uit kroon, hals en wortel.
Het tandweefsel bestaat uit dentine, bedekt met email (kroon) en cement (wortel).
Inwendig bevindt zich de pulpa met bloedvaten en zenuwen.

De speekselklieren produceren samen ongeveer 1,5 liter speeksel per dag. De grote
speekselklieren zijn de glandula parotidea, submandibularis en sublingualis.
Speeksel bevat slijm, water en het enzym ptyaline (speekselamylase), dat zetmeel en
glycogeen splitst. Speeksel vergemakkelijkt slikken, start de vertering en heeft een
afweerfunctie.

Het slikken bestaat uit een willekeurige en een onwillekeurige fase. Tijdens de slikreflex
sluiten de neusholte en luchtpijp zich af door het zachte gehemelte en de epiglottis. De
voedselbrok (bolus) wordt naar de slokdarm geleid. Bij foutieve doorgang kan
verslikken optreden, gevolgd door de hoestreflex.

De keelholte (pharynx) is een gezamenlijke doorgang voor lucht en voedsel en bestaat
uit de nasopharynx, oropharynx en laryngopharynx. De wand bevat dwarsgestreepte
spieren.

,De slokdarm (oesofagus) is een ongeveer 30 cm lange gespierde buis die voedsel via
peristaltiek naar de maag transporteert. Hij bevat een bovenste en onderste
slokdarmsfincter, die respectievelijk slikken mogelijk maken en reflux voorkomen.

De maag (gaster of ventriculus) ligt linksboven in de buikholte en dient voor opslag
en bewerking van voedsel. Delen van de maag zijn de cardia, fundus, corpus, antrum
pyloricum en pylorus met de m. sphincter pylori. De maagwand bevat maagklieren
die slijm, zoutzuur, intrinsieke factor en pepsinogeen produceren. De muscularis
bestaat hier uit drie spierlagen, wat zorgt voor krachtig kneden van de maaginhoud.

De maagsapklieren produceren per dag ongeveer 1–3 liter maagsap, bestaande uit
pepsinogeen, zoutzuur (HCl), intrinsieke factor en slijm. Hoofdcellen scheiden
pepsinogeen af, het inactieve voorstadium van pepsine. Dit voorkomt beschadiging van
de maagwand, omdat pepsine eiwitten afbreekt en lichaamscellen zelf grotendeels uit
eiwitten bestaan. In het maaglumen wordt pepsinogeen door zoutzuur omgezet in actief
pepsine. Pepsine is een protease dat eiwitten splitst in kleinere polypeptiden. Eenmaal
gevormd pepsine kan zelf meer pepsinogeen activeren, wat een positieve
terugkoppeling veroorzaakt.

Zoutzuur (HCl) heeft een pH van ongeveer 1,5 en vervult meerdere functies: het
activeert pepsinogeen, creëert een optimale pH voor pepsine, denatureert eiwitten
waardoor enzymen effectiever werken, lost kalk- en collageenhoudende structuren deels
op (bijvoorbeeld visgraten) en heeft een ontsmettende werking tegen micro-
organismen.
De intrinsieke factor, geproduceerd door pariëtale cellen, is noodzakelijk voor de
resorptie van vitamine B12 in het ileum. Zonder deze factor zou vitamine B12 met de
ontlasting verloren gaan.
Het slijm in het maagsap vormt een 1–2 mm dikke beschermlaag die de maagwand
beschermt tegen zuur en pepsine en mechanische beschadiging voorkomt.

De slijmproductie is relatief constant, maar de productie van maagsap wordt neuraal en
hormonaal gereguleerd. Neurale regulatie verloopt via de nervus vagus
(parasympathisch): zien, ruiken, proeven of denken aan voedsel stimuleert reflexmatig de
maagsapsecretie. Het sympathische zenuwstelsel remt deze secretie bij stress, angst of
pijn.
Hormonale regulatie verloopt via gastrine, geproduceerd in de pars pylorica wanneer
voedsel de maagwand prikkelt. Gastrine komt via het bloed terug in de maagwand en
stimuleert extra maagsapproductie zolang er voedsel aanwezig is.

Ongeveer 15 minuten na de eerste hap beginnen peristaltische bewegingen van
de maag. De maaginhoud wordt gekneed en vermengd met maagsap, waarbij de pH
geleidelijk daalt van ongeveer 7 naar 1,5. In de kern van de maaginhoud kan
koolhydraatvertering nog tijdelijk doorgaan, terwijl eiwitvertering direct start nabij de
maagwand. Uiteindelijk ontstaat een dunne zure brij: chymus, die gedeeltelijk verteerde
eiwitten en koolhydraten bevat; vetten zijn nog nauwelijks verteerd.

Wanneer chymus via de pylorus het duodenum binnenkomt, sluit de m. sphincter
pylori reflexmatig (pylorusreflex). Tegelijk wordt de maagperistaltiek afgeremd. Zure
chymus prikkelt de duodenumwand tot productie van prosecretine, dat onder invloed
van zuur wordt omgezet in secretine. Secretine stimuleert de pancreas tot afgifte van
natriumbicarbonaat (NaHCO₃), dat de chymus neutraliseert tot een pH van ongeveer
8. Zodra dit bereikt is, opent de pylorus opnieuw. Zo wordt de maag geleidelijk geleegd.
Maaglediging duurt gemiddeld 3 uur, bij vetrijke maaltijden langer. Resorptie in de maag
is beperkt tot enkele vetoplosbare stoffen zoals alcohol en bepaalde medicijnen.

, In de dunne darm (intestinum tenue) vindt de eindvertering en resorptie plaats. De
dunne darm is ruim 6 meter lang en bestaat uit het duodenum, jejunum en ileum. In
de wand van het duodenum ligt de papil van Vater, waar de ductus pancreaticus en
ductus choledochus uitmonden, gereguleerd door de sfincter van Oddi.

De wand van de dunne darm is aangepast aan maximale resorptie.
Oppervlaktevergroting ontstaat door plicae circulares, villi (darmvlokken) en
microvilli (borstelzoom), samen goed voor een resorptie-oppervlak van ongeveer 40
m². In de villi bevinden zich bloedcapillairen en een lymfevat (chylusvat). Tussen de
villi liggen de crypten van Lieberkühn, die darmsap produceren en zorgen voor
voortdurende celvernieuwing.

De vertering in de dunne darm gebeurt door de gezamenlijke werking van pancreassap,
gal en darmsap. Pancreassap bevat bicarbonaat en enzymen zoals amylase, lipase en
trypsinogeen. Trypsinogeen wordt in het darmlumen geactiveerd tot trypsine, dat ook
andere proteasen activeert. Galzouten emulgeren vetten, waardoor lipase effectiever
werkt.

Hormonaal wordt dit proces gereguleerd door secretine en cholecystokinine (CCK).
CCK stimuleert galafgifte en enzymproductie door de pancreas. Neuraal verloopt de
regulatie via de nervus vagus.

Resorptie vindt plaats via verschillende mechanismen: monosachariden en
aminozuren via actief transport naar het bloed, vetzuren en glycerol via opname in
enterocyten en vorming van chylomicronen, die via de lymfe (chylus) in de bloedbaan
komen. Vitamine B12 en galzouten worden uitsluitend in het ileum opgenomen.

De dikke darm (intestinum crassum) is ongeveer 1,5 meter lang en bestaat uit het
caecum, colon en rectum. De overgang van ileum naar dikke darm wordt afgesloten
door de Bauhin-klep (valvula ileocaecalis). De dikke darm bevat taeniae coli en
haustra, wat het gekartelde uiterlijk verklaart.

De belangrijkste functie van de dikke darm is waterresorptie: ongeveer 1500 ml
darminhoud wordt ingedikt tot circa 200 ml feces. Er vindt geen enzymatische vertering
meer plaats. Darmbacteriën (darmflora) breken resten af en produceren onder andere
vitamine K en B-vitaminen, gassen en afweerbevorderende stoffen. Er bestaat een
symbiose tussen mens en darmflora.

Door vulling van het rectum ontstaat de defecatiereflex: de m. sphincter ani
internus ontspant reflexmatig, terwijl de m. sphincter ani externus willekeurig kan
worden aangespannen. Ontlasting volgt wanneer deze ontspant, vaak ondersteund door
de buikpers. Gemiddeld vindt defecatie 1–3 keer per dag plaats.

Tot slot spelen de lever, galwegen en pancreas een essentiële rol. De lever produceert
gal, reguleert de samenstelling van het bloed en is cruciaal voor de homeostase. De
pancreas is zowel een exocriene klier (verteringsenzymen) als een endocriene klier
via de eilandjes van Langerhans, die insuline en glucagon produceren voor de
glucoseregulatie.

De lever (hepar) ligt rechtsboven in de buikholte, naast de maag en boven de
darmen. Hoewel de lever intraperitoneaal ligt, wordt hij door de koepelvormige stand
van het diafragma grotendeels door de ribben beschermd. Bij diepe inademing wordt
de lever door het diafragma naar beneden gedrukt en kan hij soms gepalpeerd worden.

De lever is via plooien van het peritoneum (buikvlies) met omliggende structuren
verbonden. Het omentum minus (kleine net) verbindt de lever met de kleine curvatuur

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Alles voor kennistoets deel 2
Geüpload op
5 mei 2026
Aantal pagina's
44
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.41
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
irisvbrnvld

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
irisvbrnvld Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
2 weken
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen