H1 Over klinische psychologie en ‘abnormaal’ gedrag
1.1 Het terrein van de klinische psychologie
Afwijken in de norm
- Individuele persoon
o Afwijkend gedrag
o Afwijkende gedachten
o Afwijkende belevingen
- Relaties met andere mensen
- Afwijkingen van de norm te begrijpen
o Kennis nodig van
Normale psychologische functies (waarnemen, denken,
geheugen)
Normale ontwikkeling
Sociale en persoonlijkheidspsychologie
1.2 Aspecten van 'abnormaal' gedrag
- Seligman
- Persoonlijk lijden
- De (dis)functionaliteit van het gedrag
o Belemmeren
Het individu
Welbevinden/functioneren andere
- Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
- Onvoorspelbaarheid en controleverlies
o Sociale regels die gedrag persoon normaal sturen niet meer
werkzaam
o Toeschouwer kent oorzaak gedrag niet en kan die niet achthalen
- Opvallend en onconventioneel gedrag
- Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt
o Observer discomfort
o Restregels
Scheff
Impliciete sociale regels
- Overtreden van morele normen
APA-definitie psychische stoornis
- Een syndroom gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het
gebied van cognitieve functies, de affectieve of conatieve functies van een
persoon, dat een uiting is van een disfunctie in de psychologische,
biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het
psychische functioneren
- Drie uitsluitende omstandigheden:
o Reactie veel voorkomende stressor of verlies die te verwachten is en
cultureel aanvaardbare reacties
1
, Overlijden dierbare
oSociaal deviant gedrag
Politieke, religieus of seksueel gebied
o Conflicten tussen individu en maatschappij
1.3 Normaal en abnormaal: waar ligt de grens
1.3.1 Het statistisch model
- Uitgangspunt
o Menselijke eigenschappen zijn min of meer normaal verdeeld in de
algemene bevolking
Abnormaliteit bij extreem lage of hoge scores op deze
eigenschappen
- Kritiek
o Grens tussen ‘normaal’ en ‘abnormaal’ is arbitrair
o Specificeert niet hoe ongewoon gedrag moet zijn
o Onduidelijk of er sprake is van individueel lijden
1.3.2 Het medische of ziektemodel
- Uitgangspunt
o Psychische stoornissen zijn vergelijkbaar met somatische ziekten en
het best te verhelpen door de onderliggende somatogene of
psychogene mechanismen te bestrijden
o Somatogeen
Lichamelijke aandoeningen
o Psychogeen
Stoornis psychologisch mechanisme ten grondslag
- Kritiek
o Bij veel psychische stoornissen geen onderliggend mechanisme
aangetoond
o Term als ziekte werkt stigmatisering in de hand
1.3.3 Het leer/onderwijsmodel
- Uitgangspunt
o Stoornissen zijn ontstaan door verkeerd gelopen leerprocessen
- Voordelen t.o.v. medisch model
o Het is minder stigmatiserend
o Het doet meer recht aan eigen verantwoordelijkheid van mensen
met een persoonlijk probleem
o Het doet meer recht aan hetgeen plaatsvindt bij psychologische
hulpverlening
- Kritiek
o Demarcatie- of afgrenzingscriterium
Extra document: Trait theories of personality
Persoonlijkheidstrek
- Patronen van gevoelens, gedachten en gedrag van individuen
- Consistentie
o Bepaalde regelmatigheid beschrijft in iemands gedrag
- Onderscheid
o Trek niet bij iedereen (in dezelfde mate) aanwezig is
Functie persoonlijkheidstrek
2
, - Beschrijvend
o Samenvatting van gedrag en biedt zo de mogelijkheid om een
persoon te beschrijven
- Voorspellend
o Indicatie van hoe iemand zich in de toekomst zal gedragen
- Verklarend
o Biologische grondslag biedt dan een verklaring voor de trek en voor
trekgerelateerd gedrag
Assumpties
- Uitvoering trek verbonden met het hebben van deze trek
- Hiërarchie
Allport’s theorie
- Cardinal
o Dominant
o Aanwezig in bijna alle gedragingen persoon
- Central
o Belangrijkste en herkenbaarste
- Secundairy dispositions
o Minder opvallend
o Situatie gebonden
- Functional autonomy
o Motivatie proces
o Motivatie verandert van kind -> volwassen
o Wat extrinsiek was kan intrinsiek worden
- Idiografisch onderzoek
o Focus op 1 persoon
o Aandacht voor de unieke combinatie en organisatie van traits
o Doel
Begrijpen hoe persoonlijkheid binnen één individu
functioneert
o Staat tegenover nomothetische benadering
Waarbij men zoekt naar algemene, universele
persoonlijkheidstrekken door grote steekproeven te
analyseren
- Kritiek
o Empirisch bewijs gelimiteerd
o Ging ervan uit trekken erfelijk
Deed geen onderzoek naar genetische basis
o Hij toonde aan dat mensen consistente gedragspatronen vertonen
en dat traits interageren met situaties
Maar werkte geen verklarend mechanisme uit
Factor analyse
- Buiten Allport
o Theoretici proberen algemene groep traits uit te werken dat
iedereen min/meer bezit
- Zoveel traits
o Belangrijk inzicht dat sommige traits samengaan
Zoals fysiek lengte linke en rechterarm
o Sommige traits manifestatie basis traits
3
, - Factor analyse
o Statistische tool die samenvat in welke manier een groot aantal
variabelen samengaan
o Identificeren patronen in massa correlatie
o Zegt niet waarom antwoorden covariantie hebben
Factor-analytische trek theorie
- Cattell
- Surface traits
o Oppervlakkig
o Observeerbaar
- Source traits
o Interne psychologische structuren
o Onderliggende bron van samenhang observeerbare surface traits
- Factor analyse
o Bekeek surface traits -> correlatie verklaard door source traits
- Persoonlijkheid structuur
o 16 source traits
o Categorieën
Ability traits
Vaardigheden om te functioneren
BV: intelligentie
Temparement traits
Emotioneel leven
Hoe iemand zich gedraagt
BV: kalm vs emotioneel
Dynamic traits
Motivatie/drijfveer
- Bewijsmateriaal
o 3 soorten data
Life record data (L-data)
Gedrag in alledaagse situaties
Self-report quastionnaire data (Q-data)
Objective-test data (OT-data)
Mini situaties proefpersoon onbewust link reactie met
persoonlijkheid
- Stappen Cattels onderzoek
o Persoonlijkheidstructuur definieren in 3 gebieden van observaties
L/Q/OT data
o Starten met L-data
Factor analyse -> 15 source traits
o Ontwikkelde de 16 P.F vragenlijst
12 traits dat overeenkomen L-data en 4 uniek
o Op basis vorige resultaten objective test ontwikkelt
21 traits gevonden met weinig overeenkomsten andere data
- Bewijs bestaan deze eigenschappen
o Resultaten factor analyse verschillende soorten data
o Vergelijkbare resultaten over culturen
o Vergelijkbare resultaten over verschillende leeftijden
o Bruikbaar voorspellen gedrag natuurlijke omgeving
o Bewijs genetische bijdrage bij traits
- Andere factoren gedrag
o State
4